In Scandinavië ligt het Nederland van 30 jaar geleden

Marcel en Tessa Roumans verhuizen met hun kinderen naar ,,de Noorse Rivèra''.
Door onze redacteur Ahmet Olgun

Nederland is een emigratieland. Elk jaar vestigen ongeveer 130.000 mensen zich in het buitenland. Eerste deel van een serie over Nederlandse enclaves in Europa. „Ik heb het gehad met de file, de drukte in Nederland.”

Rotterdam, 26 juli. Marcel (30) en Tessa (26) Roumans begonnen zo’n drie jaar geleden te ‘filosoferen’ over weggaan uit Nederland. Oostenrijk, Zwitserland en Noorwegen passeerden de revue. Na verloop van tijd ebde de wens om een „nieuw uitdaging” te zoeken weg, om vervolgens nog krachtiger terug te komen. „Weggaan bleef toch kriebelen”, zegt Marcel.

De keus is na een aantal verkennende vakanties gevallen op Noorwegen. Begin oktober zullen Marcel, projectleider bij een scheepswerf, en Tessa Nederland achter zich laten. Een paar weken geleden hebben ze in hun nieuwe woonplaats Kragerø, „aan de Noorse Rivièra”, een vrijstaande woning gekocht, op 4,5 hectare grond. Marcel gaat daar ook aan de slag op de scheepswerf. „Ik wil ruimte om me heen”, zegt Marcel in de eethoek in hun woning met een grote voor- en achtertuin aan de rand van Leerdam. „Van ruimte word ik rustig.”

Marcel en Tessa gaan niet uit frustratie weg, benadrukken ze, ook al voelt Tessa zich als Nederlandse in „bepaalde delen” van Leerdam bekeken en heeft Marcel „het ook gehad met de file en de drukte”. Ze zijn gezinsmensen, zeggen ze. Door het haastige en gestreste leven komen ze daar niet optimaal aan toe. Marcel: „In Nederland blijft je baas meer en meer van je vragen. In Noorwegen staat het gezinsleven voorop.” Straks heeft hij alle tijd voor zijn vrouw en twee jonge kinderen. Zijn werkdag eindigt al om half vier ’s middags. Tessa: „We doen het vooral ook voor de uitdaging.”

Niet sinds 1954 gingen zo veel mensen uit Nederland weg als de laatste jaren. In 2000 werd de grens van 100.000 emigranten per jaar bereikt. Tot begin dit jaar werd dat record elk jaar gebroken. In 2003 veranderde Nederland van een immigratie- in een emigratieland: meer mensen vertrokken dan er kwamen. „Het negatieve emigratiesaldo is vergelijkbaar met het aantal bewoners van een gemeente als Bussum, 32.000 mensen”, zegt Jan Latten van het CBS. „Dit is uitzonderlijk in West-Europa. Alleen Oost-Europese landen als Litouwen en Polen kennen negatieve migratiesaldi.”

Onder de vertrekkers zijn ook veel vluchtelingen en allochtonen. Strengere toelatingseisen, slechte economische perspectieven en toegenomen vreemdelingenangst na 2001 deed deze mensen Nederland verlaten, zegt Harry van Dalen van het Nederland Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), die de motieven van emigranten onderzocht.

Volgens Latten zijn de afgelopen jaren vooral meer autochtone Nederlanders vertrokken. Die laten zich, anders dan vijftig jaar geleden, nauwelijks leiden door financiële prikkels. Zochten velen toen hun heil elders wegens de sombere vooruitzichten hier, tegenwoordig zijn de kwaliteit van de samenleving en overheid en de bevolkingsdichtheid belangrijkere motieven voor emigratie, zo bleek uit onderzoek van het NIDI. Emigranten van nu zijn relatief jong en hoog opgeleid en hebben vaak een hoog inkomen, een bevredigende baan en een leuk huis. Reizen is voor hen vanzelfsprekend, waardoor ze hun geluk even makkelijk buiten Nederland zoeken, zeggen Van Dalen en Latten. Van Dalen: „Emigranten stemmen met hun voeten, door weg te gaan geven ze toch een signaal af.”

