Kamermeerderheid wil parlementaire enquête kredietcrisis
Den Haag, 11 mei. Een meerderheid in de huidige Tweede Kamer wil dat het vervolg van het onderzoek naar de kredietcrisis het karakter krijgt van een parlementaire enquête.
Daarbij worden betrokkenen onder ede gehoord.
Dat blijkt uit de reacties van politieke partijen op het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie financieel stelsel (de commissie De Wit), dat gisteren verscheen. Kamerlid Elly Blanksma van het CDA zei dat de complexiteit en de diepgang van de ontwikkelingen de instelling van een enquête rechtvaardigt. De Kamer moet nu zijn tanden laten zien, aldus Blanksma.
Eerder al pleitten GroenLinks, de SP en de VVD voor een parlementaire enquête. Het onderzoek dat vandaag gepubliceerd werd had het karakter van een parlementair onderzoek, een lichtere onderzoeksvariant.
De VVD, SP en GroenLinks willen nog voor het verkiezingsreces, dus volgende week, een debat houden over het eerste rapport. Daarin zal het vermoedelijk vooral gaan over de kritiek die de commissie uit op de rol die het ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank hebben gespeeld bij de overname van ABN Amro en bij het toelaten van de IJslandse spaarbank Icesave in Nederland. „Dit moeten we niet maanden laten liggen”, zegt VVD-Kamerlid Frans Weekers.
Het vervolg
Het tweede deel van het onderzoek, dat na de verkiezingen van 9 juni zal
plaatsvinden, moet gaan over de miljardensteun die de Nederlandse overheid
tijdens de financiële crisis aan Nederlandse banken en verzekeraars als ABN
AMRO, ING, SNS en Aegon heeft gegeven. Als de partijen die nu vragen om een
parlementaire enquête ook na 9 juni nog een meerderheid hebben, zullen onder
meer oud-minister Bos (Financiën, PvdA) en DNB-president Nout Wellink onder
ede worden gehoord.
Partijen hebben over het algemeen instemmend gereageerd op de bevindingen van De Wit. Aanbevelingen om de financiële sector strenger te reguleren vinden bij alle fracties navolging. Ook de kritiek die De Wit uit op de rollen van het ministerie van Financiën en DNB bij de overname van ABN Amro en de internetspaarbank Icesave worden breed gedragen., Volgens De Wit hadden overheid en toezichthouder in beide gevallen anders kunnen handelen. Bij ABN had dat een opsplitsing van de bank kunnen voorkomen met een beroep op de financiële stabiliteit, bij Icesave had de IJslandse bank toegang tot het depositogarantiestelsel ontzegd kunnen worden.
Icesave
VVD-er Weekers, die de meeste aanbevelingen weinig verrassend vindt, noemt de
conclusies van De Wit over Icesave het scherpst. „Daar had het niet alleen
anders gekund, daar had het ook anders gemoeten. Dat strookt ook met het
onderzoek van het IJslandse parlement. De facto was Icesave hier dan ook
niet toegelaten.” Over ABN Amro vraagt hij zich af hoeveel druk het
ministerie van Financiën gezet heeft op DNB om in te stemmen met de
verlening van de verklaring van geen bezwaar aan het bankenconsortium dat
ABN uiteindelijk kocht en opsplitste. „Ik heb nog niet alles kunnen lezen,
maar als dat niet in de rest van het rapport staat, dan moet hier nog de
onderste steen boven komen”, zegt Weekers.
De PvdA herkent in de aanbevelingen veel van wat de partij zelf al heeft voorgesteld, zegt Kamerlid Paul Tang. „Het is wel jammer dat de commissie niet doorbijt op het gebied van de bankbelasting. Wij vinden dat die er moet komen.”
Snoeiharde conclusies
GroenLinks zegt dat het rapport „terecht een grote verantwoordelijkheid bij
de financiële sector zelf legt”. Kamerlid Kees Vendrik: „Er is een
fundamentele cultuuromslag nodig met meer oog voor risicomanagement, meer
lange termijn focus en aandacht voor maatschappelijke waarde. We hebben de
vernieuwde banken hard nodig om de omslag te maken naar een duurzame
economie en samenleving.” Tegelijkertijd stelt Vendrik dat er meer druk moet
worden uitgeoefend „om bonussen werkelijk in het gareel te krijgen en banken
te dwingen tot verantwoord risicomanagement”.
De SP is vooral blij met de „snoeiharde conclusies” van de commissie over het optreden van DNB bij ABN Amro en Icesave. Kamerlid Ewout Irrgang: „Bos en Wellink hebben altijd gesteld dat die ruimte er niet was. De Wit verwijst die lezing naar de prullenbak. De SP heeft ook destijds, in 2007, gesteld dat die ruimte er wel was. Bos en Wellink zijn door hun tekortschietende toezicht medeverantwoordelijk voor het debacle van ABN-Amro.”
