Britse overheid komt met nieuw steunplan banken

Door onze correspondent

Londen, 19 jan. De Britse regering heeft vanmorgen een omvangrijk nieuw hulppakket voor banken bekendgemaakt, dat is bedoeld om de nog altijd stagnerende kredietverlening in het land weer op gang te brengen.

Minister van Financiën Alistair Darling liet weten dat de regering tegen betaling van een vergoeding bereid is zich garant te stellen voor een groot deel van de ‘slechte’ leningen van de banken. In ruil daarvoor worden de banken contractueel verplicht meer geld uit te lenen aan nieuwe klanten.

De nieuwe hulp dient ter aanvulling op de miljardensteun, die het kabinet van premier Gordon Brown in oktober ter beschikking stelde om de financiële sector overeind te houden. Toen zette de regering een fonds op van 50 miljard pond (55 miljard euro) voor steun aan noodlijdende banken en bood garanties ter waarde van 250 miljard pond. De banken gebruikten de overheidssteun in de praktijk echter vooral om hun financiële reserves op peil te houden, niet om nieuwe leningen te verstrekken, zoals de regering had gehoopt.

Hoeveel geld precies met de jongste reddingsoperatie is gemoeid, valt niet met zekerheid te zeggen. Dat komt doordat moeilijk is te taxeren hoe de waarde van veel leningen zich gedurende de huidige recessie zal ontwikkelen. Volgens berichten in de media kan het echter gaan om garanties voor een bedrag van 200 miljard pond.

De Londense beurs reageerde positief op het initiatief. De aandelen van de meeste banken gingen omhoog. Barclays, dat vrijdag de koers van zijn aandelen nog met een kwart had zien dalen, steeg prompt met 19 procent.

Een uitzondering vormde de aandelen van Royal Bank of Scotland (RBS), die 30 procent daalden. Dat hangt samen met berichten dat de bank vorig jaar een verlies heeft geleden van zo’n 8 miljard pond, het grootste verlies dat een commerciële bank in Groot-Brittannië ooit heeft geboekt. Als het verlies in waarde van de eigen bezittingen wordt meegeteld, is het verlies zelfs opgelopen tot 28 miljard pond. De problemen bij RBS worden voor een belangrijk deel toegeschreven aan de kostbare overname van ABN Amro in 2007. RBS kocht onder meer de zakenbanktak van ABN Amro en moet op deze divisie nu fors afschrijven – naar verwachting tussen de 15 en 20 miljard pond. In het licht van de huidige problemen bij RBS heeft de Britse regering besloten haar aandeel in de bank verder te verhogen, van 58 tot 70 procent.

Ook is er sprake van dat de regering meer greep krijgt op Lloyds TSB, dat vanaf vandaag formeel ook eigenaar is van de hypotheekbank HBOS. De regering bezat sinds vorig najaar al 43 procent van de aandelen en wil die volgens mediaberichten tot 50 procent uitbreiden. Lloyds TSB verzet zich hier echter tegen.

Gepubliceerd in:
Economie
Economie