Duitsland is om, nu Nederland nog
Het is moeilijk om solide te begroten én de economie te steunen. De druk op het kabinet om te kiezen wordt groter. Nederland kan niet gratis blijven meeliften.
Den Haag, 15 jan. De Europese druk op Nederland wordt met de dag groter. Duitsland, de brede rug waarachter Nederland zich gewoonlijk verschuilt om vast te houden aan oerdegelijke overheidsfinanciën, is ‘om’. Geconfronteerd met de snel verslechterende economische situatie in Duitsland heeft de grote coalitie onder bondskanselier Merkel besloten tot „buitengewone maatregelen voor buitengewone tijden”.
De Duitse regering heeft een economisch stimuleringspakket van 50 miljard euro aangekondigd en kiest daarmee voor oplopende schulden en tekorten.
Het kabinet Balkenende erkent: de vooruitzichten voor de Nederlandse economie zijn niet goed. De financiële crisis kan leiden tot „massaontslagen”, zei minister Donner (Sociale Zaken, CDA) gisteren. Het kabinet houdt rekening met een heftiger krimp van de economie dan de min 0,75 procent die het Centraal Planbureau (CPB) vorige maand voorspelde. Het rooskleurige begrotingsbeeld voor dit jaar, dat op Prinsjesdag werd gepresenteerd (een overschot van één procent) ligt aan diggelen.
Minister Bos (Financiën, PvdA) en premier Balkenende (CDA) verdedigen tot nu toe de stelling „we doen toch al zo veel”. In 2009 komt er immers lastenverlichting en neemt de koopkracht toe. De loonstrookjes van deze maand zullen dat binnenkort zichtbaar maken.
Maar dit standpunt ligt steeds meer onder vuur. Niet zozeer omdat ondernemers de deur plat lopen bij het kabinet met verzoeken om steun voor hun bedrijfstakken, maar omdat andere Europese lidstaten vinden dat Nederland niet kan achterblijven. Volgende week zal Bos het op de maandelijkse vergadering van de Europese ministers van Financiën ongetwijfeld voor zijn kiezen krijgen.
Het open karakter van de Nederlandse economie betekent dat van iedere euro stimulering van de economie er ongeveer 60 cent ‘weglekt’ naar het buitenland. In grotere economieën, zoals Duitsland, Frankrijk of Groot-Brittannië, is dit ‘weglekeffect’ minder.
In het verleden verweet Nederland de zuidelijke lidstaten onder de eurolanden vaak profiteursgedrag: ze genoten van de lage rente en stabiliteit van de euro, maar voerden niet het sobere begrotingsbeleid dat daarbij was afgesproken.
Nu wordt juist Nederland ‘free riders’-gedrag verweten: andere landen trekken tientallen miljarden uit om hun economie te stimuleren, Nederland leunt achterover en profiteert hiervan.
Eind vorig jaar dacht het kabinet Brussel een slag voor te zijn door een stimuleringspakket van zes miljard euro aan te kondigen, ruwweg één procent van het bruto binnenlandse product. Maar dit pakket bestond grotendeels uit bestaande plannen (zoals de aangekondigde lastenverlichting) en uit inkomstendalingen door de verwachte economische neergang.
Morgen zal het kabinet aanvullende maatregelen aankondigen, maar geen groots herstelplan. Kamerlid Paul Tang (PvdA) noemt het „no regret options”: verstandige besluiten waar je later geen spijt van krijgt. Bos zei deze week al dat het gaat om maatregelen waar weinig geld mee is gemoeid.
De vraag is wanneer het kabinet met het echt grote werk komt. Daarvoor zijn méér alarmerende data nodig, plus een beter beeld hoe erg de begroting van 2009 ontspoort. Dát dit gebeurt, daar is iedereen het wel over eens. Al was het maar omdat de lager dan geraamde inflatie zich in hogere uitgaven zal vertalen. Dit verplicht volgens de begrotingsregels tot bezuinigingen op de uitgaven. Zal Nederland straks het enige land in Europa zijn dat in een recessie harde bezuinigingsmaatregelen durft te nemen?
Extra uitgaven liggen meer voor de hand. Maar waaraan? De infrastructuur is geen ideale oplossing: extra investeringen stuiten op procedures en vergen veel tijd.
Lastenverlichting was tot nu toe niet aan de orde in de Nederlandse discussie over mogelijke maatregelen. Het risico dat consumenten door onzekerheid en weinig vertrouwen het geld onder hun matras stoppen of hun schulden afbetalen, wordt daarvoor te groot geacht.
Hoe kunnen consumenten wél aangespoord worden tot extra besteding? Een beproefd middel is om de laagste inkomensgroepen meer bestedingsruimte te geven. De kans dat een bijstandsmoeder een extraatje daadwerkelijk uitgeeft, is immers groot. Op het ministerie van Financiën zou hierop gestudeerd worden, maar binnen het kabinet zal dat vrijwel zeker tot een politieke botsing leiden. De economische ratio van lastenverlichting voor de laagste inkomens mondt dan uit in een discussie over inkomensbeleid, want het CDA zal grote moeite hebben met zo’n nivellerende aanpak.
Aangezien de PvdA minder problemen heeft met extra bestedingen, ligt de sleutel bij het CDA. CDA-bewindslieden willen enerzijds vasthouden aan een solide begroting, anderzijds zien ze ook in dat de overheid een grotere rol moet spelen om de bestedingen in crisistijd op peil te houden.
Balkenende voelt de druk van zijn Europese collega’s. Nu zijn natuurlijke bondgenoot Angela Merkel hem is ontvallen, staat hij er in Brussel alleen voor.
