Zes vragen over afwijzing reddingsplan

Demonstranten voor de New York Stock Exchange protesteren tegen het reddingsplan.
Door onze correspondent Tom-Jan Meeus

Washington, 29 sept. Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden wees het noodfonds van 700 miljard dollar af waarmee de regering-Bush de financiële markten overeind wilde houden. Een nieuwe schok in een land dat al weken van drama naar drama gaat.

De afwijzing van het financiële noodplan door het Huis van Afgevaardigden in zes vragen en antwoorden.

1. Waar ging het precies over?

Afgelopen weekeinde kwamen delegaties van Democraten, Republikeinen en het Witte Huis een compromis overeen over het noodfonds. De regering-Bush had eerder samen met het stelsel van centrale banken voorgesteld 700 miljard dollar (meer dan de jaarlijkse uitgaven voor het Pentagon) uit te trekken om te vermijden dat de financiële sector in een neerwaartse spiraal van oninbare leningen als geheel ten onder zou gaan.

Leiders in het Congres bestreden niet dat een dergelijk ongekend bedrag vrijgemaakt moest worden. Wel stelden zij voorwaarden aan de beschikbaarstelling van het geld. Zij wilden:

  • dat directeuren van banken die van het fonds profiteren niet langer de megasalarissen ontvangen die op Wall Street gewoonte zijn geworden.
  • dat het Congres controle krijgt over de uitgaven die het fonds doet.
  • dat de belastingdienst meeprofiteert als banken die dankzij het fonds gered worden, in de toekomst weer in beurswaarde stijgen.

Na onderhandelingen van weken kwamen de delegaties gisteren tot een akkoord waarin – onder meer – bovenstaande elementen werden meegenomen. Het doel was om het fonds deze week definitief op te zetten.

Het idee van een noodfonds ligt slecht bij de bevolking. In de meeste peilingen keert een ruime meerderheid zich tegen het fonds. Maar volgens de regering was het fonds noodzakelijk om een economische catastrofe te voorkomen. Daarvoor moest het Congres het plan deze week goedkeuren, eerst het Huis van Afgevaardigden (435 leden), later in de week de Senaat (100 leden).

2. Wat gebeurde er in het Huis van Afgevaardigden?

Het verzet in het Huis tegen het plan kwam van twee kanten. Progressieve Democraten meenden dat het fonds zich te veel op de redding van ‘Wall Street’ concentreerde en te weinig op mensen in de middenklasse die hun hypotheek niet kunnen betalen. „Gewone mensen schieten met dit plan niets op’’, zei afgevaardigde Dennis Kucinich uit Ohio. Uiteindelijk stemden 95 van de 235 Democraten tegen het fonds.

Het grootste verzet kwam van conservatieve Republikeinen in het Huis. Veel van deze leden zijn er ideologisch van overtuigd dat de overheid niet in markten moet interveniëren, en zeker niet op deze schaal. Een rol speelt ook dat veel van deze afgevaardigden een afkeer hebben van de begrotingspolitiek van president Bush, die het financieringstekort fors liet oplopen. Sommigen van deze afgevaardigden vrezen bovendien dat ze niet herkozen worden op 4 november. Dan kiest de VS behalve een nieuwe president ook een nieuw Huis van Afgevaardigden. Zij redeneren dat een stem tegen de impopulaire Bush goed kan zijn voor hun herverkiezing.

In het debat gisteren namen veel van deze Republikeinen een populistische positie in. Ginny Brown-White uit Florida beklaagde zich dat buitenlandse banken mede van het noodfonds konden profiteren. Ze zei dat een breuk met het verleden noodzakelijk was. „Als ik dit plan steun, gaat alles gewoon door, dat wil ik niet.’’ En Steven LaTourette uit Ohio vond het principieel onjuist dat de belastingbetaler mee moet betalen aan het probleem van Wall Street. „De mensen die deze troep hebben veroorzaakt, moeten het ook opruimen.’’ 131 van de 199 Republikeinen in het Huis – ruim tweederde van alle leden – stemden uiteindelijk tegen het fonds.

3. Kwam de uitslag als een verrassing en wat was de rol van John McCain?

Toen John McCain vorige week plotseling zijn campagne opschortte en naar Washington reisde, was al duidelijk dat conservatieve Republikeinen in het Huis bezwaren hadden tegen het plan. Het gaat om veelal jonge conservatieven die de analyse van de Democraten en sommige Republikeinen – dat de crisis voortkomt uit een gebrek aan toezicht en regels – principieel verwerpen. De markt heeft de crisis veroorzaakt, redeneren zij, en alleen de markt kan de crisis oplossen.

Vicepresident Dick Cheney, hun natuurlijke bondgenoot, probeerde ze eerder vorige week al vergeefs op andere gedachten te brengen. McCain bracht zijn tijd vooral door met conservatieve Republikeinen. Het probleem is alleen dat McCain nooit een erg goede relatie met deze groep Republikeinen heeft gehad. Hij heeft zijn bewering dat hij in Washington nodig was om partijen bij elkaar te brengen en ervoor te zorgen dat zijn partijgenoten het noodfonds zouden steunen, achteraf niet waar kunnen maken.

4. Wie lijden door de uitslag nog meer gezichtverlies?

Als de stemming gisteren één ding heeft duidelijk gemaakt, dan is het dat de VS, te midden van zijn ernstigste economische crisis in de moderne geschiedenis, in een machtsvacuüm verkeert. Dat verdwijnt op zijn vroegst na de presidentsverkiezingen op 4 november.

In willekeurige volgorde hadden al de volgende autoriteiten gezegd dat het noodfonds er móest komen: president George W. Bush (Republikein), zijn kandidaat-opvolgers John McCain (Republikein) en Barack Obama (Democraat), de voorzitter van het stelsel van centrale banken Ben Bernanke (Republikein), minister van Financiën Henry Paulson (Republikein), de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Nancy Pelosi (Democraat) en de meerderheidsleider van de Republikeinen in het Huis, John Boehner (Republikein). Zij lijden allemaal gezichtsverlies door de gebeurtenissen van gisteren.

5. Waarom is het noodfonds niet definitief van de baan?

Het is gebruikelijk in Washington dat de druk op nee-stemmers na een uitslag als deze wordt opgevoerd, waarmee politieke leiders proberen in een nieuwe ronde alsnog een meerderheid voor hun voorstel te krijgen. Het staat vast dat dit de komende tijd geprobeerd zal worden. Bij het ter perse gaan van deze krant was onduidelijk wanneer een eerste poging gedaan zal worden.

6. Voor wie pakt dit gunstig uit?

De stelling van de voorstanders van het noodfonds is altijd geweest dat de economie instort wanneer het fonds niet gevormd wordt. Het realiteitsgehalte van die stelling wordt nu getoetst. Hoe groter de nationale en internationale schokken die dit teweegbrengt, hoe groter de kans dat de voorstanders van het fonds alsnog hun zin krijgen.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Economie
Voorpagina
kredietcrisis
Economie