EP stemt in met ingrijpend klimaatpakket

Stemming in het Europees Parlement in Straatsburg.
Door onze correspondent Jeroen van der Kris

Het Europese Parlement nam gisteren een wet aan waarin de uitstoot van CO2 door bedrijven wordt geregeld. De norm wordt elk jaar wat scherper gesteld.

Straatsburg, 18 dec. Niemand is écht gelukkig met de nieuwe klimaatwetten van de Europese Unie. Bedrijven zijn nog steeds bang dat ze veel geld gaan kosten. Milieuorganisaties hadden graag meer ambitie gezien. En ook veel Europarlementariërs hadden nog bedenkingen. Toch stemde een ruime meerderheid van het Europese Parlement gisteren voor de voorstellen.

Daarmee is het laatste obstakel weggenomen voor een ingrijpend pakket van wetgeving – een van de belangrijkste uit de geschiedenis van de Europese Unie. Er is nu vastgelegd hoe de uitstoot van CO2 in 2020 moet zijn verminderd met 20 procent, ten opzichte van 1990. Vorige week bereikten de leiders van de EU-landen daarover al een akkoord.

Europarlementariërs hadden ingestemd met een ongebruikelijke, versnelde procedure. Daardoor konden ze alleen nog ‘ja’ of ‘nee’ zeggen. Een ‘nee’ zou mogelijk jaren vertraging in de besluitvorming hebben betekend. Dat wilde niemand, want er is haast. „Eigenlijk hadden we onszelf een nucleaire knop gegeven”, zei de Britse parlementariër Chris Davies, een liberaal, gisteren. „Net als met een echte nucleaire knop was het niet de bedoeling om die in te drukken.”

Het belangrijkste onderdeel van het pakket is de ‘emissiehandel’. Dat werkt volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’. Bedrijven die CO2 uitstoten moeten daarvoor emissierechten hebben. Het systeem bestaat al, maar bedrijven krijgen de meeste rechten nu nog gratis. In de toekomst zullen die veel vaker worden geveild.

Energiebedrijven moeten in principe vanaf 2013 al hun emissierechten kopen. Uitzonderingen worden gemaakt voor energiebedrijven in de nieuwe, Oost-Europese lidstaten. Vooral Polen had daar op aangedrongen, omdat het veel oude centrales heeft die gebruik maken van kolen. Die hebben veel rechten nodig en dat zou dus veel geld kosten. De energiebedrijven in de nieuwe lidstaten hoeven pas in 2020 al hun rechten te kopen.

Onder druk van met name Duitsland en Italië hoeft ook de industrie minder te betalen voor emissierechten. Ambtenaren van de Commissie schatten dat op basis van wat nu is afgesproken in 2013 zo’n 90 procent van alle bedrijven in de industrie gratis rechten krijgt. Er is niet precies afgesproken om welke bedrijven het gaat, alleen aan welke criteria ze moeten voldoen. Een daarvan is dat ze op de wereldmarkt opereren. „De criteria zijn zo ruim dat de meeste bedrijven er wel onder vallen”, zegt Europarlementariër Dorette Corbey (PvdA), die bij de onderhandelingen over de klimaatwetten betrokken was.

Dat bedrijven gratis rechten krijgen, wil niet zeggen dat het hun niets kost om te vervuilen. Ze krijgen alleen die rechten die ze nodig zouden hebben wanneer ze gebruik zouden maken van de ‘best beschikbare technologie’ in hun sector. Wat dat precies is, die best beschikbare technologie, dat moet de Europese Commissie nog bepalen in overleg met de lidstaten. En de norm wordt elk jaar wat scherper gesteld, zodat bedrijven elk jaar minder gratis mogen vervuilen.

Ambtenaren schatten dat in 2013 ongeveer de helft van alle uitstootrechten gratis wordt uitgedeeld, en in 2020 nog 30 tot 40 procent. Gaat de doelstelling voor 2020 – 20 procent minder CO2 – dan wel worden gehaald? Ja, zeggen de meeste politici. Want de totale hoeveelheid rechten wordt hoe dan ook elk jaar verminderd. Alleen de manier waarop ze worden verdeeld, is anders dan aanvankelijk de bedoeling was. Bedrijven krijgen een groter deel gratis. Maar er komen niet méér rechten.

Milieuorganisaties zijn teleurgesteld. Als bedrijven meer zouden moeten betalen om te mogen vervuilen, dan zouden ze ook meer reden hebben om daar wat tegen te doen. De prikkel om te investeren in schonere technologieën zou groter zijn. Bovendien: als bedrijven moeten betalen, dan levert dat geld op. Voor de overheid. Dat geld zouden overheden dan weer kunnen gebruiken om klimaatverandering ook in ontwikkelingslanden tegen te gaan. En dat zou het weer gemakkelijker maken om volgend jaar met die landen een internationaal klimaatakkoord te sluiten.

Bedrijven die te veel CO2 uitstoten, moeten daarvoor straks een boete betalen: 100 euro per ton CO2. Dat bedrag is zo hoog gekozen, is de verwachting, dat bedrijven het niet zullen willen betalen. Een ton CO2 kostte vanmorgen ruim vijftien euro.

Anders werkt het voor de sectoren die níét onder het systeem van emissiehandel vallen, zoals de landbouw, de afvalverwerking en het transport. Ook daarvoor zijn doelstellingen afgesproken, maar die gelden voor landen. Elk land moet er zelf voor zorgen dat de CO2-uitstoot in die sectoren vermindert. Nederland bijvoorbeeld met 16 procent. Landen worden daarbij wel geholpen door strengere Europese uitstootnormen voor bijvoorbeeld personenauto’s, waarover ook overeenstemming is bereikt.

Boetes voor landen zijn er niet. Als lidstaten zich niet aan hun doelstellingen houden, dan kan de Europese Commissie naar het Europese Hof van Justitie stappen om landen te dwingen. Maar dat is een moeizame en vaak lange weg. „Als er twee landen zijn die zich niet aan de afspraken houden dan valt dat wel mee”, zegt Europarlementariër Dorette Corbey. „Maar stel je voor dat het om 20 landen gaat. Dan krijg je toch weer een politieke discussie.” Het soort van discussie dat er in het verleden was over het stabiliteitspact, de Europese begrotingsregels. „En dan loop je het risico dat de regels weer worden afgezwakt.”

Gepubliceerd in:
Europa
Europa