Waar is de 80 miljoen euro van beleggers gebleven?

Door onze redacteur Roel Janssen

Hebben bij de ‘tulpenbollenfraude’, waarbij miljoenen verdwenen, de autoriteiten hun recherchewerk wel goed gedaan? Daarover bestaat onder deskundige betrokkenen twijfel.

Rotterdam, 10 april. Bij de ‘bakstenen’ gaat het voorspoedig. Justitie heeft zo’n 30 verdachten – ex-bestuurders van pensioen- en vastgoedfondsen – op de korrel die volgens het OM betrokken zijn bij de frauduleuze doorverkoop van vastgoed. Een aantal van hen zit in voorarrest.

De FIOD (de fiscale opsporingsdienst) en het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie (belast met de bestrijding van financiële en economische criminaliteit) pakken de vastgoedfraude stevig aan. Bij deze fraude gaat het om een carrousel van verkopen van onroerend goed tegen telkens hogere prijzen. Bij de eerste arrestaties en invallen in kantoren, op 13 november vorig jaar, zette de FIOD ruim de helft van het totaal aantal FIOD-medewerkers (1.140) met veel spektakel in.

Ontwijken

Bij een andere grote oplichterszaak, de tulpenbollenfraude, gaat het ook om prijsopdrijving. Hoewel sprake is van een van de grootste beleggingsschandalen die zich ooit in Nederland hebben voorgedaan, zijn volgens ingewijden de FIOD en het Functioneel Parket hierbij minder doortastend opgetreden. Kennelijk zijn tulpenbollen lastiger dan bakstenen.

„Het systeem loopt met een grote boog om lastige zaken heen”, zegt Cees Schaap, voormalig rechercheur, forensisch expert en directeur van SBV-Forensics, een bureau gespecialiseerd in financiële fraude en witwasconstructies.

Volgens Kamerlid Fred Teeven (VVD), oud-officier van justitie, heeft de FIOD zich de afgelopen jaren nauwelijks met financiële fraude bezig gehouden. De directeur-generaal van de Belastingdienst, Jenny Thunnissen, vond dat de FIOD zich op belastingfraude moest concentreren. „Thunnissen wilde niet dat de FIOD financiële constructies aanpakte”, zegt Teeven. Pas sinds eind vorig jaar, onder druk van de VVD en de SP in de Tweede Kamer, is de FIOD volgens Teeven weer actief bezig met onderzoek naar financiële fraude en witwasactiviteiten.

Een woordvoerster van de FIOD zegt zich hierin niet te herkennen. In 2006 deed de FIOD 156 zaken en sindsdien is volgens haar sprake van „een stijgende lijn”.

Tulpenbollenfraude

De tulpenbollenfraude speelde zich bijna vijf jaar geleden af. De beheerders van het beleggingsfonds Novacap Floralis verdachten de ‘vrienden van SBC’ – een aantal tulpenkwekers en enkele zakelijke relaties van het commissionairshuis SBC in Lisse – ervan dat zij in een carrousel van aan- en verkopen de prijzen hadden opgedreven en zich zo het geld van onwetende beleggers hadden toegeëigend. De ‘vrienden’ hadden onder meer gebruik gemaakt van constructies met bv’s in Lugano (Zwitersland), postadressen in Londen en trusts op de Britse Maagdeneilanden. SBC had de verkopen van de oogst 2004 op naam van dergelijke bv’s gezet. De bv’s werden kort daarop veelal weer opgeheven.

Nadat Novacap begin 2004 aangifte had gedaan tegen een vermoedelijk „samenwerkende groep” van fraudeurs, opende de FIOD het ‘Dossier Tulp’.

Twee jaar later concludeerde een opsporingsambtenaar van de FIOD op grond van onderzoek naar het administratiesysteem van SBC: „(...) dat ik geen beeld heb gekregen van een samenwerkende groep (rechts)personen die met opzet een prijsopdrijving hebben veroorzaakt. Wel heb ik gezien dat individuele klanten grote posities hebben opgebouwd [waarop ze werden uitbetaald door SBC, red.] en grote winsten hebben gemaakt. Ook heb ik gezien dat in de periode september 2002 tot en met november 2003 de prijzen uitzonderlijk zijn gestegen.”

De advocaten van de partijen die door Novacap gedaagd werden, maakten dankbaar gebruik van deze conclusie. Het FIOD-onderzoek had geen samenwerkende groep en geen opzettelijke prijsopdrijving gevonden. Dat pleitte hun cliënten vrij.

Reuzencarrousel

Volgens Bert Oosthout heeft de FIOD niet goed gezocht. Oosthout, een fiscaal-econoom die na de fraude als adviseur, en in 2005 als interimbestuurder bij Novacap betrokken raakte, heeft een reconstructie van het tulpendrama gemaakt. Hierin komt hij tot de conclusie: „Alles wijst erop dat de oplichting van Novacap is bedacht door de bollenboeren en hun commissionair.”

