Een overzicht van de resultaten per land

Stemmen in Europa.
Door onze correspondent

De verkiezingen voor het Europees Parlement hebben in veel landen winst op te leveren voor (centrum-)rechtse partijen. Sociaal-democraten verliezen in de meeste landen. Een overzicht:

Belgie - Bulgarije - Tsjechië - Denemarken - Duitsland - Estland - Ierland - Griekenland - Spanje - Frankrijk - Italië - Cyprus - Letland - Litouwen - Luxemburg - Hongarije - Malta - Nederland - Oostenrijk - Polen - Portugal - Roemenië - Slovenië - Slowakije - Finland - Zweden - Verenigd Koninkrijk

België (22)

Het extreem-rechtse Vlaams Belang heeft voor het eerst sinds haar deelname aan verkiezingen fors verloren in België. De christen-democratische CD&V, de Vlaams-nationalistische NV-A en de rechts-populistische Lijst Dedecker zijn de winnaars.

Met een achteruitgang van bijna 9 procent tot 15,3 procent is Vlaams Belang de grootste verliezer bij de Vlaamse parlementsverkiezingen. Ook de liberale coalitiepartij Open VLD verliest en komt uit op 15 procent, 4,8 procentpunt minder dan in 2004. De liberalen worden weer kleiner dan sociaal-democratische sp.a, die 15,3 procent behaalt, een lichte achteruitgang. De voorzitter van de liberale Open VLD, Bart Somers, nam gisteren ontslag. Hij werd opgevolgd door Guy Verhofstadt, die wel een goed resultaat behaalde bij de Europese verkiezingen.

De CD&V van Vlaams minister-president Kris Peeters (en van de nationale premier Herman van Rompuy) blijft met 22,9 procent van de stemmen de grootste partij van Vlaanderen. Dat betekent dat Peeters vanaf vandaag een Vlaamse regering mag proberen te vormen. Hij had vanochtend al een gesprek met Bart de Wever van de nationalistische N-VA, met 13, 1 procent de opvallendste winnaar. De N-VA vormde bij de vorige verkiezingen nog een gezamenlijke lijst met de CD&V, maar haalt nu als zelfstandige partij bijna het dubbele van wat opiniepeilers voorspelden.

De Lijst Dedecker (LDD), een populistische partij die lijkt op de Nederlandse PVV, haalt 7,6 procent van de Vlaamse stemmen. Het Vlaams Belang schrijft het grote verlies toe aan wat kopman Filip Dewinter „de versnippering op rechts” noemt. Zowel zijn partij als N-VA en LDD zijn voorstander van meer bevoegdheden voor de regionale niveaus in België.

Aan Waalse zijde houdt de door corruptieschandalen in opspraak geraakte Parti Socialiste makkelijk stand, met bijna 34 procent van de stemmen. De sociaal-democraten blijven de grootste partij van Wallonië, voor de liberale MR (22,8 procent). De christen-democratische CdH verliest licht en haalt 16,3 procent. Grote winnaar met tien procentpunt is de groene partij Ecolo, die 18,3 procent behaalt.

De nationalistische uitslag in Vlaanderen kan ook gevolgen hebben voor de Belgische coalitie. De regering van christen-democraat Yves Leterme viel eind vorig jaar door het opstappen van de N-VA, omdat er volgens de nationalisten onvoldoende vooruitgang werd geboekt op het vlak van de staatshervorming.

Bulgarije (17)

De conservatieve GERB (26 procent, 7 zetels) is met een kwart van de stemmen de grote winnaar geworden, voor de sociaal-democraten (18 procent, 4 zetels). De rechts-nationalistische Ataka (11,5 procent) blijft nipt twee liberale partijen (tezamen 4 zetels) voor en stuurt ook twee vertegenwoordigers naar het parlement. De opkomst bedroeg lag op 37,5 procent.

Cyprus (6)

De gebruikelijke nek-aan-nek race tussen de communistische AKEL en de conservatieve DISY is dit keer nipt beslecht in het voordeel van de oppositiepartij DISY. Ten opzichte van 2004 raakte zij wel een zetel kwijt en zakt naar twee. Regeringspartij AKEL houdt twee zetels. De opkomst was 43 procent.

Denemarken (13)

De sociaal-democraten en de liberalen behouden elk hun drie zetels, terwijl de ene eurosceptische partij (de Deense Volkspartij) een zetel afsnoept van een andere, de Juni Beweging. De christen-democraten en de groenen behouden elk hun twee zetels, een kleine linkse partij blijft op één zetel. De opkomst was 59,5 procent.

Duitsland (99)

De christen-democraten van CDU en CSU zijn gisteren bij de Europese verkiezingen de sterkste politieke kracht van de Bondsrepubliek gebleven. Voor de sociaal-democratische SPD is de uitslag dramatisch. Winnaar is de liberale FDP.

