Nederland verliest aan concurrentiekracht

Windmolenpark van Eneco in de Noordzee, 23 kilometer uit de kust van IJmuiden.
Door onze redacteur Marcel aan de Brugh

Utrecht, 8 sept. Nederland heeft door de economische crisis meer aan concurrentiekracht verloren dan veel andere landen. Het is gezakt van de achtste naar de tiende plek op de wereldranglijst van meest concurrerende landen. Japan en Canada zijn Nederland voorbij gestreefd.

Dat blijkt uit het jongste Global Competitiveness Report van het World Economic Forum (WEF), een invloedrijk adviesorgaan van ondernemers, politici en wetenschappers.

De daling van Nederland hangt sterk samen met de economische crisis, zegt hoogleraar Henk Volberda van het Erasmus Strategic Renewal Center in Rotterdam, dat het onderzoek voor Nederland heeft uitgevoerd. „Alle landen hebben last van de crisis, maar sommige meer dan andere.” Zo hebben bedrijven in Nederland hun budget voor onderzoek en ontwikkeling (r&d, research and development) harder teruggeschroefd dan in menig ander land. Verder zijn de financiële markten in Nederland beduidend slechter gaan werken, is de solvabiliteit van de banken afgenomen en lenen de banken minder makkelijk geld uit aan bedrijven dan in bijvoorbeeld Duitsland of Finland. Daarom vindt Volberda het plan dat de politieke partij SP afgelopen weekend lanceerde „geen slecht idee”. De SP pleit ervoor een staatsbank op te richten die kredieten verstrekt aan ondernemers.

Daarnaast is er een aantal factoren waarop Nederland al jaren slecht scoort, en waar ook weinig verbetering in komt. Het produceert weliswaar veel nieuwe kennis, in de vorm van wetenschappelijke publicaties, maar weet die kennis slecht om te zetten in nieuwe producten en diensten. De samenwerking tussen universiteiten en bedrijfsleven blijft relatief slecht. Het bedrijfsleven investeert verhoudingsgewijs weinig in r&d. De overheid koopt als klant weinig geavanceerde technologie in.

Volberda plaatst Nederland nu in de lijst van verliezers, waar ook Spanje, Ierland, Rusland en IJsland in staan. „Het kabinet en het Innovatieplatform hebben zich in 2002 tot doel gesteld om Nederland in de topvijf te krijgen. Maar ze doen te weinig om van Nederland een kenniseconomie te maken”, zegt hij. Volberda pleit ervoor dat bedrijven, universiteiten en hogescholen meer met elkaar gaan samenwerken, en dat ze hun managers meer gaan afrekenen op innovatie.

Meest concurrerende land dit jaar is Zwitserland. Die toppositie nam het in 2006 ook al in, maar de afgelopen twee jaar werd het van die plaats verdrongen door de Verenigde Staten. De VS hebben nu ook veel last van de crisis, en zijn gezakt naar plaats twee. Zwitserland blinkt uit met een prima infrastructuur, een goed functionerende arbeidsmarkt, hoge bedrijfsinvesteringen in r&d, en een hechte samenwerking tussen universiteiten en bedrijfsleven.

Ook de Scandinavische landen scoorden dit jaar weer goed. Ze blijven veel in hoger onderwijs en innovatie investeren.

Verder deden de opkomende economieën, met uitzondering van Rusland, het goed. China steeg een plek en kwam uit op plaats 29, India ging van 50 naar 49, en Brazilië maakte een sprong van 64 naar 56.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Economie
Nieuwsbrief