Controle op Noordzee verscherpt
Rotterdam, 5 juni. Energiebedrijven die op de Noordzee naar olie of gas boren, zullen in de toekomst vaker worden geïnspecteerd.
Dat blijkt uit een rede die inspecteur-generaal Jan de Jong van toezichthouder SodM (Staatstoezicht op de Mijnen) eerder deze week heeft gegeven tegenover de Nogepa, de belangenbehartiger van de Nederlandse olie- en gasindustrie.
De maatregel is het gevolg van de olieramp in de Golf van Mexico. Vorige week heeft de Amerikaanse minister Ken Salazar van Binnenlandse Zaken een reeks aanbevelingen gedaan om het toezicht op olie- en gasboringen in diepe wateren aan te scherpen. Zo moeten er nieuwe veiligheidseisen komen voor de blow out preventer – een apparaat dat in geval van nood de boorpijp afsluit. Ook moeten er regels komen die ervoor zorgen dat de industrie in de toekomst sneller en effectiever reageert in geval van nood.
In de Noordzee gaan behalve de SodM ook de toezichthouders van Noorwegen, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hun inspecties opvoeren. Nu worden er door SodM jaarlijks 350 inspecties uitgevoerd. „Het aantal wordt iets opgevoerd”, laat een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken weten. Nederland telt momenteel acht boorinstallaties op de Noordzee, en 150 productieplatforms.
Ook moeten energiebedrijven in kaart gaan brengen welke procedures ze volgen bij het boren, welke apparatuur ze daarbij gebruiken, wat de competenties zijn van het aanwezige personeel, en of de noodreacties afdoende zijn in het geval van een worst case scenario. Ook moeten ze aangeven welke initiatieven ze de laatste jaren hebben genomen om hun booractiviteiten zo veilig mogelijk te maken. Ze krijgen daarvoor ruim drie maanden de tijd. Medio september moeten ze rapporteren aan de minister van Economische Zaken.
De maatregelen zijn een vervolg op acties die al eerder zijn afgekondigd, een dag na de ramp, die op 20 april plaatsvond. Toen vroegen de toezichthouders van Denemarken, Ierland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Noorwegen en Zweden aan de oliemaatschappijen al hun onderlinge afspraken over noodhulp bij calamiteiten te checken.
Minister Van der Hoeven van Economische Zaken heeft eerder aangegeven dat boringen in de diepe wateren van de Golf van Mexico moeilijk te vergelijken met wat er op de Noordzee gebeurt. Die is veel minder diep, zo om en nabij de vijftig meter. Ook wordt in het Nederlandse deel vooral naar gas geboord, en amper naar olie.
De nu genomen maatregelen moeten dan ook vooral gezien worden als een extra veiligheidsmaatregel, zo laat secretaris-generaal Bram van Mannekes van de Nogepa weten. „We denken dat we de zaak hier goed onder controle hebben. Maar je kunt altijd leren.”
