EU-landen nemen toch hun eigen maatregelen
EU-ministers proberen de crisis in te dammen door met één maatregel voor garantie van spaargelden te komen. Tevergeefs. Het ene land na het andere neemt eigen maatregelen.
Luxemburg, 7 okt. Niet alle ministers konden erbij zijn, in Luxemburg. De Belgische minister van Financiën zat in Parijs om te onderhandelen over een tweede reddingsplan voor de bank Dexia. Zijn Duitse collega vertrok halsoverkop omdat Hypo Real Estate, de tweede grootste kredietverlener in zijn land, zondag nog altijd wankelde. En de ministers van Financiën uit de twaalf landen van de eurozone die gisteravond wel in Luxemburg waren voor crisisoverleg, en daar ondanks de financiële turbulentie toch bleven, hadden afgelopen dagen de één na de ander garanties aangekondigd voor banktegoeden van burgers. Hun nationale burgers, wel te verstaan.
Bij mooi weer is de economische integratie in de Europese Unie een redelijk succesverhaal. Maar als de financiële markten met donderend geraas instorten, dan pas worden de fundamenten van de EU echt op hun soliditeit getest. Dat bleek gisteravond en vanmorgen in Luxemburg. De Europese garantie op spaartegoeden die de 27 ministers gisteren en vandaag in elkaar proberen te zetten, levert een goed voorbeeld op van hoe moeilijk het is om de economische unie te besturen als er geen politieke unie is.
Ierland kondigde vorige week, zonder overleg met wie dan ook, een garantie op alle spaartegoeden af. Dat zette het Europese systeem op scherp. Overal haalden spaarders geld van de bank, en parkeerden het op Ierse banken. Zaterdag verklaarde bondskanselier Angela Merkel in Parijs met haar Britse, Franse en Italiaanse collega’s nog plechtig dat Europese landen samen actie moesten nemen, niet individueel. Economisch gezien zijn Europese landen zo met elkaar geïntegreerd, dat de daden van de één rechtstreeks gevolg hebben voor de ander.
Een dag later ging ook Merkel om: zij kondigde een onbeperkte garantie op nationale spaartegoeden af. Omdat Duitsland de grootste economie van Europa is, werd het voor de andere landen extreem moeilijk om nog een gezamenlijke garantieregeling te treffen. Volgens een ingewijde is het Europese regelsysteem, „waarschijnlijk niet meer te repareren nu Merkel haar koelbloedigheid kwijt is”.
Gisteren in de loop van de avond zei de Nederlandse minister Wouter Bos: „Het gaat ernaar toe dat we een gemeenschappelijke, Europese benadering bespreken om tegoeden te garanderen. Voor hoeveel, dat kan ik nog niet zeggen. We zitten hier alleen met de twaalf eurolanden. Morgen komen EU-landen die niet met de euro betalen, er ook bij. We willen dit eerst met z’n allen overleggen, en dan pas met de pers.”
Maar dat maskeerde de onenigheid die er onder de twaalf al was. Diplomaten vertelden dat sommige ministers uitvielen tegen Ierland, dat vorige week als eerste was ‘losgebroken’ van de bestaande Europese regeling – een minimumgarantie voor 20.000 euro. Daarna waren in heel Europa mensen van de ene bank naar de andere gaan hoppen. Griekenland, Portugal, Denemarken – diverse landen volgden daarna het Ierse voorbeeld. Zweden was, met Duitsland, een van de laatsten. De Finse minister, die als een van de weinigen de spaartegoeden van zijn landgenoten nog níet compleet heeft gegarandeerd, vertelde gisteren dat Zweedse banken in Finland al druk stunten met die garantie. Het was, kortom, elk land voor zich. En dat wakkerde het paniekgedrag juist aan.
Ministers die politiek willen overleven, kondigen nationale maatregelen af. Verkiezingen zijn immers nationaal, niet Europees.
Precies níet zoals het zou moeten, dus. „Wat zou moeten,” zei een diplomaat, „is dat de garantie in de hele EU omhoog gaat, om burgers gerust te stellen. En dat elk land dezelfde bedragen garandeert, of min of meer. Hoe meer verschillen, hoe meer mensen met geld gaan schuiven.” Maar de hoogte van dat bedrag viel moeilijk meer te bepalen. Eerst gingen er geruchten over 40.000 euro – een verdubbeling dus van het huidige bedrag. Uren later was dat al opgelopen tot 100.000 euro.
Maar is zo’n nieuwe, hogere garantie tijdelijk of permanent? Geldt ze alleen voor de ‘retail’-markt (consumenten), of ook voor bedrijven? En, een belangrijke vraag die velen dezer dagen over het hoofd lijken te zien: schendt zo’n garantie van tegoeden de Europese concurrentieregels niet, zeg maar dé spelregels voor het goed functioneren van de Europese interne markt?
Gisteravond, in Luxemburg, voelde de Nederlandse eurocommissaris Neelie Kroes (Mededinging) de Ierse minister van Financiën hierover aan de tand. Maar, merkte iemand op: „Ze kan wel bezig blijven.” Velen vrezen dat de landen straks ook de regels van het stabiliteitspact aan hun laars lappen. Ministers verzekeren van niet. Maar het klimaat is emotioneel geladen. Een eurocommissaris als de Ier McCreevy valt openlijk zijn collega’s af door te zeggen dat een Europese aanpak niet nodig is. Niemand vertrouwt niemand meer. Als de bijeenkomst in Luxemburg iets aantoonde, dan is het wel dat de ontrafeling van het Europese financieel-economische regelsysteem niet ondenkbaar meer is.
