Wellink: banktoezicht valt niets te verwijten

Wellink doet zijn verhaal voor de commissie-De Wit.
Door een onzer redacteuren

Den Haag, 1 febr. „Er is veel misgegaan”, zei president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank maandag op een openbare hoorzitting van de commissie-De Wit, de parlementaire commissie die de kredietcrisis onderzoekt.

Maar de toezichthouder valt nauwelijks iets te verwijten, aldus Wellink. De regels in de financiële sector zijn ontoereikend om goed toezicht te houden en Nederland moet zelf strengere regels invoeren als daar internationaal geen overeenstemming over wordt bereikt.

Wellink toonde met zijn openingszin direct de grondhouding die hij voor ogen had: bescheiden en schuldbewust. Wellink benadrukte, veel duidelijker dan de afgelopen jaren, wat de centrale bank fout deed, niet op tijd zag of waar zij onvoldoende doortastend was. Dat was een weloverwogen keuze om niet te snel weerstand te wekken bij de commissie.

Na twee weken van openbare hoorzittingen stond de hoogste man van de centrale bank en toezichthouder te popelen zich te verantwoorden voor het gevoerde bankentoezicht na de soms forse kritiek op de centrale bank. Behalve Wellink verschijnen deze week nog andere hoofdrolspelers voor de commissie, onder wie minister Bos (Financiën, PvdA) en voormalige ABN Amro-bestuurders Groenink en Jiskoot.

Waarschuwing

Wellink maakte gedurende zijn ondervraging duidelijk dat aan zijn denkbeelden in essentie niets veranderd is. In tegenstelling tot vele andere collega’s in het buitenland waarschuwde hij al in een vroeg stadium voor de toenemende risico’s in het financiële systeem. Voor zover er iets mis is gegaan, ligt dat grotendeels aan de regels en niet aan de toezichthouder, zoals Wellink vaker betoogd heeft. Hij kreeg vaak het verwijt te arrogant te zijn. Niet deemoedig genoeg, te weinig zelfkritiek.

In de eerste twee weken dat de commissie-De Wit openbare hoorzittingen hield, stuurde De Nederlandsche Bank (DNB) zes persberichten uit om te reageren op wat er in de enquêtezaal gezegd werd – een hoogst ongebruikelijke stap. De centrale bank geeft in de regel geen commentaar op individuele zaken of reacties op discussies in het politieke Umfeld.

Het illustreert de grote druk waaronder de belangrijkste toezichthouder staat. Die is kennelijk zo groot dat de traditionele omgangsvormen verlaten worden. Er staat ook een principe op het spel: de onafhankelijkheid van de toezichthouder ten opzichte van de politiek. Jarenlang haalde Nederland de neus op voor mediterrane landen waar de centrale bank onder grotere politieke invloed staat dan financieel behoudende landen als Duitsland en Nederland. Inmiddels schromen Kamerleden niet meer om, weliswaar nog in de wandelgangen, de kop van Wellink te eisen. Maar ontslag is geen zaak van het parlement. De president van DNB wordt voor een periode van zeven jaar door de Kroon benoemd. De termijn van Wellink loopt af in 2011.

Regels en afspraken

„Mocht ik maar eens in detail uitleggen waar we mee bezig zijn, want het toezicht barst van de dilemma’s, maar dat is ons niet gegund”, zei Wellink vanochtend. Hij doelde daarbij op de volgens hem terechte geheimhoudingsplicht die in Europees verband is afgesproken. Die geheimhoudingsplicht dient ter bescherming van de onder toezicht gestelde banken en verzekeraars. „De toezichthouder is begrensd”, zei Wellink. „Niet alleen door Nederlandse regels, maar ook door afspraken in Europa.” Wellink sprak vervolgens de parlementaire commissie direct op haar verantwoordelijkheid aan. „Het zou helpen als u ook zou helpen uit te leggen dat de toezichthouder beperkt is.”

De Nederlandsche Bank heeft vooraf gewaarschuwd voor de risico’s van derivaten of het buiten de balans plaatsen van grote stukken beleggingen, maar ingegrepen is er niet. Dat is volgens critici des te opvallender omdat Wellink als voorzitter van het internationale gezelschap dat de regels voor bankieren vaststelt (het Basels comité) de kans had hiaten in de regels ter discussie aan te passen.

Wellink bleef weigeren na te denken over een grotere rol voor obligatiehouders bij het financieren van banken. „We moeten eerst kijken naar echt kapitaal”, zei hij. Hij vond het „geen gek voorstel”, omdat de belastingbetaler niet meer hoeft op te draaien als een bank omvalt, maar de schuldeiser.

Autoriteit

Wellink zei dat de financiële sector essentieel was en is voor de Nederlandse economie. „Ook als we niet van bankiers houden, hebben we allemaal een eigen belang in het weer opbouwen van het vertrouwen in die sector. Je moet de sector niet demoniseren”, zei hij.

Wellik erkende dat ook DNB zelf autoriteit verloren heeft door de crisis. Persoonlijk zei hij, na dertig jaar gewerkt te hebben in de publieke financiële sector, teleurgesteld te zijn in de scherpe reacties op zijn optreden in de crisis . „Ik geef mezelf niet de schuld, ik heb mijn uiterste best gedaan. Maar ik wil wel helpen de problemen op te lossen.” Hij riep de commissie op samen te werken met andere landen om de echte waarheid over de crisis te achterhalen.

Gepubliceerd in:
Economie