Rapport: pensioenfondsen weinig gericht op risico's

Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA).
Door een onzer redacteuren

Den Haag, 19 jan. Besturen van pensioenfondsen hebben te weinig oog voor de risico’s die ze bij beleggingen lopen. Ze laten zich leiden door het behalen van rendement en letten te weinig op de kwaliteit van het beleggingsbeleid. Daarom is het noodzakelijk het bestuur van de fondsen met externe deskundigen te versterken.

Dat concludeert de Commissie Beleggingsbeleid en Risicobeheer Pensioenfondsen onder leiding van Jean Frijns, voormalig directeur van pensioenfonds ABP, in een rapport over de pensioenfondsen dat vandaag in Den Haag aan minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) werd aangeboden.

Minister Donner had de commissie vorig jaar gevraagd het beleggingsbeleid van pensioenfondsen te onderzoeken die door de internationale kredietcrisis in problemen kwamen. Door de dalende beurskoersen verminderde de waarde van hun bezittingen aanzienlijk, terwijl de verplichtingen door de dalende rente stegen.

Het rapport kan „forse implicaties” hebben voor de besturen van pensioenfondsen, zei Donner in een eerste reactie. Al wees hij erop dat de aanvullende pensioenen in de eerste plaats zaak zijn van de sociale partners die in de besturen van de pensioenfondsen zitten en de fondsen zelf. Maar het kan nodig blijken de pensioenwetgeving aan te passen, zei Donner.

Het kabinet zal voor april een reactie geven op zowel het rapport van Frijns Pensioen: onzekere zekerheid, als twee andere rapporten over de houdbaarheid van pensioenen en de totstandkoming van de premies.

Commissievoorzitter Frijns wees erop dat „2008 een zeer slecht jaar was met een waardeverlies van beleggingen van 120 miljard euro”. Alleen al 20 miljard was het gevolg van verliezen in de uitvoering. De pensioenfondsen hadden begin 2008 zo’n 600 miljard aan vermogen, waarvan jaarlijks 20 miljard wordt uitgekeerd aan pensioenuitkeringen. Jaarlijks komt er zo’n 25 miljard aan premies binnen.

Ook is de kwetsbaarheid van de pensioenfondsen groot als gevolg van de vergrijzing, zei Frijns. Daardoor wordt het herstelvermogen van de fondsen aangetast. Het aandeel van de premie-inkomsten neemt af ten opzichte van de pensioenverplichtingen en ook de looptijd van de pensioenverplichtingen loopt terug. Pensioenpremies kunnen steeds minder worden ingezet als sturingsmiddel.

Door de veroudering van de bevolking moeten de fondsen sneller geld uittrekken voor de uitkeringen, want meer dan 60 procent van het totale pensioenvermogen is bestemd voor pensioenen die al zijn ingegaan of die binnen 10 jaar zullen ingaan. Dit betekent dat de beleggingshorizon korter wordt en daarmee ook het vermogen om te herstellen van negatieve beleggingsresultaten. Bij grote schokken op financiële markten kunnen ageing giants veranderen in sinking giants, waarschuwde Frijns: instellingen die niet meer in staat zijn hun verplichtingen na te komen. Dat komt omdat de fondsen steeds afhankelijker zijn geworden van financiële markten.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Economie
Nieuwsbrief