Witte Huis stuurt rekening van 99 miljoen aan BP

Sinds eind april lekt olie uit het gat bij de Macondoput in de Mexicaanse Golf.
ANP, AP

Washington, 14 juli. Het Witte Huis heeft gisteren een vierde rekening aan de Britse oliemaatschappij BP gestuurd. Dit keer voor een bedrag van 99,7 miljoen dollar (78,5 miljoen euro) voor de kosten van schoonmaak- en opruimwerkzaamheden na de olieramp in de Golf van Mexico.

Het Witte Huis heeft herhaaldelijk gezegd dat ze alle kosten zullen verhalen op BP die de overheid heeft gemaakt na de explosie van het boorplatform de Deepwater Horizon eind april. Dankzij de Oil Pollution Act uit 1990, die in het leven werd geroepen na de op een na de olieramp met de Exxon Valdez, kunnen oliemaatschappijen aansprakelijk worden gesteld voor de kosten die voortkomen uit vervuiling.

BP en andere verantwoordelijken hebben al drie keer eerder een rekening van het Witte Huis gekregen voor een totaalbedrag van ruim 122 miljoen dollar. Inclusief de kosten die BP zelf maakte, heeft de olieramp de Britse oliemaatschappij tot nu toe meer dan 3 miljard dollar gekost.

BP maakte gisteren bekend dat twee bedrijven die ook gedeeltelijk eigenaar waren van het boorplatform Deepwater Horizon weigeren mee te betalen aan de bestrijding van de ramp. BP stuurde partnerbedrijf MOEX Offshore vorige maand een rekening van 111 miljoen dollar voor schoonmaakkosten, maar het bedrijf weigert het geld over te maken.

Dat geldt ook voor een andere minderheidseigenaar, Anadarko Petroleum Corp, dat vorige week een rekening van BP van 272 miljoen dollar verwierp. Volgens Anadarko heeft BP roekeloos gehandeld waardoor de partners niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de ramp.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Economie