EU zet Google onder druk

Een Google krabbeltje. De zoekmachine heeft aangekondigd de bewaartermijn van 18 maanden te halveren.
Door Antonie van Campen

Amerikaanse zoekmachines moeten van Europa aantonen dat lang bewaren van persoonsgegevens nodig is. Privacywaakhonden sluiten forse boetes niet uit.

Rotterdam. Amerikaanse zoekmachines riskeren forse boetes als zij blijven weigeren persoonsgegevens na zes maanden te vernietigen. Dit zegt Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) en vicevoorzitter van de Artikel-29 werkgroep, waarin de Europese toezichthouders verenigd zijn. De zoekmachines krijgen in december een laatste kans om de noodzaak van het lang bewaren van persoonsgegevens aan te tonen. Kohnstamm: „Als ze dat niet lukt, denk ik aan afschrikwekkende boetes.” Het CBP kan deze opleggen op basis van de Nederlandse Wet bescherming persoonsgegevens.

Volgens de privacywaakhonden kunnen zoekmachines prima binnen drie maanden een gebruikersprofiel opstellen dat geschikt is voor marketingdoeleinden. „Zes maanden is daarom een gul aanbod’’, concludeert Kohnstamm. Tot op heden hebben Amerikaanse zoekmachines hier geen gehoor aan gegeven. In april dit jaar besloten de Europese privacywaakhonden de termijn van zes maanden vast te stellen. De Europese Commissie bekijkt nu of het standpunt van de werkgroep omgezet kan worden in wetgeving. Als dat gebeurt, kunnen er ook Europese boetes worden opgelegd.

Zoekgigant Google heeft inmiddels aangekondigd begin volgend jaar de bewaartijd van achttien maanden in te korten tot negen maanden. Desgevraagd laat een woordvoerder van Google per e-mail weten te vrezen dat met een bewaartermijn van negen maanden de kwaliteit van de zoekmachine achteruit gaat. Als er minder datagegevens beschikbaar zijn, dreigt de nauwkeurigheid van de zoekresultaten volgens Google af te nemen. Zes maanden is volgens de woordvoerder niet haalbaar. Het bedrijf wil graag „een constructieve dialoog” met de toezichthouders. Zoekmachines Yahoo en Microsoft MSN Live Search achten een termijn van zes maanden ook onmogelijk. Zij houden respectievelijk vast aan dertien en achttien maanden.

De privacywaakhonden besloten dit jaar ook dat IP-adressen persoonsgegevens zijn, waardoor deze eveneens niet langer dan zes maanden bewaard mogen worden. De Amerikaanse zoekmachines hebben volgens Kohnstamm tot op heden geen dringende argumenten aangevoerd om de IP- adressen langer te bewaren. „Op basis van IP-adressen worden gebruikersprofielen opgesteld. Die worden gebruikt voor marketing en gaan een eigen leven leiden.”

Kohnstamm wijst wel op een kleine juridische hobbel. De Europese regelgeving is in veel gevallen ook van toepassing als het hoofdkantoor van de zoekmachine buiten de EU is gevestigd. Volgens Kohnstamm onderzoeken juristen of dat in het geval van de Amerikaanse zoekmachines ook zo is. Hij verwacht van wel.

Volgens Ronald Leenes, universitair hoofddocent bij TILT, Centrum voor recht, technologie en maatschappij van de Universiteit van Tilburg, hebben zoekmachines een groot belang in het vasthouden aan een zo lang mogelijke bewaartermijn. Dat heeft te maken met de IP-adressen. „Die zijn de sleutel tot de lucratieve gebruikersprofielen.” Een IP-adres is uniek en heeft de vorm van blokjes getallen. Deze getallen worden gekoppeld aan de locatie van een computer. Persoonlijke gegevens als namen en adressen zijn niet aan dit adres verbonden. Zoekmachines zijn met het IP-adres in staat gericht advertenties aan te bieden.

Leenes: „Als ik een computer van de Universiteit van Tilburg gebruik, is de locatie bekend door dat IP-adres en weet de zoekmachine dat ik bijvoorbeeld geen interesse heb in advertenties voor sneeuwbanden.” Hij vervolgt dat de zoekopdrachten een gedetailleerd beeld vormen van de interesses van een internetgebruiker. Op basis daarvan wordt weer een gebruikersprofiel gemaakt, waar advertenties op afgestemd kunnen worden. Maar er speelt meer volgens Leenes.

In theorie kan de informatie op websites aangepast worden aan het profiel van een gebruiker. Als voorbeeld noemt hij een zoekopdracht naar nicotinepleisters van iemand die wil stoppen met roken. „Als deze gebruiker vervolgens naar een krantenwebsite surft, ziet hij plotseling artikelen over de voordelen van roken of advertenties van sigarettenfabrikanten.” Keiharde bewijzen dat dit gebeurt ontbreken, maar Leenes zegt dat het technisch gezien makkelijk haalbaar is en dat de markt voor advertenties groot genoeg is. „De autonomie van het individu wordt dan beperkt op een obscure manier. Internetgebruikers zijn er vaak niet van op de hoogte dat de zoekopdrachten worden opgeslagen.”

Dit kan volgens Leenes ook tot discriminatie leiden. „Mensen uit achterstandswijken krijgen dan bijvoorbeeld te zien dat een hotel volgeboekt is, terwijl iemand uit een andere buurt wel de mogelijkheid heeft een kamer te boeken.”

Om uit de impasse te raken hebben de toezichthouders besloten in december een hoorzitting te organiseren met de zoekmachines. Microsoft en Google zijn zeker aanwezig. „Dit wordt een belangrijke testcase’’, zegt Leenes. „Als de waakhonden de EU-regelgeving serieus nemen moeten ze zich met hand en tand verzetten.”

Gepubliceerd in:
Europa
Europa
Privacy