Verdrag? Referendum? Dit vinden vier politici
nrc.next legde vier politici vier vragen voor over het Europese hervormingsverdrag. Geert Wilders is fractievoorzitter van de Partij voor de Vrijheid (PVV) en in 2005 fel tegenstander van de Europese Grondwet. Ook tegen de Grondwet, maar dan ter linkerzijde van het politieke spectrum, was Jan Marijnissen, fractievoorzitter van de Socialistische Partij (SP). Han ten Broeke is Tweede Kamerlid voor de VVD en lid van de Kamercommissie van Europese Zaken. Frans Timmermans (PvdA) is staatssecretaris voor Europese Zaken.
Wat is voor u de essentie van het verdrag?
Geert Wilders (PVV): Het Europese verdrag heeft voor 95 procent dezelfde inhoud als de in 2005 door de Nederlandse burger massaal afgewezen Europese Grondwet. Nederland raakt ook met dit nieuwe verdrag soevereiniteit kwijt. Tientallen vetorechten gaan in rook op, bijvoorbeeld op het terrein van politie en justitie. Verder komt er een gemeenschappelijk Europees beleid voor asiel en immigratie. Dat betekent dat Nederland straks niet meer zelf kan beslissen wie er wel en wie er niet wordt toegelaten. Het is daarom schokkend dat het kabinet besloten heeft geen referendum te organiseren. Het kabinet minacht de kiezer en is bang dat Nederland weer ‘nee’ zal zeggen.
Han ten Broeke (VVD): Het is toekomstgericht, maar zonder pretenties. En dat is de essentie van Europese samenwerking. Dit verdrag moet de Europese kar uit de modder trekken en de vastgelopen besluitvorming in de 27 lidstaten weer op gang brengen. Maar dan wel zo dat wij onszelf kunnen herkennen. Het motorblok van de verworpen Grondwet kon blijven zitten, maar de constructie zelf is herzien. De belangrijkste spelregels zijn aangepast. En nu moeten we met Europa het spel spelen en de problemen oplossen waar we nationaal tekortschieten: asiel en migratie, klimaat en milieu, energiezekerheid, de bestrijding van terrorisme en internationale misdaad.
Frans Timmermans (PvdA): De essentie is dat de EU zo in staat is met 27 landen effectief te opereren. De EU wordt democratischer; de rol van nationale parlementen en van het Europese parlement worden versterkt. Het verdrag maakt duidelijk dat de gevreesde superstaat er nooit zal komen. Het brengt helderheid in de verdeling van wat wij in Nederland blijven doen en wat de EU voor ons aanpakt. Ook zijn de regels voor EU-lidmaatschap verankerd, zodat niet met de toetredingscriteria kan worden gerommeld. En lidstaten krijgen de mogelijkheid om typisch nationale arrangementen, zoals de Nederlandse woningbouwcorporaties, te vrijwaren van onnodige Brusselse bemoeienis.
Jan Marijnissen (SP): Net als met de verworpen Europese Grondwet wordt een federaal Europa dichterbij gebracht. Nederland levert veto’s in op het gebied van justitie en politiesamenwerking, klimaat, energie, asiel en migratie. De Europese bureaucratie wordt versterkt met de instelling van een vaste voorzitter, zeg maar president, en een Europese minister van Buitenlandse Zaken. Al wordt die anders genoemd. Europa wordt steeds minder een samenwerkingsverband van staten en steeds meer een staat op zichzelf.
Welke elementen van de EU wilt u versterken en welke wilt u terugdraaien?
Geert Wilders (PVV): Versterken: De EU zou zich uitsluitend moeten concentreren op economische samenwerking. Door intensieve economische samenwerking zal de welvaart verder kunnen worden vergroot. Bovendien kan Europa zo tegenwicht bieden aan de VS, Japan, China en India. Ook op het justitiële vlak kan samenwerking tussen de verschillende landen een grote meerwaarde hebben, als het gaat om het bestrijden van grensoverschrijdend terrorisme en de aanpak van de internationaal georganiseerde misdaad. Terugdraaien: Europa moet afslanken, en dat in twee betekenissen. Eén: minder lidstaten en zeker geen uitbreiding met Turkije. Twee: minder taken en bevoegdheden. Het Nederlandse parlement moet een vetorecht op alle terreinen krijgen. Bovendien moeten het Europese Hof van Justitie en de Europese Commissie fors in omvang worden teruggebracht. Het Europees Parlement moet worden opgeheven. Door een kleinere en minder bureaucratische EU kan de Nederlandse afdracht aan Brussel bovendien met miljarden omlaag.
