Advies: helft innovatiegeld naar vijf sectoren

Bloemenveiling Aalsmeer.
Door een onzer redacteuren

Amsterdam, 20 april. Minimaal de helft van het geld dat de rijksoverheid uitgeeft aan innovatie moet terechtkomen bij de sectoren water, hightech, voeding en bloemen, chemie en creatieve industrie.

Deze koerswending in het innovatiebeleid wordt bepleit in een gisteren gepubliceerd rapport van het Innovatieplatform, het laatste rapport dat het platform uitbrengt. Het Rijk subsidieert innovatie jaarlijks met ongeveer 2 miljard euro.

Het platform is in 2003 ingesteld door het kabinet-Balkenende II om de concurrentiekracht van de Nederlandse economie te versterken. Topondernemers en wetenschappers hebben zitting in de groep, die adviezen ontwikkelt en maatregelen bedenkt voor het kabinet.

SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan pleitte onlangs voor een selectief industriebeleid. De overgang van generieke naar meer specifieke steun is een „enorme stap”, zei werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes van VNO-NCW gisteren. „Je moet als BV Nederland kiezen waar je sterk in bent. Ook al zal ons dat als VNO-NCW niet door al onze leden in dank worden aangenomen.”

Door scherp te kiezen voor sectoren met goede internationale kansen, extra investeringen in onderwijs en innovatie kan volgens het Innovatieplatform de economische groei hoger uitvallen dan de 1,75 procent die het Centraal Planbureau heeft voorspeld. Uitvoering van het plan leidt tot een extra groei van 0,5 tot 1 procent per jaar. Dat is een extra groei van het bruto binnenlands product van 35 tot 70 miljard euro in 2020.

Om terug te keren in de top van kenniseconomieën moet zo’n 3 procent van het bruto binnenlands product naar onderzoek en ontwikkeling gaan. Nederland komt nu net boven het OESO-gemiddelde van 1,5 procent uit.

Gepubliceerd in:
Economie
Nieuwsbrief