Kranten VS happen naar adem

De laatste papieren editie van de Seattle Post-Intelligencer rolde in maart van de pers. De krant is nu alleen nog online te lezen.
Door onze redacteur Jan Benjamin

De ene na de andere Amerikaanse krant wankelt. Krantenwebsites kunnen de teruggang niet compenseren. De economische crisis versnelt de teloorgang nog.

Rotterdam, 7 april. Huilend zat ze aan haar bureau. Verslaggever Maren Hunt en haar collega’s van The Seattle Post-Intelligencer hoorden drie weken geleden het trieste nieuws. Hun krant stopte ermee. Uitgever Hearst vond voor het verliesgevende dagblad geen koper en staakte de papieren editie. „Iedereen zag het einde naderen”, zei Hunt in haar krant, „maar het blijft een enorme klap.” 140 journalisten verloren hun baan.


Zo werd Seattle, stad van Boeing en Starbucks, Microsoft en Amazon, Jimi Hendrix en Nirvana, een one paper city. Maar ook die krant, The Seattle Times, heeft het moeilijk. In heel Amerika happen kranten naar adem. Na jaren van ontslagen, opheffen van bijlagen, schrappen van correspondenten zijn de middelen om te bezuinigen op en vallen de eerste titels om.

1 miljoen dollar per week verlies

Krantenwebsites kunnen de teruggang niet compenseren. De economische crisis verergert de teloorgang nog. De grote kranten, met meer middelen, wankelen nu ook. De Rocky Mountain News in Denver was, eind februari, het eerste grote Amerikaanse dagblad dat stopte. The Boston Globe is mogelijk de volgende. Eigenaar The New York Times Company dreigt de Globe te sluiten als de vakbonden niet snel met forse bezuinigingen akkoord gaan. De krant verliest meer dan 1 miljoen dollar per week. En The New York Times zelf heeft grote financiële zorgen.

Vijf uitgevers, waaronder Tribune (Los Angeles Times, Chicago Tribune) hebben uitstel van betaling aangevraagd. Beursgenoteerde krantenuitgevers zien hun aandelenkoersen kelderen. Volgens onderzoeksbureau ‘24/7 Wall St’ dreigen acht van Amerika’s vijftig grootste kranten de komende anderhalf jaar te verdwijnen.

Advertentie-inkomsten verdampt

De advertentie-inkomsten van veel kranten zijn verdampt. The Miami Herald bijvoorbeeld is zwaar getroffen door de huizencrisis in Florida. The Detroit News deelt het leed van de auto-industrie. In Detroit wordt de krant sinds vorige week niet meer thuisbezorgd op de meeste dagen van de week. General Motors, Ford en Chrysler plaatsten voor honderden miljoenen dollars minder advertenties in de kranten.

Over heel 2008 daalde de reclameomzet van de kranten met een betrekkelijk bescheiden 10 procent, aldus onderzoeksbureau Nielsen Media. Maar dat gemiddelde maskeert volgens Nielsen het zeer slechte laatste kwartaal van 2008, en 2009 wordt niet veel beter. Rubrieksadvertenties, in de jaren negentig nog goed voor 40 procent van de advertentie-inkomsten bij Amerikaanse kranten, stromen al jaren richting internet.

Abonnees lezen liever online

Ze volgen de lezers. Abonnees zeggen de krant op omdat zij het nieuws liever online lezen. Volgens het Pew Research Center werd in 2008 een omslagpunt bereikt. Meer Amerikanen haalden hun nieuws liever van gratis sites dan uit betaalde papieren kranten. Slechts één grote krant laat lezers betalen voor online-informatie, The Wall Street Journal. Nog niet zo lang geleden werd de zakenkrant hierom uitgelachen. Toen Rupert Murdoch de titel vorig jaar kocht – de grootste krantenaankoop in jaren – wilde hij het webabonnement opheffen. Maar daar kwam hij op terug. WSJ.com is nu winstgevend.

Murdoch heeft een ander probleem. Hij nam WSJ-moeder Dow Jones over met een bonus van 60 procent per aandeel, maar moet daarop nu fors afschrijven. Vóór de economische crisis konden krantenconcerns de rentes voor hun overnames wel betalen, maar nu niet meer. Vastgoedmagnaat Sam Zell bijvoorbeeld leende in 2007 8,2 miljard dollar om Tribune te kopen. Inmiddels dreigt een faillissement. Volgens kredietbeoordelaar Moody’s heeft Tribune een schuld van 12,3 keer het bedrijfsresultaat. Normaal is een factor twee of drie.

Zware schulden drukken op begroting

Sommige van deze uitgevers zijn nog steeds redelijk gezonde bedrijven, maar het probleem is hun schuld, schrijft Alan Mutter, dagbladveteraan en maker van het weblog Reflections of a Newsosaur, in de Financial Times. De kranten moeten volgens hem „onredelijk hoge winsten” halen om de zware schulden te dragen die voortkomen uit „slecht doordachte, slecht getimede overnames”.

