Toezicht op DSB schoot tekort
Den Haag, 29 juni. De Nederlandsche Bank heeft onvoldoende daadkrachtig toezicht gehouden op de inmiddels failliete DSB Bank van Dirk Scheringa. DNB had in 2005 geen bankvergunning mogen geven zonder te eisen dat DSB zou reorganiseren, zodat eigenaar Scheringa minder invloed zou krijgen. Dat is het oordeel van de commissie onder leiding van oud-staatssecretaris Michiel Scheltema, die vandaag zijn langverwachte rapport uitbracht.
„DSB had een bestuursstructuur die niet bij een bank past”, zegt Scheltema. Oprichter en eigenaar Scheringa had een commerciële instelling waarbij de belangen van de klanten van de bank te weinig werden gewaarborgd, aldus het rapport. „Op bancair gebied miste hij deskundigheid”, luidt het oordeel over Scheringa in het vandaag vrijgegeven onderzoeksrapport.
Het ontbrak DSB ook aan een structuur om risico’s te beheersen en financiële stabiliteit te bewaren, oordeelt de commissie-Scheltema. DNB had volgens de onderzoekscommissie van DSB moeten verlangen dat het eerst de organisatie op orde zou brengen voor het verkrijgen van een bankvergunning.
Scheltema wijst op het gebrek aan „machtsevenwicht" in de leiding van DSB: doordat Scheringa zowel bestuursvoorzitter als enig aandeelhouder was, kon hij zijn medebestuurders en commissarissen - verantwoordelijk voor het toezicht op Scheringa en de bank - zelf benoemen en ontslaan.
Blaam
De commissie-Scheltema, ingesteld door de toenmalig minister van Financiën Wouter Bos (PvdA), vindt dat DNB ook na het verlenen van de bankvergunning niet daadkrachtig genoeg is geweest. Als DNB in de zomer van 2009 daadkrachtig had ingegrepen bij DSB, had de bank nog gereorganiseerd kunnen worden om zo een faillissement te voorkomen.
De oproep van Pieter Lakeman aan spaarders om hun geld weg te halen doorkruiste het ingrijpen van DNB, aldus Scheltema. Op maandag 12 oktober lekte uit dat DNB een noodregeling had aangevraagd voor DSB omdat de bank in geldnood zat. Een week later werd het faillissement van DSB uitgesproken.
Met het rapport van de commissie-Scheltema moet een einde komen aan de
discussie die sinds het faillissement van DSB gevoerd wordt: wie treft blaam
in het faillissement van DSB?
In het vanmorgen gepubliceerde rapport-Scheltema komt zowel de voormalig baas
van DSB, Dirk Scheringa, als toezichthouder De Nederlandsche Bank er niet
goed vanaf. Lees vanmiddag in NRC Handelsblad een analyse van de betekenis
van het rapport en de mogelijke gevolgen, geschreven door de financiële
redactie. Het rapport is cruciaal voor de carrière van Nout Wellink.
Dit artikel is vanaf 15.00 uur voor (web-)abonnees
tevens beschikbaar in de digitale
editie.
Maar de grootste kritiek treft DSB zelf. Scheltema vindt dat de bank van Scheringa tekort is geschoten om de eigen verantwoordelijkheid die een financiële instelling draagt. Volgens de commissie was de kern van het probleem de „weinig professionele wijze" waarop DSB werd geleid en waarop beleid werd gemaakt.
De cultuur van DSB was te veel gericht op het verdienen van geld en te weinig op het belang van de klant, oordeelt Scheltema. Alhoewel lang niet alle producten die DSB verkocht dubieus waren, was er sprake van een structurele schending van de zorgplicht.
Stevige conclusies
Minister van Financiën Jan Kees de Jager (CDA) nam vanochtend het rapport in ontvangst. Hij noemde het een stevig rapport, met stevige conclusies. „Ik onderschrijf op hoofdlijnen de analyses en conclusies over DSB, DNB, het ministerie van Financiën en de AFM", zei De Jager. „De weinig professionele leiding is de kern van het probleem van de DSB Bank. Ik heb geen enkele aanleiding om daar anders over te denken dan de commissie."
De Jager zei dat de ondergang van DSB moet leiden tot verandering in wetgeving en toezicht. „Het toezicht op toezicht moet versterkt en verruimd worden", zei De Jager. Daarmee bedoelt hij de mogelijkheden van het ministerie van Financiën om de werkwijze van toezichthouders, waaronder de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en DNB, te controleren. „DNB verbond te laat conclusies aan de constatering dat DSB kwetsbaar was door de structuur van de bank. Dat moet dus beter", zei De Jager.
De demissionair minister van Financiën heeft DNB gevraagd een onderzoek in te stellen hoe de cultuur binnen de centrale bank veranderd kan worden. Ook vindt De Jager dat het intern toezicht van DNB beter moet. Tot slot wil De Jager kijken hoe de Nederlandse toezichthouders beter en vaker gecontroleerd kunnen worden door onafhankelijke instanties, zoals het Internationaal Monetair Fonds. De Jager zegt vertrouwen te hebben in de directie van DNB.
DNB reageert niet
Toezichthouder DNB wil vooralsnog niet inhoudelijk reageren op de conclusies en aanbevelingen van de commissie Scheltema. DNB kiest ervoor om eerst verantwoording af te leggen tegenover de Tweede kamer, mocht die daar behoefte aan hebben.
Daarmee laat DNB bewust de harde conclusies van Scheltema onweersproken. Eerdere uitingen van DNB-president Wellink in de pers over bijvoorbeeld het rapport van de commissie-De Wit over de kredietcrisis leidden tot felle kritiek uit het parlement.
DNB zegt zich in een korte verklaring op de website van de toezichthouder te kunnen vinden „in de constatering van minister De Jager (Financiën, CDA) dat hij op hoofdlijnen de analyse, de conclusies en de aanbevelingen van de Commissie onderschrijft.”
