Verdwijnen pinpas maakt betalen duurder
In 2013 verdwijnt vrijwel zeker de Nederlandse pinpas ten gunste van een Europees, en duurder, alternatief. Vier vragen over de nieuwe pas.
Rotterdam, 20 juli. Een Nederlandse vakantieganger staat in een campingwinkel in Griekenland. Hij wil een fles ouzo en een stuk feta afrekenen. Maar hij heeft geen contant geld op zak. Pinnen dan maar. Na het doorhalen van de kaart verschijnt echter een foutmelding op het scherm. ‘Dit betaalmiddel wordt in deze winkel niet geaccepteerd.’
Pinnen in het buitenland kan lang niet overal. Hoewel geld opnemen in den vreemde al een tijdje mogelijk is – sinds kort ook zonder exorbitante kosten – accepteert nog steeds niet iedere winkel in Europa elke betaalpas. De Europese Commissie wil dat veranderen. Binnen de Europese Unie moet iedereen overal terecht kunnen met zijn betaalkaart. Onder dezelfde voorwaarden en kosten uiteraard. Nationale betaalpassen moet dus Europees inzetbaar worden. Daarvoor is een uniform systeem nodig voor pinbetalingen.
Vanaf 1 januari 2008 moeten alle EU-landen hiermee een begin maken. Nederland hoopt in 2013 de transitie afgerond te hebben. Dan is het klaar voor de zogeheten Europese betaalmarkt; de single European payments area (SEPA).
1 Waarom wil de EU een Europees systeem voor kaartbetalingen?
Net als met de eurostekker (een universele stekker die de vele nationale varianten moest vervangen) hoopt de EU met een uniform passysteem de concurrentie onder aanbieders van betaalkaarten te vergroten. Immers, alle nationale betaalpassen gaan nu de Europese markt op. Doordat er meer concurrentie is, dalen de prijzen zegt de EU. Daar is de consument uiteindelijk bij gebaat.
2 De pinpas moet dus concurreren met andere betaalpassen in Europa. Overleeft hij die strijd?
Waarschijnlijk niet. Alle betaalautomaten (terminals) in winkels moeten namelijk geschikt worden gemaakt voor de komst van de ‘Europees’ geworden passen. Als dat voor zowel de Nederlandse pinpas als voor nationale betaalkaarten van andere EU-landen moet gebeuren, moet de campingwinkel op Rhodos zijn apparaat voor minstens 30 passen ombouwen. Dat kost veel geld. Efficiënter is het ombouwen van de kastjes voor slechts enkele passoorten.
De pinpas heeft echter een beperkte markt. De kans is dan ook klein dat in andere landen alle terminals worden omgebouwd voor die paar kaarthouders uit Nederland. Ondanks dat pinnen een van de efficiëntst georganiseerde (dus goedkope) systemen in Europa is.
3 Wat voor pas hebben Nederlanders dan straks wel in hun portemonnee?
Het meest waarschijnlijk is een Maestro of V Pay kaart. Dat zijn de debetkaarten van de Amerikaanse creditcardmaatschappijen Mastercard en Visa. De systemen van Maestro en V Pay zijn namelijk in grote delen van Europa al beschikbaar.
De EU is overigens wel huiverig voor deze systemen. Zo zou de hele Europese betaalmarkt in handen komen van Amerikaanse bedrijven. Dat is nadelig voor de privacy van Europese burgers: Maestro bewaart bijvoorbeeld back-ups van betalingsgegevens in de VS. Bovendien spelen Europese bedrijven zo geen rol meer in het betalingsverkeer binnen de EU.
Wiebe Ruttenberg, hoofd van de divisie marktinfrastructuur bij de Europese Centrale Bank, riep daarom onlangs Nederlandse banken op zo snel mogelijk te komen met een alternatief voor Maestro en V Pay. Een mogelijkheid zou zijn om samen te werken met banken uit andere EU-landen om een nieuwe Europese betaalpas te introduceren. Maar dat lijkt voorlopig nog ver weg.