Dat vindt ook een andere blogger, oud-journalist en auteur Paul Gillin. Hij maakt de site Newspaper Death Watch. Niet de journalisten maar de uitgevers zijn wat hem betreft schuldig aan de crisis in de dagbladwereld. „Zij hebben zich niet goed aangepast aan het web”, schrijft Gillin op zijn blog. Bovendien hebben ze volgens hem hun advertentieverkoop niet gericht op lokale bedrijven, maar op rubrieksadvertenties en grote winkelketens. Beide submarkten slinken juist, stelt Gillin, door internet, door consolidatie in de retailsector en door de crisis.

Redacteuren massaal ontslagen

En hoe reageren de uitgevers? Het aantal redacteuren bij Amerikaanse kranten is sinds 1980 nog nooit zo sterk gedaald als vorig jaar. Weblog Paper Cuts houdt de stand bij: in 2008 verloren 15.700 werknemers van krantenuitgevers (journalisten, advertentieverkopers, drukkers) hun baan, dit jaar staat de teller al op 5.711.

Sommige uitgevers proberen lucratieve bezittingen af te stoten om de kranten overeind te houden. The New York Times en andere uitgevers verkochten hun luxe hoofdkantoren en huren nu (een deel van) de kantoren terug. The Times wil ook af van zijn belang in honkbalclub Boston Red Sox.

Hoe nu verder? Nog meer bezuinigen? Lopen lezers dan niet helemaal weg? Wie zijn bureaus in Washington schrapt is afhankelijk van persbureaus, maar hun kopij staat al overal online. Wie de stadsredactie uitkleedt wordt irrelevant voor de regio.

Sommige kranten concentreren zich op internet, zoals The Capital Times (zie: Paul Fanlund heeft sterven van krant aan den lijve meegemaakt). Maar de ingekrompen redacties kunnen minder diep op het nieuws ingaan. Zo blijft een titel weliswaar bestaan, maar wordt de belangrijkste taak van de krant uitgehold.

Volgens het Pew Research Center is nog slechts één medium in de VS in staat om onderwerpen op de agenda te zetten. Niet de tv, niet het weblog, maar de krant. Hoe lang nog?

Volgens de World Association of Newspapers kromp de totale krantenoplage in Europa in 2007 met 1,87 procent. In de Verenigde Staten was die daling 2,14 procent. Er zijn nog geen cijfers voor 2008. Ook in Europa dalen de advertentie-inkomsten. Gratis kranten – daarvan zijn er meer in Europa dan in Amerika – komen het eerst in gevaar.

Een verschil met de VS: de oplagen zijn hier groter. De Telegraaf is met 720.000 exemplaren groter dan de vijfde krant in de VS. Maar ook in Europa zuchten uitgevers onder hoge schulden door grote overnames. En ook in Europa verliezen veel medewerkers van krantenbedrijven hun baan. Het aantal ontslagen in Nederland is de komende tijd zeker 1.300.

In tegenstelling tot de VS, krijgen dagbladen in sommige Europese landen subsidie, zoals in Frankrijk en Denemarken.

Paul Fanlund heeft het einde van een krant aan den lijve meegemaakt. Als hoofdredacteur van The Capital Times, een gerespecteerde, progressieve krant in Madison, Wisconsin. De titel verloor de laatste jaren tweederde van zijn lezers. Met een oplage van 16.500 was een dagelijkse krant niet meer rendabel, vertelt Fanlund telefonisch. „We vroegen ons oprecht af hoe we relevant konden blijven.”

Die vraag kwam na jaren van strijd om nieuwe lezers. Een van de acties die Fanlund zich herinnert is het een maand lang weggeven van duizenden kranten aan elk huishouden in wijken die in 2000 op Al Gore stemden, en vier jaar later op John Kerry. „De actie zette geen zoden aan de dijk.” Iedereen vond het een mooi initiatief, maar betalen wilden de lezers niet.

De enige uitweg was het begin 2008 opheffen van de papieren editie. The Capital Times was de eerste grote Amerikaanse krant die de overstap maakte naar een online uitgave. Zeven dagen per week, achttien uur per dag, de krant zou actueler worden dan ooit, het baanverlies beperkt blijven: van 64 journalisten naar 44.

„Ik wil het woord ‘gedwongen’ niet gebruiken”, zegt Fanlund, „maar de economie heeft ons sindsdien in ieder geval ‘gestimuleerd’ om te veranderen.” Hij bedoelt dat de onlinekrant weer op de schop moet bij gebrek aan adverteerders. Er is (nog steeds) geen geld voor onderzoeksjournalistiek. Voor achtergrondverhalen. Voor reportages. Eigenlijk voor niets waarmee The Times zich in de nieuwe vorm kan onderscheiden van snelle nieuwssites. De nieuwe aandachtsgebieden van de eens zo degelijke titel? „Politieberichten. Het weer. Branden. Misdaad.”

Dat het ooit zover zou komen, Fanlund voorzag het lang niet. „Er was een tijd dat we dagen vergaderden over het verplaatsen van de overlijdensadvertenties van het ene naar het andere katern”, verzucht hij nu. Fanlund trekt het falen liever breder dan alleen zijn redactie. „Amerikaanse kranten hebben nu eenmaal niet de reputatie enorm dynamisch en veranderingsgezind te zijn.”

Gepubliceerd in:
Economie