Amerikaanse bankier vast voor fraude bij overheidshulp
New York, 17 maart. Sommige Amerikaanse bankiers doen veel om overheidsgeld binnen te halen om de crisis te overleven. Bankier Charles J. Antonucci Senior is gearresteerd voor zijn poging tot fraude bij de aanvraag van overheidshulp. Hem wacht mogelijk een gevangenisstraf van 260 jaar.
De bankpresident heeft op het hoogtepunt van de kredietcrisis boekhoudkundige trucs uitgehaald om de indruk te wekken dat zijn bank er beter voorstond dan het geval was. Zo wilde hij aanspraak maken op 11 miljoen dollar aan overheidsgeld.
Antonucci was president van de New Yorkse Park Avenue Bank en hij is gearresteerd op verdenking van onder meer boekhoudfraude en verduistering. Hij is de eerste bankier die strafrechtelijk vervolgd wordt wegens poging tot oplichting van het steunprogramma voor banken. Dit overheidsprogramma is bedoeld voor banken die gezond genoeg geacht worden om de crisis te overleven, maar tijdelijk steun nodig hebben.
De overheidsinspectie die onderzoek doet naar dit zogeheten Tarp-geld zegt dat minstens 77 andere banken mogelijk de wet hebben overtreden in hun pogingen een deel van de beschikbare 700 miljard dollar binnen te halen. Een van die instellingen is Bank of America, voorheen de grootste consumentenbank van het land.
Antonucci is maandagochtend thuis van zijn bed gelicht. In 2008 poogde hij banktoezichthouders ervan te overtuigen dat hij zelf zoveel vertrouwen in de levensvatbaarheid van zijn bescheiden consumentenbank had dat hij er 6,5 miljoen dollar van zijn eigen vermogen in investeerde. Dat geld was echter niet van hem: het was van de bank zelf en werd via een reeks tussenbedrijven via een omweg weer terug in de instelling gestoken. „Het equivalent van Monopolygeld”, zo vatte openbaar aanklager Preet Bharara het gisteren samen.
De inspecteur-generaal namens het Tarp-fonds, Neil Barofsky, zei in een televisie-interview dat er weinig toezicht op mogelijke fraude was toen het Tarp-geld uitgedeeld werd. Over Antonucci zegt de inspecteur-generaal dat „deze kerel simpelweg loog over hoeveel kapitaal zijn bank had. Hij plakte er gewoon een getal op, deed een boekhoudkundige truc en probeerde zo 11 miljoen binnen te halen”.
De instantie die het Tarp-geld toewees vond Antonucci’s claim verdacht en wees deze af. Later zei de bankpresident publiekelijk dat geen enkele financiële instantie overheidssteun zou moeten nastreven, het zou maar een weinig vertrouwenwekkende indruk maken. Afgelopen vrijdag heeft de overheid Park Avenue Bank gedwongen overgenomen.