Toezichthouder DNB wil nog niet inhoudelijk reageren op het rapport. De toezichthouder zegt „een groot deel van de aanbevelingen” te onderschrijven. „Veel aanbevelingen sluiten aan bij de conclusies die nationaal en internationaal reeds zijn getrokken. DNB maakt zich dan ook sterk voor de verwezenlijking van deze punten”, aldus de bank.
Betere herkenning van risico’s: Jaren van lage rente, steeds
complexere financiële producten, liberalisering van financiële markten,
ondoorzichtigheid van wie de risico’s droeg. Dat zijn volgens de
commissie-De Wit de oorzaken van de financiële crisis. En daar hebben het
Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank ook op gewezen, constateert de
commissie. Maar de „precieze samenhang” van de omstandigheden is ook door
het CPB en DNB „onvoldoende onderkend en onderschat.”
Om dit in de toekomst te voorkomen pleit de commissie ervoor dat het CPB en
DNB minimaal een keer per jaar de regering en de Kamer informeren over
macro-economische ontwikkelingen en de samenhang met de situatie in de
financiële wereld.
Depositogarantiestelsel: De commissie oordeelt dat het
depositogarantiestelsel, dat spaarders moet beschermen als een bank failliet
gaat, niet goed werkt. Het dwingt banken onvoldoende hun risico’s te
beperken. De commissie wil dat banken vooraf een premie storten in een
garantiefonds. Wel zou de hoogte van het gegarandeerde spaargeld omlaag
kunnen van 100.000 naar rond de 40.000 euro, zoals voor de crisis ook het
geval was. Dit zou roekeloos gedrag van banken en ook spaarders beperken en
toch bescherming bieden.
Risicomanagement: Banken zijn niet zorgvuldig omgegaan met risico's,
constateert de commissie. Banken lieten zich te veel leiden door mogelijke
rendement en hadden te weinig oog voor mogelijke risico’s, luidt het
oordeel. Er waren te weinig checks and balances binnen de banken en de
betreffende raden van bestuur.
Om dit in de toekomst beter aan te pakken doet de commissie een aantal
voorstellen. Banken moeten de Code Banken, die door alle Nederlandse
instellingen wordt onderschreven, nauwkeurig naleven en toepassen. Zoals
vastgelegd in de code (opgesteld door de commissie-Maas) moeten banken
uitleg geven als zij de code niet hanteren. De commissie-De Wit pleit ervoor
dat het duidelijk moet zijn hoe banken die onrechtmatig de Code Banken niet
toepassen gesanctioneerd worden. Voor pensioenfondsen en verzekeraar moet
ook soortgelijke code komen.
Verder vindt de commissie-De Wit dat accountants nauwer betrokken moeten
worden bij het vaststellen van risico’s. Er moet een einde komen aan
bonussen en pakketten die tot perverse prikkels leiden. Dit moet niet alleen
voor bestuurders van banken gelden, maar ook voor andere werknemers, zoals
handelaren. En het niveau van commissarissen moet hoger, zoals eerder
voorgesteld door de commissie Maas.
Wet- en regelgeving: Vanaf de jaren negentig zijn financiële markten
geliberaliseerd. Vooral de Europese markten genoten steeds meer vrijheid,
aldus de commissie-De Wit.
De commissie doet een paar voorstellen voor strengere regels, die vanwege de
verwevenheid van banken het liefst op mondiaal of Europees niveau worden
ingevoerd. Banken zouden geleidelijk steeds meer geld op de balans moeten
houden, betoogt de commissie. Banken moeten intern de zakenbankactiviteiten
strikt scheiden van bankactiviteiten voor particulieren, aldus de commissie.
Met spaargeld van particulieren mag niet gespeculeerd worden op kapitaalmarkten.
Systeemtoezicht: Er is volgens de commissie te veel gekeken naar de
gezondheid van individuele banken en te weinig naar de gezondheid van het
gehele financiële stelsel. In Nederland heeft DNB wel gewaarschuwd voor
systeemrisico’s, constateert de commissie, maar daar is vervolgens te weinig
mee gedaan.
Om systeemrisico’s beter in kaart te brengen wil de commissie dat niet alleen
banken, maar ook hedgefondsen en kredietbeoordelaars onder toezicht komen.
Dit zijn immers ook belangrijke partijen voor het financiële stelsel. Het
liefst wordt dit toezicht op mondiaal of Europees niveau geregeld. De
commissie pleit daarom ook voor een sterke Europese toezichthouder.
Gerelateerde artikelen:
- Zes vragen en antwoorden over de commissie-De Wit
- Zes vragen en antwoorden over de commissie-De Wit
- Zes vragen en antwoorden over de commissie-De Wit
- Commissie-De Wit: debacles ABN en Icesave onnodig
- Commissie-De Wit: debacles ABN en Icesave onnodig
- Commissie-De Wit: debacles ABN en Icesave onnodig
- Commissie-De Wit: debacles ABN en Icesave onnodig
- Commissie-De Wit: debacles ABN en Icesave onnodig