4 Wordt die nieuwe pas niet veel duurder?
Die kans is aanwezig. De transactietarieven voor Maestro en V Pay liggen een stuk hoger dan de prijs voor pinnen in Nederland. Een pinbetaling van 20 euro kost ongeveer 5 cent. Met een Maestro-kaart kost betaling van hetzelfde bedrag zo’n 40 cent (zie inzet). In België werd onlangs Maestro geïntroduceerd ter vervanging van de nationale Bancontact en Mr Cash passen. Kort na de introductie verhoogde Maestro de tarieven.
Hoewel de transactiekosten meestal worden doorberekend aan de consument, zijn Nederlandse winkeliers niet blij met zo’n verhoging. Ze beschuldigen banken er zelfs van bewust niet met een alternatief te komen voor Maestro en V Pay, omdat zij gebaat zouden zijn bij deze producten. Pinnen wordt al jaren gedaan onder de kostprijs – waarschijnlijk een erfenis van een haastige overgang van de fraudegevoelige, papieren girobetaalkaarten naar het elektronisch betalen. Op Maestro en V Pay zouden de banken meer kunnen verdienen.
Volgens de banken is dat onzin. Er wordt wel degelijk gedacht over Europese alternatieven, maar dat zouden net zo goed Maestro en V Pay kunnen zijn, zegt Gijs Boudewijn van de Nederlandse Vereniging van Banken. „Bovendien leidt dat niet noodzakelijk tot prijsverhogingen.” De banken sluiten weliswaar deals met Maestro en V Pay over de pintarieven, maar zij onderhandelen op hun beurt weer met winkeliers over de transactiekosten. Concurrentie vindt dus plaats op het niveau van de banken, en niet op het niveau van de aanbieder van betaalpassen, aldus Boudewijn.
Als het resultaat van de onderhandelingen een winkelier niet zint, kan hij gewoon naar een andere bank overstappen. Op die manier zou de concurrentie gewaarborgd moeten zijn. Toch blijft de vraag of Nederlandse banken wel goede inkoopprijzen kunnen bedingen bij Maestro en V Pay. Volgens Boudewijn zijn die bedrijven bekend genoeg met de Nederlandse tariefstructuur, en zouden ze „wel uitkijken om met absurde prijsverhogingen te komen”.
Alternatief: betalen met een creditcard
In Nederland hebben ongeveer zes miljoen mensen behalve de betaalpas een creditcard. De meeste zijn van Visa en Mastercard, en worden uitgegeven via banken. Via organisaties als de ANWB en De Bijenkorf zijn ook creditcards te krijgen.
Met een creditcard is het gemakkelijk om in het buitenland te betalen, zelfs in minder ontwikkelde vakantiebestemmingen. Het zetten van een handtekening is vaak voldoende, hoewel op steeds meer plekken tegenwoordig een pincode moet worden ingetoetst.
Een verschil met de gewone betaalpas – een debetkaart – is dat het bedrag pas aan het einde van de maand wordt afgeschreven, of naar keuze in termijnen.
Naast dit voor sommigen gunstige uitstel van betaling, zijn uitgaven tegen diefstal verzekerd, wordt de kaart op internet breed geaccepteerd en kunnen uitgaven worden teruggedraaid – handig als het internetbedrijf toch niet levert wat was besteld.
Toch betalen Nederlanders niet en masse met een creditcard: de kaart heeft namelijk ook nadelen. Zo is er veel meer fraude met creditcards dan met betaalpassen. De recente invoering van een pincode moet de fraudegevoeligheid verminderen.
Belangrijkste nadeel van de creditcard: de prijs. Per jaar kunnen de kosten oplopen tot wel 60 euro voor een kaart met een limiet van 20.000 euro. Voor kaarten met een lagere limiet zijn de kosten vanaf ongeveer 20 euro per jaar.
Daarnaast kost geld opnemen met een creditcard per keer geld, terwijl dat met een debetkaart binnen de EU gratis is. Regelmatig geld opnemen in de vakantie kan dan behoorlijk oplopen.
Voor ondernemers kleeft er ook een nadeel aan de creditcard, tegenover het voordeel dat geld snel wordt overgemaakt. Per transactie betaalt de ondernemer een percentage aan de creditcardmaatschappij, gemiddeld 3 procent, met een minimum. Voor kleine bedragen kan dat erg ongunstig uitvallen.
