CPB-top: beperk de macht van banken
Twee directeuren van het CPB stellen in hun nieuwe boek dat de kredietcrisis blijvende schade toebrengt aan de Nederlandse economie.
Den Haag, 2 sept. Tien magere jaren. Dat staat Nederland te wachten als gevolg van ‘de grote recessie’ zoals Coen Teulings en Casper van Ewijk, de directeur en onderdirecteur van het Centraal Planbureau (CPB), de economische crisis naar analogie van ‘de grote depressie’ in de jaren dertig van de vorige eeuw noemen.
Gisteren presenteerden Van Ewijk en Teulings een boek met de gelijknamige titel, De grote recessie. Medewerkers van het CPB hebben aan het boek bijgedragen.
De gevolgen van de crisis, zei Teulings bij de presentatie, zullen het budgettaire beleid van de overheid de komende tien jaar bepalen. Er moet tientallen miljarden worden bezuinigd om de ontwrichte overheidsfinanciën geleidelijk weer op orde te krijgen. Over twee weken presenteert het kabinet de Miljoenennota 2010, die zoals ieder jaar gebaseerd is op de gebruikelijke economische ramingen van het CPB.
CPB overvallen door schokeffecten
In de inleiding van De grote recessie schrijven de auteurs dat het „een eerste analyse van de crisis" is en niet „een finaal oordeel over de turbulente gebeurtenissen van het afgelopen jaar". Daarbij was sprake van „het falen van ongereguleerde markten", zoals Teulings gisteren zei. De schokeffecten hiervan hebben de economen van het CPB vorig jaar overvallen. Teulings, gisteren: „Meestal heeft het CPB een voorspelfout in zijn groeiramingen van 1 procent. Nu zaten we er 6 procent naast."
Op basis van historische cijfers over financiële crises in talloze landen komen Van Ewijk en Teulings tot een ontnuchterende inschatting van de gevolgen van de huidige crisis. De economische krimp richt blijvende schade aan. De omvang van de economie, het bruto binnenlandse product (bbp), blijft kleiner dan zonder crisis het geval was geweest en de werkloosheid blijft lange tijd hoog. Nederlands staat, anders dan Spanje, Ierland of Groot-Brittannië, evenwel geen diepe crisis in de huizenmarkt te wachten.
„Als in de loop van 2010 of 2011 de economie weer begint te groeien, staat het bbp op het niveau van ongeveer 2006. We zijn dan dus vier jaar groei kwijtgeraakt", schrijven de CPB-auteurs.
Loonkostensubsidie voor de firma list-en-bedrog
De grote recessie is geen beleidsdocument. Over één van de kabinetsmaatregelen tegen de crisis zijn de CPB-auteurs kritisch: de deeltijd- WW, de loonkostensubsidie om mensen tijdelijk minder te laten werken. Geld komt terecht bij bedrijven waarvoor het niet is bedoeld en er wordt gesjoemeld. Op die manier ontaardt deeltijd-WW „in een loonkostensubsidie voor de firma list-en-bedrog", waarschuwen Van Ewijk en Teulings.
De deeltijd-WW is deels uitstel van executie: bedrijven die er gebruik van maken, zullen later alsnog mensen moeten ontslaan. Als economen vinden Van Ewijk en Teulings dat de deeltijd-WW en de ontslagbescherming de starheid van de arbeidsmarkt bestendigen. Werkloosheid wordt er niet door voorkomen, maar verborgen. „Het grote risico is dat met belastinggeld – ze becijferen de deeltijd- WW op ruim 700 miljoen – bedrijven overeind gehouden worden die uiteindelijk toch zullen omvallen."
Positiever zijn ze over extra scholing. Onderwijs biedt volgens hen soelaas tegen de negatieve gevolgen van de crisis en is „een goede besteding van de verloren tijd".
Institutioneel raamwerk ontbreekt
Voor de aanpak van banken bevat het boek van de CPB-auteurs ook een advies aan het kabinet. Maak gebruik van de financiële crisis om wetgeving door te voeren die de macht van banken beperkt voordat banken hun politieke invloed weer kunnen aanwenden.
Ze zijn voorstanders van wetgeving zodat probleembanken genationaliseerd kunnen worden voordat ze omvallen. „Een institutioneel raamwerk dat hard ingrijpen mogelijk maakt bij banken die failliet dreigen te gaan, ontbreekt." Waarbij de overheid als toezichthouder moet kunnen afdwingen dat aandeelhouders én obligatiehouders van banken verlies lijden bij ingrijpen.
Reddingsoperaties van banken die in meer Europese landen actief zijn, zijn langs nationale lijnen verlopen. Grensoverschrijdende banken vragen om Europese regelgeving. Een Europese aanpak van slecht functionerende banken met een Europese toezichthouder kan strategisch gedrag van nationale toezichthouders voorkomen, menen de CPB-auteurs.
