Gasbaten Slochteren uitgegeven aan sociale zorg
Rotterdam, 13 juni. Bijna een kwart van de 211 miljard euro gasbaten die het Rijk sinds de ontdekking van het Groningen-gasveld in 1959 heeft geïncasseerd, is in de loop der jaren besteed aan de sociale zekerheid. Op de tweede plaats komen openbaar bestuur en veiligheid (ruim 20 procent).
Dat blijkt uit berekeningen van NRC Handelsblad in samenwerking met Flip de Kam, hoogleraar openbare financiën aan de Rijksuniversiteit Groningen. Volgende maand is het vijftig jaar geleden dat de gasbel bij Slochteren werd ontdekt, één van de grootste gasvelden ter wereld.
De berekeningen geven een „onthutsend beeld”, zegt Sweder van Wijnbergen, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Slechts 15 procent van de baten werden geïnvesteerd in de infrastructuur. Nederland had, vindt Van Wijnbergen, een veel betere publieke infrastructuur kunnen hebben. „Chargerend zou je kunnen zeggen dat Nederland niet in de file had hoeven te staan wanneer het geld slimmer was besteed.”
Door de aardgasbaten konden politici de verzorgingsstaat opbouwen, zegt De Kam. Zonder de gasbaten hadden de burgers in de loop van de jaren vele miljarden euro’s meer aan belastingen en sociale premies moeten opbrengen om de gedane collectieve uitgaven te kunnen financieren.
Wat had Den Haag met de gasbaten wel moeten doen? Staatsinkomsten uit natuurlijke bronnen moeten, volgens de regels van goed beheer, worden omgezet in vermogen. „De staat heeft het geld uitgegeven, maar niet aan investeringen”, zegt Kees Koedijk, hoogleraar financieel management aan de Universiteit van Tilburg. „Het kortetermijnbeleid heeft het gewonnen van de langetermijnvisie”, zegt hij.
Lees meer over de besteding van de aardgasbaten.