Met het vooruitzicht dat er tientallen miljoenen van nieuwe investeerders beschikbaar kwamen, hadden ze de tulpenbollen onderling een aantal keren verkocht tegen telkens hogere prijzen om ze uiteindelijk aan Novacap te slijten. Oosthout: „De ‘vrienden van SBC’ hadden een reuzencarrousel gedraaid. Ieder van hen had zijn stinkende best gedaan om een aantal rondjes mee te draaien en een deel van de Novacap Floralis zilvervloot naar zich toe te hengelen.”

In het ‘Dossier Tulp’ hoorden FIOD-medewerkers 52 getuigen. Maar volgens Oosthout bleven elementaire vragen liggen. Waarom werden de verkopen van de oogst 2004 collectief teruggedraaid, steeds in vrijwel dezelfde bewoordingen? Wat was de rol geweest van buitenlandse vennootschappen waarop verkopen werden weggezet? Op grond van welke zekerheden had de Hollandsche Bank-Unie de participaties van sommige deelnemers in Novacap gefinancierd? Hoe zat de prijsvorming bij de 200 tulpensoorten die Novacap had aangekocht in elkaar? Hoe verliepen de contacten tussen SBC en enkele grote bollentelers in de maanden voorafgaand aan de oprichting van Novacap?

80 miljoen

En de hamvraag: waar was de 80 miljoen euro van particuliere beleggers in Novacap en anderen gebleven?

Oosthout: „Het lijkt erop dat de FIOD zich geen moment heeft afgevraagd wat het motief van de verschillende betrokkenen geweest kan zijn. Follow the money is een basisregel voor fraudeonderzoekers. De FIOD lijkt aan deze vraag voorbij te zijn gegaan.”

Niettemin concludeerde officier van justitie Van de Kerkhof zomer vorig jaar: „De vermeende oplichting door middel van kunstmatige prijsopdrijving kan naar het oordeel van het OM niet worden bewezen.” Van de Kerkhof was de derde officier belast met ‘Dossier Tulp’ binnen drie jaar. Van expertiseopbouw in dit gecompliceerde dossier was volgens deskundigen nauwelijks sprake.

Kamerlid Teeven is sceptisch over het vermogen van het OM om financiële fraude zoals de Novacapzaak met succes aan te pakken. „Het Functioneel Parket levert tot nu toe weinig resultaat en weinig veroordelingen op”, zegt hij. Dat komt door personeelswisselingen, gebrek aan prioriteit en ervaring. „Het zal wel goed komen, maar daar gaan nog wel wat jaren overheen”, meent Teeven. Fraude-expert Cees Schaap noemt het gebrek aan sturing door het Functioneel Parket als probleem bij onderzoek naar financiële fraude zoals de Novacap-zaak. „Het OM moet sterk aanwezig zijn en de FIOD strak aansturen”, zegt hij. Hij wijst ook op het gebrek aan kwaliteit en kennis bij het OM. Officieren beschikken wel over strafrechterlijke kennis, maar over beperkte kennis van financiële constructies.

„Je moet een zaak tot in de haarvaten kennen”, zegt Schaap. Dat is door telkens verschuivende prioriteiten lastig. „Het OM en de FIOD worden afgerekend op productiecijfers. Iedere zaak, groot of klein, telt even zwaar. Een complexe financiële zaak met buitenlandse vertakkingen scoort hetzelfde streepje in het jaaroverzicht als een kleine belastingfraude”, zegt Schaap.

Een woordvoerster van het OM zegt dat het Functioneel Parket juist is opgezet om gecompliceerde zaken van financiële fraude beter te kunnen aanpakken.

Civiele procedure

  • In een civiele procedure die Novacap tegen 71 gedaagden heeft aangespannen, zal de rechter binnenkort uitspraak doen. Aanvankelijk waren er meer gedaagden, maar de curatoren van Novacap (het fonds ging in 2006 failliet) hebben een schikking getroffen met een grote tulpenkweker (20.000 euro) en met de Hollandsche Bank-Unie (200.000 euro). Novacap eist in totaal 88 miljoen schadevergoeding van de 71 gedaagden. De curatoren zouden tevreden zijn met een schikking voor een fractie. Het OM heeft tot nu toe één strafzaak aanhangig gemaakt tegen vier verdachten, onder wie de oud-directeur en mededirecteur van commissionairshuis SBC in Lisse. Andere civiele procedures lopen nog, en mogelijk volgen andere strafzaken.
  • In 2003 werd het beleggingsfonds Novacap Floralis opgericht. Novacap kocht de tulpenoogst van 2003 en verkocht tegelijkertijd de oogst 2004. De transacties liepen via commissionairshuis SBC in Lisse. Aangezien bollen zich in de grond vermeerderen, konden investeerders met deze termijntransacties een beleggingswinst van 25 tot 30 procent in een jaar maken.
  • Novacap haalde 85 miljoen euro binnen; SBC trok andere investeerders aan die nog eens 35 miljoen euro in tulpenbollen staken. Van het totaal van 120 miljoen was 40 miljoen afkomstig van een groep tulpenkwekers. Er kwam in 2003 derhalve 80 miljoen euro nieuw geld beschikbaar. Nadat Novacap de bollen van de oogst 2003 had gekocht en SBC de tulpenkwekers had uitbetaald, werden de verkopen van de oogst 2004 collectief opgezegd. Novacap bleef met de bollen zitten en de beleggers waren hun geld kwijt.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Economie