Chinezen leren leven met verliezen op de beurs
De beurs van Shanghai veerde voor het weekend even op, maar de trend blijft negatief. Wat al jaren gevreesd werd, wordt bewaarheid: de zeepbel dreigt uiteen te spatten.
Shanghai, 28 april. Meneer Fu brengt alle beursdagen door achter een verouderde monitor in een schemerig klein kantoor van Guangfa Huafu Securities aan de Wanping Lu in Shanghai.
Hij leeft op groene thee, een paar aardappels in bouillon en de ambitie zijn verloren 100.000 euro, zijn spaar- en pensioengelden, terug te winnen. Rug aan rug gezeten met een wat jongere man in pyjama bladert hij nerveus door de katernen van de drie beursdagbladen, op zoek naar een winnende strategie om de markt alsnog te verslaan. Hij stinkt en zijn pak zit onder de vlekken.
Dalende koersen
Meneer Fu behoort tot het leger investeerders die in totaal 1.700 miljard euro vermogen hebben zien verdampen door de daling van de Chinese beurzen in Shanghai en Shenzhen. De beursgraadmeter van Shanghai is van een piek van 6.092 punten in oktober 2007 gedaald tot een dieptepunt van 2.990 punten, begin vorige week.
Vrijdag stond de beurs weer hoger, op 3.500 punten. Dat was het gevolg van een verlaging van het belastingtarief op aandelentransacties van 0,3 maar 0,1 procent. Peking had die zogeheten stempeltaks eerder juist verhoogd om de snelle stijging van de koersen wat af te remmen, nu werd het omgekeerde effect beoogd. Na het weekend daalde de beurs van Shanghai vandaag tot een slotkoers van 3.474 punten.
Mevrouw Bao, een 76-jarige gepensioneerde onderwijzeres, maakt zich meer zorgen om meneer Fu dan om haar eigen portefeuille. En dat terwijl zij toch ook de helft van haar circa 50.000 euro is kwijtgeraakt. De vaste klanten van het makelaarskantoor kennen elkaar, ze brengen hier meer tijd door dan thuis en letten ook een beetje op elkaar.
Kleine investeerders
„We zijn net vliegen, we gaan alle kanten uit. 10 procent omhoog, diep omlaag met 9 procent, beetje omhoog met 3 procent en dan weer omlaag met 1 procent, zoals vandaag”, zucht een mevrouw met een Louis Vutton-tas. Vorige week ontstond er een handgemeen omdat andere kleine beleggers meneer Fu verwijderd wilden zien. „Hij houdt een terminal bezet, terwijl hij niets meer kan doen”, zegt de vrouw met de merktas. „Hij wacht op hulp van de overheid, maar die komt niet. Die ouwe man is gezonken als een steen in het water.”
De kleine investeerders vermoeden dat de grote institutionele beleggers vooraf waren geïnformeerd over het overheidsplan om de belasting op de aandelenhandel te verlagen. En dat is waarschijnlijk een juiste veronderstelling. Door aan de fiscale knoppen te draaien trachten het Chinese ministerie van Financiën en de Centrale Bank van China een inzinking van de beurzen te voorkomen.
Mevrouw Bao heeft er geen flauw benul van waarom de koersen zijn gedaald. „Ik weet wel dat de baas van verzekeraar Ping An 6 miljoen euro per jaar verdient. Ik denk dat er geen enkel verband meer is tussen de koersen en de echte economie”, zegt de gepensioneerde lerares.
Dat komt juist doordat de Chinese economie groeit met ruim 10 procent, zeggen analisten. De beurs van Shanghai is door het grote aantal kleine beleggers zeer stemmingsgevoelig.
„Kleine investeerders hebben niet de kennis en de energie om bedrijven te analyseren en informatie op een goede wijze te verwerken. Ze lopen altijd achter in de informatiecurve en raken altijd in de problemen”, zegt Xu Xianian van de China-Europe Business School in Shanghai.
Koersschommelingen
Geruchten en alarmerende berichten uit de VS en Europa kunnen tot grote koersschommelingen leiden, omdat gevreesd wordt dat Chinese bedrijven klappen zullen krijgen van de Amerikaanse recessie. Er wordt vaak ook stevig gegokt, want er zijn in heel China tienduizenden kantoortjes zoals aan de Wanping Lu in Shanghai.
De internationale beurzen van Hongkong, New York en Londen zijn voor kleine beleggers niet toegankelijk door het verbod op het uitvoeren van kapitaal. Aangezien de rente op spaarrekeningen laag is, zoeken deze spaarders de beurs op.
Maar er is ook een economische verklaring, zegt Peng Ken van de Amerikaanse bank Citigroup in Hongkong. „De Chinese economie, die iets minder zal groeien in 2008, is bezig aan een zachte landing als gevolg van de recessie in de Verenigde Staten. Niets wijst erop, maar wat de gevolgen van de Amerikaanse neergang zullen zijn voor het Chinese bedrijfsleven, dat leeft van de export, is nog niet duidelijk.
„De Chinese overheid remt de economie af om de inflatie te bestrijden en daarnaast zijn er allerlei maatregelen op het terrein van arbeids- en milieuwetgeving die de kosten opdrijven. Dat kan betekenen dat de winsten in 2008 lager zullen zijn dan verwacht”, aldus Peng.
Vertrouwen geschaad
Dat de groei van de export zal afremmen is voor de meeste analisten een gegeven, maar, zegt Dong Tao van Credit Suisse in Hongkong: „een deel zal worden goedgemaakt door de toenemende binnenlandse vraag”. Dong zegt ook dat een aantal grote bedrijven „te hoog geprijst” is en dat de „luchtbel” nu wordt doorgeprikt. „Dit is een voorspelbare correctie.”
Dat neemt niet weg dat het vertrouwen van de miljoenen kleine investeerders in China in de aandelenbeurs zeer ernstig is geschaad. Daar is volgens professor Xu maar één remedie tegen en dat is een ingrijpende liberalisering. „De aandelenmarkt in China is met 20 jaar nog heel jong. De bemoeienis van de overheid is nog heel groot, dat zie je aan de invoering en daarna weer afschaffing van de stempelbelasting. Anders dan gebruikelijk in de VS en Europa bemoeit de overheid zich op allerlei manieren met de prijsvorming.”
En: „Ik ben van mening dat wij ook die kant uit moeten en dat de overheid moet stoppen met fiscale interventies en besluiten over de hoeveelheid verhandelbare aandelen van staatsondernemingen. Laat de markt, de ontwikkeling van de economie en van bedrijven de echte prijs bepalen. Dat is veel gezonder, hoewel de index van Shanghai dan wel zal dalen tot onder de 2.000 punten.”
Dat is een redenering waarop mevrouw Bao helemaal niet zit te wachten. Zij hoopt dat de communistische autoriteiten toch nog een reddingsboei zullen uitgooien. Zij kan in het hart van kapitalistisch China, het aandelenkantoortje aan de Wanping Lu, niet geloven dat de tijden snel veranderen.
