De trein naar Sofia stopt nergens

Door onze redacteuren Kees Versteegh Michèle de Waard

De Europese Commissie gaf deze week aan dat Bulgarije en Roemenië, ondanks aanzienlijke tekortkomingen, op 1 januari 2006 kunnen toetreden tot de Europese Unie. De besluitvorming volgde een uniek traject.

Rotterdam, 28 SEPT. - Al vier jaar geleden, december 2002, werd het ‘point of no return’ gepasseerd. Toen al stond vast dat Roemenië en Bulgarije hoe dan ook lid zouden worden van de Europese Unie. Ook het jaar van toetreding was bekend: 2007, heel misschien 2008.

Afgelopen dinsdag besliste de Europese Commissie dat het januari 2007 wordt, ondanks geconstateerde grote gebreken in het bestuurlijk en justitieel apparaat van beide landen. „Dit is eens maar nooit weer”, reageerde het CDA, de grootste regeringsfractie in het parlement, gisteren fel.

Volgens CDA-fractiespecialist Jan Jacob van Dijk is de Europese besluitvorming rond Roemenië en Bulgarije een typisch voorbeeld van een rijdende trein, die de bevolking niet of onvoldoende kan stoppen of afremmen. En dat terwijl de politiek na het ‘nee’ tegen het Europees Grondwettelijk Verdrag in 2005 had beloofd zoiets nooit meer te doen, aldus Van Dijk.

In retrospectief is het gek dat de besluitvorming zo liep, zegt Rob Boudewijn, Europa-specialist van het Instituut Clingendael voor internationale betrekkingen. „In de waan van de dag is in 2002 geaccepteerd dat Bulgarije en Roemenië zélf de datum van toetreding voorstelden.” Dat gebeurde toen de regeringsleiders in Kopenhagen besloten de EU in mei 2004 met tien lidstaten uit te breiden. Bulgarije en Roemenië stelden zelf dat die datum voor hen te vroeg zou zijn. Maar 2007, uiterlijk 2008 was wel haalbaar. „Het was uniek dat landen dit zelf voorstelden en uniek dat het geaccepteerd werd door de anderen”, aldus Boudewijn.

Hoe kon dat gebeuren? Er werd een ‘packagedeal’ gemaakt, vertelt de onderzoeker van Clingendael. De Europese leiders gingen akkoord met toetreding per 2007 of 2008 als Roemenië en Bulgarije van hun kant instemden met een ‘roadmap’: een gedetailleerd stappenplan van verbeteringen in het bestuurlijk en justitieel apparaat. Boudewijn: „Het was voor het eerst dat de Europese Commissie zo’n roadmap voor toetreding op tafel legde. Maar toen al was de onomkeerbaarheid van het proces duidelijk.”

Ook in Nederland was de toetreding lange tijd niet controversieel. Tijdens diverse parlementaire debatten over uitbreidingen van de EU werd die met Bulgarije en Roemenië weliswaar van kanttekeningen voorzien, maar niet fundamenteel ter discussie gesteld. Van de grote partijen stemde alleen het CDA in februari van dit jaar in de Tweede Kamer tegen toetreding, daarmee ingaand tegen de eigen minister-president, Balkenende, en de eigen minister van Buitenlandse Zaken, Bot.

„Het Nederlandse parlement was niet slaperiger dan andere parlementen in Europa”, zegt Godelieve van Heteren (PvdA), voorzitter van de Tweede-Kamercommissie voor Europese Zaken. „Zelfs het eurosceptische Verenigd Koninkrijk vond dat er, na de Koude Oorlog en de pijnlijke scheiding van Oost- en West, een historische belofte aan die landen moest worden ingelost. Dat gold ook voor Roemenië en Bulgarije.” Het was een politieke verplichting. „Bovendien was er een groot geloof in de ‘soft power’ van de EU: het idee dat bestuurlijke hervormingen waren af te dwingen door Brussel.”

Voor zover er sprake was van een parlementair ontwaken, gebeurde dat na het referendum over de Europese Grondwet van vorig jaar. Toen overviel het ‘nee’ de hele politieke elite. Van Heteren: „Daardoor werd het parlement, veel meer dan was voorzien in 2002, kritischer op de geboekte vooruitgang en ging het zwaar leunen op allerlei voorwaarden en overgangsbepalingen.”

Bovendien leverden diverse fracties, zoals die van het CDA, kritiek op de koppeling tussen beide landen die zo verschillend presteerden. De Europese Commissie en het de EU-voorzitter hadden deze koppeling tot stand gebracht en daarmee de parlementaire manoeuvreerruimte beperkt. „Het staat de Commissie en het voorzitterschap vrij dit soort trucjes toe te passen”, zegt een nauw betrokken ambtenaar.

Over een maand moeten de Europese regeringsleiders in het Finse Lahti officieel instemmen met de toetreding van Bulgarije en Roemenië per 2007. Clingendael-onderzoeker Boudewijn acht het niet voorstelbaar dat daar nog een spaak tussen de wielen wordt gestoken. „Alles is afgestemd met de 25 lidstaten en elk land heeft vooraf inzage gehad in het rapport. Maar het gevoel dat hier iets wordt doorgedrukt bestaat natuurlijk bij velen. Geen wonder dat Commisie-voorzitter Barroso deze week zei dat er voortaan geen data meer moeten worden gekoppeld aan een toetredingsproces. Dus bij Kroatië, de eerst komende kandidaat die hoopt in 2008 bij de Unie te komen, zal het beslist anders gaan.”

Minister Bot positief over uitbreidingsbesluit

Door onze Europaredactie

DEN HAAG, 28 SEPT. - Minister Bot (CDA, Buitenlandse Zaken) is positief over het besluit van de Europese Commissie om Roemenie en Bulgarije per 1 januari 2007 toe te laten tot de Europese Unie. Desgevraagd liet Bot vanmorgen weten: „Het rapport van de Commissie maakt in eerste instantie een degelijke, doorwrochte indruk waarbij een realistisch beeld wordt geschetst.”

Bot stelt verder: „Duidelijk is dat op een aantal terreinen belangrijke vooruitgang is geboekt, maar dat op enkele andere terreinen door beide landen nog aanzienlijke inspanningen moeten worden geleverd om aan de gestelde voorwaarden te voldoen. [...] Nederland is in de afgelopen jaren kritisch en constructief geweest. We hebben de landen bijgestaan in hun ontwikkelingen en zullen dat blijven doen, ook na toetreding.”

In Kroatië is laconiek gereageerd op de mededeling van José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, dat de Europese Unie na de toetreding van Roemenië en Bulgarije geen nieuwe leden meer zal opnemen voordat de problemen met haar nieuwe (grondwettelijke) verdrag zijn opgelost. Dat zou kunnen betekenen dat Kroatië, dat hoopt in 2008 lid van de EU te worden, buiten de boot valt. Met Kroatië wordt sinds dit voorjaar over toetreding onderhandeld.

President Stjepan Mesic van Kroatië zei gisteren op de Kroatische radio de opmerking van Barroso te beschouwen als „de opinie van één persoon, een hoge functionaris”. Diens opinie zou evenwel niet „de opinie van de EU” hoeven zijn, aldus de president. „We zijn toetredingsonderhandelingen [met de EU] begonnen en we zullen die ook voltooien”, aldus de Kroatische president.

Gepubliceerd in:
Europa
Uitbreiding EU
Kandidaten
Achtergrond (na 1 jan. 2006)