Han ten Broeke (VVD): Versterken: De rol van nationale parlementen in de besluitvorming moet worden versterkt en verbeterd. Meer grip op Brussel dus, om meer greep te krijgen op onze eigen problemen. En niet alleen remmen, maar ook gas geven. Daartoe heb ik de ‘oranje kaart’ gesuggereerd: veertien parlementen die de bemoeizucht uit Brussel niet bevalt, kunnen hun ministers verplichten Commissie-voorstellen direct naar de prullenmand te verwijzen. Maar we kunnen óók sneller en beter adviseren wat we wél of juist anders willen regelen. En desnoods kunnen we met negen landen versnellen. Terugdraaien: De constitutionele pretenties die averechts hebben gewerkt. Ze zijn eruit. De sluipende bevoegdheidsuitbreiding van Brussel. Kan niet meer. Het gebrek aan noodremmen die voorkomen dat je wordt overstemd als iets tegen ons nationale belang ingaat. Zitten er nu wel in. De slappe knieën tegenover nieuwe toetreders. Nu: afspraak is afspraak! Maar een einde aan vergaderplek Straatsburg is niet gelukt. Ga ik volgend jaar weer proberen.
Frans Timmermans (PvdA): Versterken: Het nieuwe verdrag helpt ons de EU slagvaardiger, transparanter en democratischer te maken. Dat is mooi, maar onvoldoende. De vertrouwensbreuk tussen Europa en de burgers kan alleen maar helen als Europa erin slaagt aansprekende prestaties te leveren op gebieden waar het nationale beleid tekortschiet. Voor Nederland is het van het grootste belang dat de EU de komende jaren grote vorderingen maakt met het klimaatbeleid, de criminaliteitsbestrijding, een gemeenschappelijk asiel- en migratiebeleid en met energiezekerheid. Terugdraaien: De EU moet af van het huidige structuurfondsenbeleid, waarbij er te veel geld wordt rondgepompt, ook tussen rijke landen. We moeten toe naar een beleid waarbij uiteindelijk alleen de armste EU-landen voor dit soort fondsen in aanmerking komen. Het landbouwbeleid moet worden gemoderniseerd. De vergaderingen van de EU ministerraad moeten openbaar. En Europa moet heel snel met een grote stofkam door de regelgeving, die is doorgeslagen.
Jan Marijnissen (SP): Versterken: Het klimaat- en milieuvraagstuk, en de aanpak van terrorisme en internationale criminaliteit. Het grote misverstand is dat daarvoor landen een deel van hun zeggenschap en bevoegdheden zouden moeten inleveren. We hebben juist kwalitatief goede samenwerking en afspraken nodig, die kunnen rekenen op draagvlak in alle landen. Terugdraaien: Bij het openstellen van de grenzen voor werknemers uit nieuwe EU-landen is het misgegaan. In plaats van 20.000 kwamen er 100.000 werkers. Nederland moet die arbeidsmigratie reguleren. Op delen van de interne markt zijn we doorgeslagen. Landen die goede redenen hebben om de markt te reguleren, worden gedwarsboomd vanuit Brussel. Zo mocht Nederland roetfilters voor auto’s niet eerder verplicht stellen. En onze woningcorporaties worden door concurrentieregels bedreigd. Wat de uitbreiding betreft, die is te snel gegaan. Roemenië en Bulgarije staan te ver weg van het Europese gemiddelde, als het gaat om de kwaliteit van de rechtsstaat en bestrijding van corruptie.
Wat gebeurt er in Nederland als we het verdrag zouden verwerpen?
Geert Wilders (PVV): Niets. Het licht gaat niet uit, er komt geen oorlog en de economie stort niet in elkaar. Als Nederland het verdrag verwerpt, zou dat juist een eerste stap in de goede richting zijn, een zegen voor ons land. Nederland zou dan soeverein blijven op het gebied van immigratie en geen tientallen vetorechten inleveren, zoals met het nieuwe verdrag het geval is – dat overigens bijna een kopie is van de verworpen Grondwet. Bij verwerping van het verdrag zal Nederland, anders dan sommigen beweren, de EU niet hoeven te verlaten.
