Econoom Jan Pen (88) overleden

Econoom Jan Pen.
Door onze redacteur Cees Banning

En nu is hij echt dood. De econoom Jan Pen is gisteren overleden, een dag voor hij 89 jaar zou worden.

Rotterdam, 15 febr. In mei 2009 verschenen – naar aanleiding van een overlijdensadvertentie die in NRC Handelsblad en Het Parool had gestaan – berichten over zijn dood op teletekst en de website van de NOS. Een enkele krant publiceerde een necrologie. „Ik ben niet dood”, zei Pen in NRC Handelsblad. „Het is een ellendige verwarring” duidend op het overlijden van een naamgenoot. „Ik zit hier springlevend op de bank in Haren. Ik speel nog iedere dag op het keyboard Bach en de blues van Jimmy Yancey. Kent u die niet?”

Het stellen van een vraag aan het einde van een betoog was kenmerkend voor Jan Pen. De econoom en sociaal-democraat hield van de polemiek. Hij schreef om de wereld overzichtelijk te maken. Zijn collega Dik Wolfson berekende in 1990 dat Pen tot dat jaar 16.642 bladzijden had gepubliceerd. Een decennium later waren daar, volgens een eigen berekening van Pen, zo’n 4.000 bladzijden bijgekomen. Veel van die bladzijden zijn besteed aan het verkondigen van het evangelie van de Britse econoom Keynes (1883-1946), een theorie die Pen trouw is gebleven tot de laatste snik. „Als u over de economie mee wilt praten moet u in elk geval vijf dingen onthouden”, schreef hij in zijn Kijk, economie (1979). „(1) John Maynard Keynes is nog steeds de meest besproken econoom van deze tijd. (2) Zijn beroemdste boek verscheen in 1936 en heet The General Theory of Employment, Interest and Money. (3) Het gaat over de verklaring van werkloosheid door onderbesteding. (4) De theorie van Keynes is nog steeds actueel en (5) de naam wordt uitgesproken: keens, Wie kiens zegt, mag niet meedoen.” Zo begon zijn hoofdstuk ‘Keynes, (leestijd: 16 minuten)’. Jan Pen had een missie: mensen onderwijzen in de economie én kritisch nadenken. „Zelfs als u gelooft dat een groeiend autoverkeer te rijmen valt met een schoner Nederland, hebt u het volste recht op uw eigen waan”, zo hield hij zijn lezers voor in Wie heeft gelijk? (1989).

Ambtelijk popularisator

Jan Pen werd op 15 februari 1921 in het Friese vissersdorp Lemmer geboren, zijn vader handelde in netten. Hij studeerde aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Daarna werd hij, zoals hij het zelf omschreef, ‘ambtelijk popularisator van de wetenschap’ op het ministerie van Economische Zaken. Licht werk met veel vrije tijd, tijd om ook een proefschrift te schrijven. In 1950 promoveerde Pen op de theorie der collectieve loononderhandelingen en werd directeur Algemene Economische Politiek op het ministerie van Economische Zaken. Pen: „Ik had een paars potlood. De secretaris-generaal een rood potlood, de minister een blauw.”

In 1956 werd Pen hoogleraar in de staathuishoudkunde en de leer der openbare financiën aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij figureerde in W.F Hermans’ beroemde sleutelroman Onder Professoren als Tabe Pap. Zelf zei Pen daarover: „Ik kom eraf als een soort pias die op gele schoenen loopt, vaak op de grond ligt en worteltjes eet. Nou, ik heb van mijn leven nog nooit gele schoenen gehad, maar op de grond liggen en worteltjes eten, dat klopt.”

Pen woonde in Haren. De garage was verbouwd tot studeerkamer en atelier. Er lagen grote stapels beschilderde kranten. De kranten werden bewerkt met latex muurverf en daarna beschilderd met Talens Decorfin. De stapel groeide in een tempo van gemiddeld twee per dag. Verkocht heeft Jan Pen zijn schilderijen nooit. Hij gaf ze weg.

Pen Parade

Jarenlang was Pen columnist van Het Parool en hij schreef in het Hollands Maandblad. Hij schreef meer dan twintig boeken, waaronder Moderne economie (1959), dat jarenlang als de inleiding in de macro-economie gold en zelfs in het Japans werd vertaald. Pen is de bedenker van de Pen Parade, een grafische voorstelling voor inkomensverdeling. In deze figuur worden gezinnen of personen op de x-as gerangschikt van arm naar rijk, terwijl op de y-as de hoogte van het inkomen wordt aangegeven. De ‘Parade van dwergen en een enkele reus’. Inkomensverdeling, belastingen, milieu waren de onderwerpen waar Pen het meest gepassioneerd – en verbeten – over schreef en sprak.

Jan Pen was een overtuigd sociaal-democraat en schroomde niet PvdA-leiders als Joop den Uyl en Wim Kok stevig van repliek te dienen. Zijn drijfveer: „Ik ben voor de gelijkheid onder de mensen.” In 1998 schreef hij: „Ik vind dat er in Nederland een buitengewoon gênante ongelijkheid heerst.”

Hij stemde meer dan zestig jaar PvdA. Met één uitzondering in de jaren zeventig. Toen waren er Europese verkiezingen en de PvdA had een afspraak met een Groene partij waar communisten in zaten. Het ging over de verdeling van restzetels. „Ik ben toen thuis gebleven.”

In december 2009 verscheen in de Volkskrant zijn laatste vraaggesprek – samen met zijn zoon Tiesse die weer bij zijn vader was ingetrokken en hem verzorgde. Pen had een beroerte gehad en was sindsdien gehandicapt.

Jan Pen: „De PvdA heeft het egalitaire ideaal opgegeven.”

Tiesse: „En daar heb je altijd tegenaan lopen…”

Jan: „Mopperen.”

Tiesse: „Mopperen.”

Jan: „Zo is het.”

Tiesse: „Luis in de pels is te scherp geformuleerd. Daar is mijn vader niet fel genoeg voor.”

Gepubliceerd in:
Economie
Nieuwsbrief