Volgens emigratiepsychologe Saskia Zimmermann is onvrede over de multiculturele samenleving ook steeds vaker een motief om te vertrekken. Na de aanslagen van 11 september, de moord op Pim Fortuyn en vooral die op Theo van Gogh „sloeg de vlam in de pan”, zegt ze vanuit Frankrijk, waar ze sinds zeven jaar woont. „Er was altijd al weinig ruimte en natuur in Nederland, met deze onvrede erbij zijn die nog zwaarder gaan wegen.” Dergelijke emigranten ziet Zimmermann vooral trekken naar Scandinavië. „Ze zoeken het Nederland van dertig jaar geleden.”

Dat ‘islamisering’ van Nederland voor emigratie zorgt, gelooft Latten niet, ook al geven emigranten dat soms als motief op. De emigratie was al aan het stijgen voor 11 september 2001. Latten: „Mensen rationaliseren hun emigratie achteraf. Als je rust wilt, kun je die ook in bepaalde delen van Nederland vinden, daar hoef je heus niet voor naar het buitenland. Ze gaan weg om elders goedkoper te wonen of beter te leven.”

Behalve echte emigranten telt Nederland ook een heleboel „parttime emigranten”, zoals Latten Nederlanders omschrijft met een tweede huis in het buitenland. Cijfers over hun aantallen bestaan niet. Ook de Belastingdienst weet niet hoeveel Nederlanders een ‘genotwoning’ bezitten. Volgens Rob Smulders van Mundi („wij zijn een soort vereniging van eigenaren van woningen in het buitenland”) hebben volgens grove schattingen 250.000 à 300.000 huishoudens een woning buiten Nederland.

Volgens Smulders is de animo voor een huis in het buitenland „sterk stijgende”. Hij zegt dat er nu 1.400 Nederlandstalige aanbieders van buitenlandse woningen actief zijn. De meeste ‘Hollandse’ huizen staan in de grensregio’s in Duitsland en België, aan de Spaanse costa’s en in Frankrijk. De laatste jaren zijn Oost-Europa en Turkije ook interessant, nadat woningprijzen elders in Europa sterk zijn gestegen. Zo proberen momenteel 329 makelaars en bemiddelaars Turkse woningen te slijten op de Nederlandse markt – vijf jaar geleden waren er slechts vier. Ondertussen zijn Nederlandse kopers op jacht naar relatief goedkope woningen neergestreken in Bulgarije, Egypte en Dubai.

Ook het aantal immigranten stijgt inmiddels. Emigratie en immigratie gaan hand in hand, vertellen Van Dalen van het NIDI en Latten van het CBS. De helft van de emigranten keert binnen acht jaar terug. Van Dalen: „Emigratie is niet meer voorgoed, zoals in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Emigranten zijn nu veel mobieler. Zo snel als ze gaan, zo gemakkelijk komen ze weer terug.”

Nu de datum van vertrek nadert, rijzen af en toe twijfels bij Tessa, geeft ze toe. Zij zal haar ouders en zusje missen, vreest ze. Maar soms weet ze ook niet meer zo zeker of zij er wel goed aan doet, voor hun twee kinderen van twee en vier jaar. „De wereld is tegenwoordig zo klein”, zegt Marcel tegen zijn vrouw, „je kunt elke avond je ouders via de webcam zien, of anders bel je toch even. En hou je het echt niet meer, dan rij je binnen een dag naar je ouders.” En als ze echt niet kunnen aarden in Noorwegen, kunnen ze altijd weer weg. Dan gaan ze het proberen in een ander land. „Zwitserland, Oostenrijk, misschien wel de Verenigde Staten”, zegt Tessa. „Als we oud zijn, willen we niet zeggen: hadden we maar...”

Gepubliceerd in:
Europa
europees nieuws