De opkomst bedroeg 43,3 procent. De Bondsrepubliek levert het grootste aantal zetels van het Europees parlement: 99 van de in totaal 736.

Volgens de laatste cijfers komen de CDU en haar Beierse zusterpartij CSU uit op 37,9 procent van de stemmen, ongeveer zeven procentpunt minder dan vijf jaar geleden. De SPD haalt 20,8 procent, een van de slechtste uitslagen die de partij ooit boekte. Het resultaat is een domper voor lijsttrekker Frank-Walter Steinmeier, de huidige minister van Buitenlandse Zaken. Hij wil bondskanselier worden. Eind september zijn in Duitsland de (landelijke) Bondsdagverkiezingen. Steinmeiers strategie en persoonlijke aantrekkingskracht hebben nog niet gewerkt. Ook bij de recente presidentsverkiezing verloor de SPD.

Partij-onderzoeker Karl-Rudolf Korte ziet de uitslagen als „een signaal voor de Bondsdagverkiezing”, al zal de opkomst dan aanzienlijk hoger zijn. Volgens hem heeft de kredietcrisis en belangrijke rol gespeeld bij het stembusresultaat. „Angst kiest niet links, maar behoudend”.

Van de andere Duitse partijen heeft met name de liberale FDP het goed gedaan: elf procent, een duidelijke stijging. De winst komt voornamelijk door teleurgestelde CDU’ers. De Groenen bleven met ruim twaalf procent stabiel; de uiterst linkse partij Die Linke kwam op 7,5 procent. Andere partijen, goed voor ruim tien procent, haalden de kiesdrempel niet.

Bondskanselier Angela Merkel (CDU) en Horst Seehofer, de charismatische leider van de CSU, stonden vanmorgen lachend op de voorpagina’s van de Duitse kranten. Met name de CSU heeft het met bijna 7,5 procent relatief goed gedaan. Het markante crisisbeleid van de Duitse minister van Economische Zaken, de CSU’er Zu Guttenberg, zou daarvan mede de oorzaak zijn.

Het dramatische resultaat van de SPD heeft meteen vandaag al tot een debat geleid over de stembusstrategie van de partijleiding. Met nog ruim honderd dagen te gaan voor de Bondsdagverkiezingen van 27 september begint de tijd te dringen. De ongerustheid en het ongenoegen over de verkiezingsresultaten nemen binnen de SPD-fractie snel toe.

Engeland (72)

De druk op de Britse premier Gordon Brown om af te treden is verder toegenomen door een vernietigende nederlaag van de Labour Partij bij de Europese verkiezingen, de zwaarste uit haar naoorlogse geschiedenis.

Brown, die gisteren nogmaals onderstreepte dat hij niet van zins is op te stappen, voert vanavond overleg met de Labour-fractie in het Lagerhuis. Daarbij zullen tegenstanders binnen de partij naar verwachting aandringen op zijn vertrek. Mogelijk zullen ze echter akkoord gaan met Browns aanblijven, als hij op korte termijn een geheime stemming belooft onder de Labour-leden over het vertrouwen dat zij nog hebben in hun leider.

Labour kreeg bij de verkiezingen voor het Europees Parlement slechts 15,3 procent van de stemmen en moest daarmee niet alleen de Conservatieven (28,6 procent) maar ook de Eurosceptische UKIP (17,4) laten voorgaan. Veelzeggend was dat de Tories voor het eerst sinds 1918 Labour in Wales wisten te verslaan, terwijl in Browns eigen Schotland de Schotse Nationale Partij (SNP) Labour aftroefde.

Een tegenslag voor Brown was voorts dat de extreemrechtse Britse Nationale Partij (BNP), door velen gezien als racistisch wegens haar afkeer van immigranten, twee van de 72 Britse zetels in het Europees Parlement in de wacht wist te slepen. Ook dit wordt als een vernedering voor Labour beschouwd, omdat de BNP haar meeste stemmen vergaarde bij voormalige Labour-aanhangers.

De nummer twee van Labour, Harriet Harman, sprak van „een deerniswekkend resultaat”. Ze sprak echter opnieuw haar steun uit voor Brown als leider. Dat laatste deed de voormalige minister van Justitie Lord Falconer vanmorgen in een ingezonden artikel in het dagblad The Times niet. „Mijn opvatting is dat de pijnlijke stap om onze leider te vervangen, die zijn leven heeft gewijd aan de Labour Partij en de publieke zaak, het beste voor de partij en het land zou zijn”, schrijft hij.

Ook het resultaat van de UKIP, in 2004 uit het niets op 16,9 procent van de stemmen gekomen, was verrassend. De partij heeft zich sindsdien vooral onderscheiden door interne ruzies en leek in vergetelheid geraakt. Door het recente declaratieschandaal in het Lagerhuis, waarbij vooral politici van de gevestigde partijen waren betrokken, heeft ze veel proteststemmen weten aan te trekken.

