Koningin reageert op Quote-500

Koningin Beatrix.
Door onze financiële redactie

Rotterdam, 4 nov. In kringen van ‘oud geld’ praat men niet over geld. Helemaal niet als anderen daar publiekelijk een slag naar slaan. Dit jaar legt koningin Beatrix die code naast zich neer door te reageren op de schatting van tijdschrift Quote van haar vermogen.

Voor het eerst in het dertienjarig bestaan van de miljonairslijst Quote 500 is het staatshoofd ingegaan op de schatting die het blad van haar vermogen maakt. In een e-mail liet de Rijksvoorlichtingsdienst eind september namens Beatrix aan Quote weten dat 800 miljoen euro te hoog is ingeschat. „Iedere aanpassing naar beneden van het door u genoemde vermogen zal de schatting dichter bij de werkelijkheid brengen", schrijft de RVD cryptisch.

Dat zou kunnen betekenen dat het koninklijk vermogen maximaal 400 miljoen moet bedragen; als ook 0 euro dichter bij de werkelijkheid ligt dan 800 miljoen, moet het dus maximaal 400 miljoen zijn. Quote is er niet op ingegaan. De familie Van Oranje staat met 800 miljoen op de 25ste plaats van de editie die morgen verschijnt. Volgens het blad is het vermogen van de Oranjes in een jaar met 20 procent geslonken. „Nog altijd een grove schatting" , verantwoordt de redactie, „maar dat ook de koninklijke familie onder de crisis lijdt, is zeker."

Volgens hoofdredacteur Sjoerd van Stokkum heeft de RVD toegezegd nog op de ware omvang van het Oranje-vermogen terug te komen. Omdat dat niet is gebeurd voor het blad naar de drukker ging, hield Quote vast aan 800 miljoen. Van Stokkum: „We nemen niet klakkeloos over als iemand zegt ‘haal er maar een miljardje af’. Eerst de bankafschriften laten zien, Trix."

Hij verklaart de openheid van de koningin uit de recente ophef om financiële kwesties. Prinses Christina bleek offshore-belastingconstructies via paleis Noordeinde te laten lopen en de kroonprins investeert in een omstreden vastgoedproject in Mozambique.

Tekst van brief RVD aan Quote:

Hierbij een aantal opmerkingen op enige feitelijke onjuistheden die in uw tekst zitten (op basis van de tekst van de begroting De Koning).

1. Belastingen

De leden van het Koninklijk Huis die in Nederland belastingplichtig zijn betalen de belastingen die ook voor andere burgers van toepassing zijn, behoudens de specifieke in wet- en regelgeving opgenomen fiscale vrijstellingen.

In wet- en regelgeving zijn voor de leden van het Koninklijk Huis dan wel voor de Koning en de vermoedelijke opvolger van de Koning, een aantal specifieke fiscale vrijstellingen opgenomen.

De Koning, de vermoedelijke opvolger van de Koning en de Koning die afstand heeft gedaan van het koningschap (en hun echtgenoten) betalen op grond van artikel 40 van de Grondwet geen loon- of inkomstenbelasting over de uitkeringen die zij vanwege het Rijk ontvangen. Ook worden op grond van artikel 40 van de Grondwet ten aanzien van deze leden van het Koninklijk Huis de vermogensbestanddelen die dienstbaar zijn aan de uitoefening van de functie niet meegenomen bij de berekening van de rendementsgrondslag voor de vermogensrendementsheffing.

Verder zijn de Koning en de vermoedelijke opvolger van de Koning op grond van artikel 40 van de Grondwet vrijgesteld van de rechten van schenking, successie en overgang over hetgeen zij krachtens erfrecht of door schenking verkrijgen van een lid van het Koninklijk Huis. Overigens kan voor de volledigheid nog worden vermeld dat in artikel 33 van de Successiewet een vrijstelling is opgenomen voor iedereen die iets verkrijgt van de H.M. Koningin of een ander lid van het Koninklijk Huis.

Voorts geldt op grond van artikel 13 van de Wet BPM juncto artikel 38, eerste lid, van de Wegenverkeerswet een vrijstelling van de belasting op personenauto’s en motorrijwielen voor AA-kentekens; bijzondere kentekens die kunnen worden verstrekt aan leden van het Koninklijk Huis.

Tot slot kan nog worden vermeld dat er op douaneterrein enkele vrijstellingen zijn die kunnen gelden voor leden van het Koninklijk Huis. Deze vrijstellingen zijn opgenomen in een Europese communautaire verordening (Verordening 918/83) en gelden derhalve ook voor andere EU-lidstaten. Het gaat om vrijstelling van rechten bij invoer betreffende:

a) geschenken, ontvangen in het kader van internationale betrekkingen; en

b) giften aangeboden aan regerende vorsten en staatshoofden.

De vrijstellingen van rechten bij invoer zijn van overeenkomstige toepassing op de omzetbelasting (a en b) en de accijnzen en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere producten (alleen de onder b genoemde vrijstelling).

2. Salaris

Het bedrag wat u noemt bij salaris is niet correct.

Bijgaand de passage uit de begroting 2009, met aansluiting op de 'terminologie en getallen' uit het artikel.

Als u spreekt over salaris moet u uitgaan van de grondwettelijke uitkering (A-component) en daarbij niet de vergoeding voor de personele en de materiële kosten bijtellen (B-component).

Bij de Koningin gaat het dan om € 813.000.

Bij de Prins van Oranje gaat het om € 241.000 en bij Prinses Máxima ook om € 241.000.

Grondwettelijke uitkering aan:

De Koning: 813 (A) + 4.188 (B) = 5.001 (totaal)

De vermoedelijke opvolger van de Koning: 241 (A) + 1.107 (B) = 1.348 (totaal)

De echtgenote van de vermoedelijke opvolger van de Koning: 241 (A) + 370 (B) = 611 (totaal)

Totaal = 6.960

3. Vermogen

Voor wat betreft het door u genoemde vermogen van 800 miljoen zal iedere aanpassing naar beneden de schatting dichter bij de werkelijkheid brengen.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Economie
Nieuwsbrief