Griekse regering dwingt chauffeurs terug aan het werk
Athene, 29 juli. De Griekse regering van premier George Papandreou heeft de chauffeurs van vrachtauto’s en tankwagens met een noodverordening opgedragen weer aan het werk te gaan. Ze staakten de afgelopen vier dagen, waardoor de toevoer van benzine naar tankstations was opgedroogd en de Griekse economie dreigde vast te lopen.
Het socialistische kabinet kondigde na mislukte onderhandelingen gisteravond een mobilisatie af: chauffeurs moeten vanavond weer aan het werk, op straffe van inbeslagname van hun voertuig. „Geen enkele groep heeft het recht de bevolking als geheel tot gijzelaar te maken”, zei minister van Financiën George Papaconstandinou.
De staking leidde tot tekorten van brandstof en voedsel, en tot sluiting van fabrieken. Ook het toerisme, de belangrijkste economische sector van Griekenland, leed eronder. Toeristen lieten langs wegen huurauto’s achter wegens gebrek aan benzine.
Aanleiding van het conflict is de structuur van de Griekse vervoerssector. Vrachtautorijders vormen een gesloten beroepsgroep. De regering wil die openen, onder druk van de ‘troika’ van de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en Internationaal Monetair Fonds, die toeziet op hervorming van de Griekse economie in het kader van noodleningen ter bestrijding van de Griekse schuldcrisis. Een delegatie van 31 controleurs is momenteel in Athene.
Griekenland is in Europa het enige land waar wegtransport niet is geliberaliseerd. Daardoor is het relatief duur. In 1971 verleende de toenmalige kolonelsjunta een groot aantal vergunningen aan vrachtrijders. Deze werden koopwaar en bereikten waarden van soms 100.000 euro. De huidige vrachtrijders vrezen dat ze hun vermogen verliezen als hun beroep wordt opengesteld. De regering onderhandelde met de troika over een overgangstermijn van vijf jaar, maar kreeg er een van drie jaar. De vrachtrijders vinden dit te kort.
De mobilisatie is vanmorgen nog niet in praktijk gebracht. De regering hoopt dat de dreiging de meeste chauffeurs weer aan het werk zal zetten. Maar een riep op televisie uit: „ik verbrand liever mijn wagen.”