Han ten Broeke (VVD): De lidmaatschapsvraag dringt zich dan op. Eruit stappen hoeft niet, maar heronderhandelen kan niet. De andere lidstaten zullen doorgaan en de belangrijkste concessies aan Nederland, de ‘oranje kaart’ en de uitbreidingscriteria, schrappen. Ons rest dan het vragen van sideletters, opt-outs en een plekje achterin de bus. De Denen hebben dat al eens geprobeerd en die wisten niet hoe snel ze weer moesten aansluiten. Bij verwerping belanden we ergens tussen Groot-Brittannië, dat zich een uitzonderingspositie kan veroorloven, en Noorwegen, dat overal aan meedoet en nergens over meepraat. Voor Nederland, met zijn kwetsbare samenleving, open economie en kleine thuismarkt is dat geen optie.
Frans Timmermans (PvdA): Ik vind het heel onverstandig als het daartoe zou komen. De Nederlandse inzet bij de onderhandelingen voor het Hervormingsverdrag, een inzet die de vertaling vormde van het ‘nee’ uit 2005, is nagenoeg geheel gehonoreerd. Ik heb nog niemand horen beweren dat er nog meer voor ons in zit. Dus wat zouden wij met een nieuw ‘nee’ in hemelsnaam voor ons land en onze mensen kunnen bereiken? Zeker niets meer, waarschijnlijk veel minder. Want onze Europese partners hebben nog heel wat stokpaardjes in de kast staan.
Jan Marijnissen (SP): Laten we om te beginnen hopen dat de bevolking alsnog bij die beslissing een stem krijgt. Mocht het een ‘nee’ worden, dan is dat echt geen ramp. De verhalen over ‘geïsoleerd komen te staan’ zijn bangmakerij. Landen met fundamentele kritiek hebben in het verleden altijd hun positie in de Unie behouden – en soms uitzonderingsposities bedongen. Denk aan Denemarken, het Verenigd Koninkrijk of Ierland. Ook bij dit verdrag heeft het VK uitzonderingsposities bedongen. Het kán dus. Natuurlijk wil je andere landen meekrijgen, maar dit kabinet heeft het ‘nee’ van Nederland daar niet optimaal voor gebruikt. Men vond al snel dat men er bij de onderhandelingen het maximale uit had gehaald.
Welk Europa wilt u achterlaten voor de volgende generatie?
Geert Wilders (PVV): Een modern en welvarend Europa, dat trots is op zijn joods-christelijk-humanistische wortels, moet voor toekomstige generaties gewaarborgd zijn. Daarom is voortgaande economische samenwerking van groot belang. Essentieel is dat de Europese volken, hoe divers ook, hun bindende traditie verdedigen tegen het grootste gevaar dat hen bedreigt: de barbaarse islam. Nooit mag Europa – de bakermat van de moderniteit – verworden tot Eurabië.
Han ten Broeke (VVD): De generatie die in 2009 naar de Europese stembus zal gaan, is geboren na de val van de Berlijnse Muur. Het perspectief dat ik hun wil bieden kan niet meer beginnen met Nie wieder Krieg, zoals met de generaties die Europa hebben opgebouwd. Voor hen gaat het om veiligheid in de metro en de disco, menselijkheid in en aan de Europese grenzen en een duurzaam klimaat. Nooit meer Londen en Madrid dus. Nooit meer Srebrenica. Maar ook geen natte voeten!
Frans Timmermans (PvdA): Een Europa waarin Nederlanders trots zijn op de vooraanstaande rol die wij spelen, waarin mensen beseffen hoe groot de belangen zijn, economisch en politiek. Een duurzaam Europa, dat de toon zet in een wereld die zich voorbereidt op de uitputting van fossiele brandstoffen en die een antwoord moet vinden op het klimaatprobleem. Een solidaire samenleving, waar het recht en niet het recht van de sterkste domineert. Een Europa dat gelooft in eigen kracht.
Jan Marijnissen (SP): Een sociaal en vreedzaam Europa dat belangen van burgers centraal stelt. De EU is te veel een plaats waar lidstaten elkaar beconcurreren op arbeidsvoorwaarden, publieke en sociale voorzieningen en waar 20 miljoen mensen onvrijwillig werkloos thuis zitten. Een Europa waar de kwaliteit van het bestaan voorop staat, dat zou een mooie erfenis van onze generatie zijn.
