Autoshow Genève feest van ontkenning

Door onze redacteur Tom Kreling

Op de autoshow in Genève proberen de fabrikanten met hun nieuwste modellen de problemen van de industrie te verhullen. Crisis heet hier ‘uitdaging’.

Genève, 3 maart. Geen privévlucht meer, maar gewoon een vliegticket bij het goedkope easyJet. Beter kon Frits Kroymans in zijn eentje de moeilijke situatie waarin de gehele auto-industrie zich bevindt niet laten zien. Tot vorig jaar was Kroymans een gevierd autohandelaar. Zaken door heel Europa, een omzet boven de miljard euro, een mooie privécollectie Ferrari’s en een eigen vliegtuig. Maar toen stortte wegens de recessie de autoverkoop in. De banken wilden hun uitgeleende geld terug en Kroymans ging failliet. En dus kwam hij gisteren gewoon per lijnvlucht naar de autosalon in Genève.


Klik op de foto om een fotoserie te zien (popup).

Daar komen alle belangrijke autofabrikanten ter wereld bij elkaar om hun nieuwe en toekomstige modellen te tonen. Het is de jaarlijkse lofzang voor de automobiel. Aan de buitenkant is van de moeilijkheden waarin de industrie zit niets te zien. De auto’s glimmen. De modellen die er omheen lopen glimlachen. Er zijn weer hapjes en drankjes. En de crisis heet hier uitdaging. De autoshow is voor sommige fabrikanten een feest van de ontkenning.

Neem Renault, de autofabrikant die vorig jaar met 3 miljard euro van de Franse staat overeind gehouden werd. Geen woord daarover van topman Jérôme Stoll. Ook niet over de ingezakte omzet en het verlies van vorig jaar van ruim 3 miljard euro. Nee, Stoll heeft het over „,innovatie, passie en sensatie”. Dan onthult hij een nieuw model; de Renault Wind, een tweepersoons cabriolet. „Dank voor uw aandacht.”

De crisis zit in de bedrijven. En veel fabrikanten zijn hard bezig zichzelf opnieuw uit te vinden. Fabrikanten verkopen merken aan andere fabrikanten, omdat het ene bedrijf kleiner wil worden en het andere juist groter. Overheden steunen bedrijven die miljardenverliezen lijden. Bijna iedere fabrikant stort zich op het zuinig rijden. En zo is bijna iedere fabrikant getekend door de crisis.

Iets verderop bij Opel begint topman Nick Reilly zijn toespraak over de „herstructurering” van het bedrijf. Hij ontkomt er niet aan. De Amerikaanse eigenaar General Motors heeft juist deze ochtend bekendgemaakt dat het nog in totaal 1,9 miljard euro gaat steken in het Duitse dochterbedrijf. Dat is volgens Opel goed nieuws voor verschillende Europese overheden. Aan hen wordt nu nog slechts 2 miljard staatssteun gevraagd om het bedrijf te reorganiseren. Reilly hoopt dat de overheden nu snel over de brug zullen komen. Ze kunnen in ieder geval zien dat de Amerikaanse eigenaar alle vertrouwen heeft in Opel als een „zeer belangrijke speler in Europa”, zegt Reilly. In totaal zal Opel de komende vier jaren 11 miljard euro investeren om weer gezond te worden.

Overigens vreest Reilly dat 2010 net zo’n moeilijk jaar wordt als 2009. Er bestaat zelfs een kans dat het nog moeilijker wordt. In sommige landen werden vorig jaar nog behoorlijk wat auto’s verkocht. In Duitsland zelfs het meeste aantal auto’s sinds 1992. Maar dat was vooral te danken aan de sloopregeling van de Duitse overheid. Op een holletje gingen duizenden Duitsers naar de dealers om met een fikse subsidie hun oude auto in te ruilen voor een nieuw exemplaar. Maar het geld voor die sloopregeling is op en nu zullen de fabrikanten weer op eigen kracht auto's moeten verkopen.

Lees de hele reportage over de autoshow in NRC Handelsblad van 3 maart of vanaf 15:00 via de digitale editie en op uw iPhone .

Gepubliceerd in:
Economie
Nieuwsbrief