Voorhoeve: Nederland was niet nalatig
Geen misverstand, zei oud-premier Wim Kok, Nederland is niet schuldig aan de dood van Bosnische moslims bij Srebrenica. En we hadden het drama ook niet kunnen voorkomen. Gisteren sloot de parlementaire enquêtecommissie haar verhoren af.
DEN HAAG, 29 NOV. Nog steeds, zei Wim Kok gisteren voor de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica, wordt hij gekweld door een tergende vraag: hebben we iets nagelaten wat het leed van de moslims had kunnen voorkomen? Maar nee, ook zeven jaar na het bloedige drama in de Bosnische enclave kan de oud-premier ,,niks bedenken wat we hadden kunnen doen''.
Maar maakte Kok zich daarmee niet wat al te gemakkelijk van de zaak af? Draagt Nederland, in de woorden van oud-Kamerlid Eimert van Middelkoop (ChristenUnie), niet een 'geobjectiveerde schuld' doordat het de moslims in de enclave bescherming beloofde, maar die uiteindelijk niet kon geven? ,,Nee'', zei Kok 's avonds aan het einde van drie uur verhoor. ,,Geen misverstand. De schuld ligt bij (de Bosnisch-Servische generaal) Mladic en zijn handlangers.''
Ook toenmalig minister van Defensie Voorhoeve was gistermiddag al tot die conclusie gekomen. ,,De schuld ligt bij degenen die de moorden hebben begaan.'' Hij wees erop - net als Kok - dat de verantwoordelijkheid voor de gang van zaken in Srebrenica strikt juridisch gesproken bij de Verenigde Naties lag en niet bij Nederland. En die internationale gemeenschap had het lelijk laten afweten. ,,Van de 186 landen (van de VN) was er maar één bereid de enclave overeind te houden'', stelde Voorhoeve: Nederland.
Dat neemt niet weg dat ook Voorhoeve, wiens haar sinds het drama vergrijsd bleek, sindsdien voortdurend heeft geworsteld met de vraag hoe hij verantwoording moest afleggen voor alle ellende, waarmee Nederland en hijzelf in verband werden gebracht.
Al kort nadat gebleken was dat de Bosnische Serviërs in totaal ruim 7.000 moslimmannen hadden geëxecuteerd, overwoog Voorhoeve af te treden, vertelde hij gisteren. Dat deed hij na rijp beraad niet ,,omdat de internationale vertaling daarvan zou zijn: de Nederlandse troepen hebben door nalatigheid de val van Srebrenica laten gebeuren. Dat was niet het geval.'' Sterker nog: naar zijn stellige overtuiging had Dutchbat voorkomen dat nóg meer mensen door de Bosnische Serviërs werden vermoord.
Toch bleef 'Srebrenica' Voorhoeve achtervolgen. Hij besprak een mogelijk ontslag met Kok. Die steunde hem echter in zijn redenering dat opstappen een verkeerd signaal zou zijn. Ook Voorhoeves partijleider Bolkestein (VVD) wilde niets van zijn aftreden weten. In de zomer van 1996, na de ramp met een Hercules-vliegtuig in Eindhoven, wilde Voorhoeve opnieuw aftreden. Kok weerhield hem daar opnieuw van. ,,Als jij vertrekt, zegt men: dat is eigenlijk alleen een excuus wegens Srebrenica'', hield Kok hem voor. Zo bleef Voorhoeve toch maar zitten.
Gisteren, ruim zeven jaar na het drama van Srebrenica, legde Voorhoeve eindelijk verantwoording af. Hetzelfde gold voor Kok en de derde politieke hoofdrolspeler in die dagen: de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Van Mierlo.
Alle drie werden ondervraagd over de speciale kabinetszitting die direct na de val van Srebrenica op 11 juli in de bunker van het ministerie van Defensie werd gehouden. Volgens Kok ging het daarbij helemaal niet om een echte vergadering: ,,Op zo'n moment heb je behoefte om de collega's bijeen te brengen.'' Al gauw dook het woord 'lotsverbondenheid' in de verhoren op. Wat had dat betekend, wilde de commissie weten. Dat was een belangrijk besluit, zo had oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking Pronk eerder voor de commissie verklaard. Door het lot van Dutchbat aan dat van de vluchtelingen te koppelen, zouden zoveel mogelijk levens kunnen worden gered.
Zowel Kok als Van Mierlo bestreed die lezing. Volgens Kok was de definitie: ,,De bescherming, die met onze aanwezigheid (in de enclave) was geboden, moest ook, misschien juist in de nieuwe omstandigheden, worden gehandhaafd.'' Maar het betekende niet dat Dutchbat ,,tot we voor de lopen van het executiepeloton staan'' de vluchtelingen hoefde te beschermen, meende Van Mierlo. Alledrie constateerden ze echter mismoedig dat zij en Dutchbat weinig hadden kunnen doen, omdat Mladic na de inname van Srebrenica eenvoudigweg de dienst uitmaakte.
Kok erkende dat hij liever als zittend premier voor de enquêtecommissie was verschenen. Maar, zo legde hij uit, dat was onmogelijk geworden door de lange tijd, die het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) nodig had gehad voor zijn rapport. Dat kwam tot Koks ergernis pas op 10 april van dit jaar uit, kort voor de verkiezingen. Toen stond hij, naar eigen zeggen, voor de prangende vraag: ,,Kun je er nog met fatsoen mee door? Dat antwoord is: nee.''
De enquêtecommissie informeerde niet verder bij Kok in hoeverre hij zich had laten leiden door minister Pronk, die op dat ogenblik al nadrukkelijk had laten doorschemeren dat hij in elk geval wel wilde opstappen. Kok zelf wees erop dat sommige mensen het aftreden van hem en het kabinet ,,niet als koninklijk'' hadden ervaren omdat zij op dat moment nog geen verantwoording hadden afgelegd voor de Tweede Kamer. Door de grote tijdsdruk was er geen ruimte meer geweest voor die 'koninklijke weg'. Als hij nu nog premier was geweest, zou hij alsnog zijn afgetreden, vertelde Kok de commissie. ,,Maar dat is nu niet erg relevant meer.''
Elk van de drie oud-bewindslieden verwerkt 'Srebrenica' intussen op zijn eigen manier. Kok vertelde dat hij lid is geworden van een internationale commissie voor vermisten, die met behulp van nieuwe genetische methoden slachtoffers poogt te indentificeren om de nabestaanden meer zekerheid over verdwenen familieleden te bieden. Maar erg veel schieten alle betrokkenen hiermee niet op. Van Mierlo: ,,Een bevredigende verwerking van dit drama bestaat eigenlijk niet.''
