Transparantie is sleutel stresstests
Amsterdam, 23 juli. Vanavond worden de resultaten van de stresstests voor Europese banken naar buiten gebracht. Het IMF zegt dat meer openheid over de testcriteria gewenst is. Vijf vragen en antwoorden over het proces.
Als eindexamenkandidaten die wachten op hun cijfers, kijken de bestuurders van 91 Europese banken uit naar de resultaten van de stresstests die de afgelopen weken op hun balansen zijn uitgevoerd.
Vanavond om 18.00 uur Nederlandse tijd zal het relatief onbekende College van Europese Banktoezichthouders (CEBS) in Londen vertellen welke banken bestand zijn tegen een nieuwe economische neergang. En welke zijn gezakt. Vijf vragen over de stresstests.
Een stresstest is een groot ‘wat als’-spel. Op elke bank is een simulatie van economische rampen losgelaten. Wat is het gevolg voor een bank als de economie instort? Wat als de huizenprijzen hard dalen? Wat is het gevolg voor een bank als Griekenland verder in de problemen komt en staatsobligaties niet meer kan afbetalen?
De belangrijkste vraag die wordt beantwoord: heeft een bank genoeg kapitaalbuffers om deze klappen op te vangen? Zo niet, hoeveel extra geld heeft de bank dan nodig?
Dit soort tests wordt regelmatig uitgevoerd, door risicomanagers van de bank zelf, maar ook de nationale toezichthouders.
Dat is niet helemaal duidelijk. Het is ook een van de belangrijkste vragen voor de geloofwaardigheid van de resultaten. Het CEBS heeft wel een tipje van de sluier opgelicht. In het sombere scenario zijn de banken getest op een economische groei die 3 procentpunt afwijkt van de langetermijnprognoses van de Europese Commissie (1 procent groei in 2010 en 1,75 procent in 2011).
De belangrijkste vraag die echter nog niet is beantwoord, is hoeveel de staatsobligaties van landen met hoge schulden als Griekenland, Spanje en Portugal zijn afgewaardeerd.
Het gebrek aan informatie over de scenario’s, komt het belangrijkste doel van de proeven – het bieden van duidelijkheid – niet ten goede, zegt Nicolas Véron van de Europese denktank Bruegel. „Bij de succesvolle stresstests in de VS vorig jaar mei lag er twee weken voor publicatie van de resultaten een uitgebreid document met de methodologie. Dat wekt vertrouwen over de kwaliteit van de tests”, zegt hij.
Lange tijd gingen er geruchten dat bij de Europese stresstest de waarde van Griekse obligaties (gezien als de meest risicovolle binnen de EU) met 17 procent zou worden verlaagd. Nu lekte onlangs in de Financial Times uit dat men uitging van een waardemindering van 23 procent. Maar er werd alleen gekeken naar staatsobligaties waar banken mee wilden handelen, niet de obligaties die banken vasthouden tot ze aflopen.
Geloofwaardigheid is het sleutelwoord. Alleen als de financiële wereld de scenario’s als streng ziet en de resultaten als geloofwaardig, kunnen de stresstests rust brengen. Dat wordt betwijfeld, onder meer door het Internationaal Monetair Fonds. In een analyse over de eurozone pleitte het IMF deze week voor meer openheid over de tests. Ook zou het volgens het IMF goed zijn als er meer banken zouden worden getoetst.
In ieder geval niet het CEBS zelf. Dat coördineert alleen de uitslag. Nationale toezichthouders als De Nederlandsche Bank (DNB) zijn verantwoordelijk voor de proeven op banken in eigen land. Zij voerden het echte rekenwerk niet uit, dat hebben de banken zelf gedaan.
Er moeten banken zijn die de stresstest niet doorstaan, anders zal de test niet als geloofwaardig worden gezien. De banken waarvan blijkt dat ze onvoldoende kapitaalbuffers hebben zullen snel steun moeten krijgen om dat aan te zuiveren. Als zij niet zelf noodfinanciering kunnen ophalen, zullen ze moeten aankloppen bij hun nationale centrale bank. Landen waarin waarschijnlijk een aantal banken de toets niet zullen doorstaan – Spanje, Griekenland, Duitsland – hebben hiervoor al noodfondsen achter de hand. Nationale overheden kunnen voor eventuele miljardeninjecties een beroep doen op het Europese Financiële Stabiliteitsfonds, dat onlangs werd opgezet met een pot van 720 miljard euro.
De stresstests die de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, vorig jaar mei uitvoerde op de negentien grootste banken in de VS geldt als goed voorbeeld. Tien van de banken hadden in totaal 74,6 miljard dollar nodig om de sombere scenario’s van de stresstests aan te kunnen. Dat lijkt geen fantastische uitkomst, maar de Amerikaanse tests hebben bijgedragen aan het herstel van rust op de financiële markt. Met de openbaarmaking van de testresultaten was in één klap duidelijk welke banken gezond waren en welke niet. Ook stonden er miljarden klaar voor de banken die dat nodig hadden.
De afgelopen maand is de euro bijna 10 procent gestegen ten opzichte van de dollar. De euro is op dit moment 1,29 dollar waard. Spanje en Griekenland wisten met succes staatsobligaties op de markt te plaatsen. De euro lijkt dus inmiddels in rustiger vaarwater te zijn beland, zeker vergeleken met mei toen regeringsleiders een reeks van crisisvergaderingen moesten beleggen om de munt in leven te houden.
Mohamed El-Erian, bestuursvoorzitter van PIMCO, de grootste obligatiebelegger ter wereld, schrijft in een analyse dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen de stresstests in de VS van vorig jaar en de Europese tests. In de VS was onzekerheid over de gezondheid van banken hét probleem. Bovendien, betoogt El-Erian, had de overheid voldoende geld om de banken te helpen. Europa is anders. „De bezorgdheid over banken is een afgeleide zorg van grotere zorgen over staatschulden en de algehele staat van de economie.”
Europese landen hebben nog steeds torenhoge staatsschulden en begrotingstekorten, en het economische herstel zet niet snel genoeg door, betoogt El-Erian. „De stresstests kunnen best geloofwaardig zijn, maar ze kunnen niet zorgen voor een normalisering van de financiële sector.”
