Den Haag, 16 maart. Forse aanpassingen in de begroting zijn onvermijdelijk en
lijken in omvang op die tijdens de jaren tachtig. Volgende kabinetten moeten
29 miljard euro besparen; 6 miljard minder dan het kabinet inschatte.
Die ingreep is nodig om de kosten van vergrijzing, crisis en gezondheidszorg
op te vangen, zo heeft het Centraal Planbureau (CPB) vanmorgen
bekendgemaakt.
Met name de hogere levensverwachting resulteert in stijgende kosten waardoor
de „staatsschuld zal exploderen”, zei CPB-directeur Coen Teulings. Omdat de
zorguitgaven zoveel sneller groeien dan de economie, gaat het CPB er van uit
dat de bovenmatige groei door burgers betaald moet worden. Het eigen risico
bij de zorgverzekering zal daardoor stijgen van 165 euro naar 775 euro per
persoon per jaar, heeft het planbureau becijferd. De politiek kan er volgens
Teulings ook voor kiezen de premies van zorgverzekeringen te verhogen of in
de kosten te snijden.
Waar bezuinigen?
Een goede vraag waar ik geen goed antwoord op heb. Dat zei directeur Coen
Teulings van het Centraal Planbureau (CPB) vanochtend over het tempo waarin
toekomstige kabinetten moeten bezuinigen.
Lees vandaag in NRC Handelsblad een achtergrondartikel over dit vraagstuk (16
maart, pagina 13). Vanaf 15.00 uur voor (web-)abonnees
tevens beschikbaar in de digitale
editie. De CPB-directeur is duidelijk milder over omvang
en noodzaak van bezuinigingen op korte termijn dan het kabinet. Dat
zinspeelde eerder op 35 miljard ombuigingen bovenop het besluit om de
AOW-leeftijd naar 67 te verhogen. „Het is niet duidelijk waar dat bedrag
vandaan komt”, zei Teulings vanochtend. „Wij hebben het nu zorgvuldig
uitgerekend.”
Volgens hem is „de economische theorie niet eenduidig” over hoe snel zo’n
tekort van 29 miljard euro moet worden weggewerkt. „Alles wat je nu doet,
doe je later niet. Het moet eens betaald worden. Het is niet heel dramatisch
als je bezuinigingen een kabinetsperiode uitstelt.” Maar hoe langzamer het
gat wordt ingelopen, hoe hoger de rekening wordt voor toekomstige
generaties, waarschuwde Teulings.
Door de crisis is de Nederlandse economie 5 procent van zijn omvang
„kwijtgeraakt”, een verlies dat volgens het CPB nauwelijks meer wordt
goedgemaakt door toekomstige groei. De ramingen voor het bbp zijn lager dan
voor eerdere kabinetsperiodes.
Op korte termijn vallen de gevolgen van de crisis voor de arbeidsmarkt en
koopkracht mee. Het aantal werklozen stijgt naar een half miljoen in
2010/2011; 6,5 procent van de beroepsbevolking. De koopkracht stijgt de
volgende kabinetsperiode gemiddeld met een kwart procent.
Enkele cijfers
Economische groei De economie herstelt van een krimp van 4 procent in
2009 tot een groei van 1,5 procent dit jaar en 2 procent volgend jaar. Voor
de periode 2011 tot 2015 rekent het CPB op een gemiddelde groei van 1,75
procent.
Werkloosheid De werkloosheid stijgt en loopt op van 4,9 procent vorig
jaar naar 6,5 procent dit jaar en volgend jaar. Vervolgens zal de
werkloosheid dalen tot 5,25 procent in de periode 2011-2015.
Wereldhandel Na een teruggang van 12,7 procent in 2009 zal de
wereldhandel dit jaar groeien met 7,5 procent en in 2011 met 5,5 procent.
Het CPB verwacht voor de 2011 tot 2015 een gemiddelde groei van de
handelsstromen van 5,75 procent.
Het Centraal Planbureau
Het CPB maakt sinds zijn oprichting 1945 economische ramingen, financiële
prognoses en beleidsanalyses. De economen voorzien het landsbestuur en de
volksvertegenwoordiging gevraagd en ongevraagd van advies.
De komende maanden zullen de academici onder leiding van directeur Coen
Teulings het speelveld voor de verkiezingsstrijd bepalen. Hoe ontwikkelt de
economie zich, hoe groot worden de tekorten op de Rijksbegroting, nu en in
de verre toekomst? Wat is de financiële speelruimte van een volgend kabinet?
Het CPB is onderdeel van het ministerie van Economische Zaken. Het bureau telt
circa 165 medewerkers.