Klimaattop VN stagneert door verdeelde EU
De klimaatconferentie in het Poolse Poznan dreigt te mislukken, mede door onenigheid in Europa.
Rotterdam, 8 dec. Internationale klimaatonderhandelingen in het Poolse Poznan dreigen vast te lopen. De bijna tweehonderd landen die onder de vlag van de Verenigde Naties een uitweg zoeken uit de klimaatcrisis zijn verdeeld over de financiering van een nieuw akkoord.
De verlamming wordt mede veroorzaakt door de Europese Unie, die tegelijkertijd probeert het onderling eens te worden over een ambitieus pakket aan maatregelen om in 2020 de uitstoot van broeikasgassen met 20 procent te verminderen. Door die verdeeldheid verliest de Unie haar voortrekkersrol in het internationale klimaatoverleg.
Polen, gesteund door andere Midden-Europese landen en door Italië, vreest dat het Europese klimaatbeleid te duur wordt. Met zijn verouderde kolencentrales die relatief veel broeikasgassen uitstoten, zou het land te veel geld kwijt zijn aan emissierechten, die vanaf 2013 geveild moeten worden. Intussen probeert Duitsland de eigen auto-industrie te sparen, met zijn verzet tegen het invoeren van emissiehandel in deze sector.
De Franse president Nicolas Sarkozy, die dit half jaar voorzitter van de EU is, is er dit weekeinde niet in geslaagd de Polen op andere gedachten te brengen. Sarkozy hoopt op de EU-top aan het eind van de week een compromis te bereiken. Maar in Parijs gaat men er al van uit dat de kans daarop wel heel klein is geworden.
Doordat Europa het onderling niet eens kan worden, stagneert ook de klimaattop in Poznan. Het belangrijkste onderwerp op de conferentie is niet langer het bestrijden van klimaatverandering (door minder broeikasgassen uit te stoten), maar ‘aanpassing’. Hoe moeten landen reageren op de ook nu al merkbare gevolgen van de opwarming van de aarde?
Volgens het klimaatbureau van de VN is voor iedere dollar die beschikbaar is voor aanpassing aan klimaatverandering in feite negentig dollar nodig. Het meeste geld – op termijn tientallen en mogelijk zelfs honderden miljarden dollar per jaar, schat het klimaatbureau – moet gaan naar ontwikkelingslanden. Daar zijn de gevolgen van opwarming het sterkst voelbaar, terwijl de landen nauwelijks aan het ontstaan van het probleem hebben bijgedragen.
De EU is niet bereid zich te committeren aan een van de bestaande voorstellen, zoals dat van Noorwegen, dat opperde het geld dat landen verdienen aan de verkoop van emissierechten in een fonds te storten. Maar de EU biedt zelf geen alternatieven.
Een belangrijk discussiepunt in de onderhandelingen in Poznan is de zogeheten ‘financiële architectuur’ van een nieuw klimaatakkoord. Wie wordt verantwoordelijk voor het fonds waarin het geld gestort moet worden?
Ontwikkelingslanden hebben voorgesteld de Verenigde Naties de verantwoordelijkheid te geven. Maar de rijke landen voelen niets voor een nieuwe organisatie. Zij zien liever dat het geld beheerd wordt door de Wereldbank, of verdeeld wordt op basis van bilaterale akkoorden die landen sluiten met ontwikkelingslanden. In de Wereldbank is de invloed van de arme landen relatief klein.
Nederlandse milieugroepen die in Poznan aanwezig zijn, hebben dit weekeinde hun teleurstelling uitgesproken over de Nederlandse afzijdigheid in dit debat. Eerder had Nederland zich bereid verklaard om de leiding te nemen bij het zoeken naar een oplossing. Minister van Financiën Wouter Bos had dat ook toegezegd aan Yvo de Boer, het hoofd van het VN-klimaatbureau.
Maar Bos is deze week niet aanwezig bij een bijeenkomst van ministers van Financiën in Warschau, waar over klimaatfinanciering wordt gesproken. Een woordvoerder van het ministerie liet desgevraagd weten dat de agenda van de minister dat niet toeliet en dat er ook nog een kredietcrisis is die om een oplossing vraagt.
Voor dat gevaar is de afgelopen tijd veelvuldig gewaarschuwd. Rijke landen kunnen dure maatregelen tegen de opwarming van de aarde – waarvan de gevolgen pas op de lange termijn zichtbaar worden – in tijden van kredietcrisis wel eens als een luxe gaan zien. Zo zal de Duitse bondskanselier Angela Merkel zich afvragen of het verstandig is om de auto-industrie op kosten te jagen met allerlei milieueisen, als die het door de financiële crisis toch al moeilijk heeft.
In Poznan moet de basis worden gelegd voor een nieuw internationaal klimaatverdrag, waarover volgend jaar in Kopenhagen een akkoord moet worden bereikt. Als het overleg in het huidige tempo doorgaat, wijst niets erop dat dit gaat lukken. Er zijn economen die waarschuwen dat de kredietcrisis verbleekt bij de financiële gevolgen van een klimaatcrisis.
