Lot van Gordon Brown op het spel bij de G20-conferentie
Gordon Brown is gastheer van de aanstaande G20-conferentie op 2 april. Juist voor hem staat er veel op het spel. Kan hij zijn geloofwaardigheid en prestige terugwinnen?
Londen, 18 maart. In het gunstigste geval wordt iedereen in de wereld er een beetje beter van, wanneer de belangrijkste regeringsleiders elkaar straks op 2 april in Londen treffen voor een topconferentie over de aanpak van de recessie. Maar niemand heeft er zo veel bij te winnen als de gastheer, de Britse premier Gordon Brown.
Wordt de zogeheten G20-conferentie een succes, dan kan Brown zich weer met enige geloofwaardigheid presenteren als de man die met vaste hand zijn land én de wereld de weg wijst door de crisis. Die weelde kende hij ook vorige herfst al even, toen de problemen met de banken acuut werden. Als eerste regeringsleider liet de voorheen zo voorzichtige premier de Britse staat onvervaard forse belangen nemen in grote banken die ten onder dreigden te gaan. Ook voerde hij de overheidsuitgaven op om de stagnerende economie te stimuleren.
Het leverde hem bewonderaars op in binnen- en buitenland. De man die kort daarvoor nog was verguisd door de meeste Britten, stond plotseling in hoog aanzien. Maar zijn reddingswerk vertoonde al snel scheuren. In januari moest de staat de banken opnieuw met vele miljarden te hulp snellen, en ruim een maand later alweer. Browns populariteit daalt intussen gestaag. Dat zorgt voor onrust in zijn Labour Partij, want uiterlijk volgend voorjaar zijn er nieuwe verkiezingen voor het Lagerhuis.
Tot overmaat van ramp kwam het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gisteren met nieuwe prognoses, waaruit bleek dat van alle grote Westerse economieën de Britse het langst in recessie zal blijven. Na een krimp met 3,8 procent dit jaar zal ook het volgende jaar volgens het IMF nog een daling met 0,2 procent te zien geven. Geen cijfers waaraan de premier veel gezag kan ontlenen als redder van de wereldeconomie.
Brown zet nu alles op alles om de conferentie te doen slagen. Een herhaling van 1933, toen ministers op een conferentie in Londen wekenlang tevergeefs poogden het eens te worden over de aanpak van de recessie, wil hij per se voorkomen. Iedereen viel toen terug op protectionistische maatregelen, die de recessie juist verergerden. Volgens Brown zou dat „de weg naar de ondergang” zijn, zoals hij in het dagblad The Guardian zei.
Brown overdrijft, zeggen critici. „Dat gevaar ligt nu niet zozeer op de loer”, meent Charles Grant, directeur van het Centre for European Reform, een denktank. „Er zijn weinig aanwijzingen dat landen terugvallen op protectionisme zoals in de jaren dertig.”
Browns ambities voor de topconferentie kennen nauwelijks grenzen. De leiders moeten het niet alleen eens worden over een gezamenlijk stimuleringspakket voor de economie, en het protectionisme de kop indrukken, maar ze moeten ook een nieuw stelsel voor de regulering van de financiële sector ontwerpen en het IMF hervormen. Bovendien moeten ze de armsten in de wereld proberen te vrijwaren van de gevolgen van de huidige recessie. En dat allemaal in één dag – meer tijd hebben de leiders niet.
Critici menen dat de deelnemers zich beter kunnen richten op het meest urgente probleem: het weer op gang brengen van de economie, vooral de financiële sector. Juist op dat punt bestaan er echter belangrijke meningsverschillen. „De Britse en de Amerikaanse regeringen willen een internationaal gecoördineerde fiscale impuls geven aan de economie, maar de Fransen en vooral de Duitsers zijn daarop tegen”, zegt professor Richard Jackman, hoogleraar economie aan de London School of Economics. Ook de ministers van financiën van de G20-staten werden het daarover zaterdag niet eens.
Brown verkeert hierbij in een lastige positie. Het is immers ook van belang dat de grote lidstaten van de Europese Unie op dit eerste treffen in Europa met de nieuwe Amerikaanse president Obama op één lijn zitten. De Britse oud-staatssecretaris voor Europese zaken Denis MacShane heeft gewaarschuwd dat Obama Europa anders niet erg serieus kan nemen. Volgens Grant lukt dat wel, omdat de Europese tegenstellingen op dit punt niet fundamenteel zijn.
Jackman daarentegen acht het bijna onvermijdelijk dat Obama de indruk van een verdeeld Europa krijgt. „Al die verschillende Europese regeringsleiders zitten aan tafel en ik denk niet dat iemand als de Franse president Sarkozy zich de mond laat snoeren door Europese collega’s.”
Meer eer valt er voor Brown wellicht te behalen bij de hervorming van het IMF. De ministers van financiën werden het in beginsel al eens over een verdubbeling van de fondsen van het IMF. Ook China, India en Rusland moeten daaraan substantieel bijdragen. Die eisen echter in ruil daarvoor een zwaardere stem in het kapittel. Helaas voor Brown kleeft hieraan een nadeel: dat zou ten koste gaan van de invloed van Europese landen als Groot-Brittannië en Frankrijk.
