Aanwas Oost-Europese werknemers stagneert

Door een onzer redacteuren

Rotterdam, 28 sept. De groei van het aantal Oost-Europese werknemers in Nederland is in het tweede kwartaal van dit jaar tot stilstand gekomen. Dat meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanochtend.

In juni telde Nederland 104.000 werknemers uit Oost-Europese lidstaten, bijna evenveel als een jaar eerder.

Hiermee lijkt een eind gekomen aan de sterke stijging van het aantal Oost-Europese werknemers sinds 1 mei 2007, toen de grenzen opengingen voor werknemers uit een aantal Oost-Europese landen. In 2007 steeg hun aantal naar 68.000. In 2008 kwamen er nog eens 40.000 werknemers uit Oost-Europa bij, voornamelijk (85 procent) Polen.

Het aantal Oost-Europeanen bereikte in het derde kwartaal van 2008 met 110.000 een piek. Sindsdien zette de daling in, tot 90.000 in het eerste kwartaal van dit jaar. „Een teruggang in de winter is normaal”, zegt econoom Michiel Vergeer van het CBS in een toelichting. „De vraag naar Polen is in de zomer altijd groter. Maar dit jaar zagen we voor het eerst dat de seizoensvraag veel zwakker was dan in voorgaande jaren.”

Oost-Europeanen doen het nog redelijk goed

Tot nu toe leken de Oost-Europeanen minder last te hebben van de crisis dan Nederlandse werknemers.

Uit cijfers die de ABU, de grootste branchevereniging van uitzendbureaus, in juli bekendmaakte, blijkt dat de Oost-Europeanen het nog relatief goed doen op de Nederlandse arbeidsmarkt. In het eerste half jaar van 2009 daalde de vraag naar Poolse uitzendkrachten met 10 tot 15 procent , maar gemiddeld daalde het aantal uitzenduren met 23 procent.

„Polen springen kennelijk in op plaatsen waar het voor werkgevers moeilijk is om mensen te krijgen”, zegt Vergeer. „Aardbeien plukken of asperges steken, zijn nog steeds geen populaire banen voor Nederlandse werknemers, ondanks de crisis.”

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Economie