Estland (6)

De partij van de conservatieve premier Andrus Ansip verliest en behaalt slechts één zetel, terwijl een liberale oppositiepartij drie zetels in de wacht sleept. De opkomst bedroeg 43,2 procent.

Finland (13)

De extreemrechtse en eurosceptische partij Ware Finnen behaalt 10 procent en behaalt één zetel. De partij van de conservatieve premier Matti Vanhanen verliest licht maar houdt drie zetels. De grootste achteruitgang is ook hier voor de sociaal-democratische oppositie, die een zetel verliest en terugvalt tot twee. De opkomst was 40 procent.

Griekenland (22)

De regerende conservatieve partij Nieuwe Democratie verliest en valt terug tot 33,2 procent. De sociaal-democratische oppositiepartij PASOK wint en stijgt tot 36,7 procent. Het verschil tussen beide partijen is kleiner dan verwacht. Twee communistische partijen halen samen drie zetels. De opkomst bedroeg 52,18 procent.

Hongarije (22)

Met bijna vijftien procent van de stemmen, goed voor drie zetels, is het extreemrechtse Jobbik de grote winnaar geworden. De centrum-rechtse oppositiepartij Fidesz is de grootste met 56 procent, vijftien zetels. De sociaal-democraten van premier Gordon Bajnai vallen terug tot 17,3 procent, drie zetels. De opkomst bedroeg 36,3 procent.

Ierland

De regering van premier Brian Cowen heeft een zware nederlaag geleden. Voorlopige resultaten wijzen op 24 procent van de stemmen voor Cowens Fianna Fáil, het slechtste resultaat uit haar geschiedenis. Oppositiepartij Fine Gael werd met 29 procent voor het eerst de grootste. De eurosceptische partij Libertas van Declan Ganley zetelloos lijkt te blijven Daardoor is de kans toegenomen dat de Ieren dit najaar alsnog instemmen met het nieuwe Europees Verdrag van Lissabon. De opkomst was 55 procent.

Letland (8)

De conservatieve coalitiepartner Burger Unie behaalt een kwart van de stemmen, goed voor twee zetels. Letland stuurt ook drie vertegenwoordigers van twee pro-Russische partijen naar het EP, beiden grote winnaars van de verkiezingen. De partij van premier Dombrovskis valt terug tot 6,6 procent. De opkomst bedroeg 53 procent.

Litouwen (12)

De conservatieve premier Kubilius heeft een kwart van de stemmen behaald, goed voor vier zetels. De sociaal-democraten halen net geen 20 procent en sturen drie vertegenwoordigers naar het EP. Twee rechts-liberale partijen boeken winst en behalen samen drie zetels. De opkomst bedroeg slechts 20,8 procent.

Luxemburg (6)

De gecombineerde nationale en Europese verkiezingen (met opkomstplicht) zijn gewonnen door de christen-democratische CSV van premier Jean-Claude Juncker. De sociaal-democratische LSAP verloor, maar bleef tweede. Verwacht wordt dat CSV en LSAP doorregeren. In het EP verandert niets: CSV 3 en LSAP, liberalen en groenen elk 1.

Frankrijk (72)

In Frankrijk konden tevreden ministers van president Sarkozy’s partij UMP gisteravond vaststellen dat hun campagnestrategie had gewerkt. Partijen die de afgelopen weken veel over Europa spraken, wonnen. Dat gold voor UMP, met 28 procent ruimschoots de grootste partij, en Europe Ecologie, een groene lijst die 16,2 procent haalde.

En partijen die in hun campagne hadden gemikt op onvrede bij de kiezer over Sarkozy, verloren. Dat gold met name voor de grootste oppositiepartij, de Parti Socialiste, die met 16,8 procent (tegen 28,9 in 2004) instortte. De positie van de nieuwe PS-leider Martine Aubry, die haar eerste nationale campagne leidde, is verzwakt.

Ook Sarkozy’s felste tegenstander, de middenpoliticus François Bayrou, lukte het niet zichzelf onvermijdelijk te maken in de oppositie. Zijn formatie Modem bleef steken op 8,5 procent.

Regeringspartij UMP haalde het beste resultaat voor centrumrechts sinds 1979. In 2004 haalde de formatie nog 16,6 procent. De UMP-kandidaten, aangevoerd door ex-Eurocommissaris Michel Barnier, onderstreepten in de campagne traditionele verkiezingsthema’s als orde en veiligheid. Daarnaast riepen zij veelvuldig Sarkozy’s rol vorig jaar als voorzitter van de raad van Europese regeringsleiders in herinnering. Zijn optreden als ‘president van Europa’ geldt in Frankrijk als een groot succes.

De grote verrassing van de verkiezingen was de gelegenheidslijst Europe Ecologie, geleid door Daniel Cohn-Bendit, die onder meer de Groenen en antiglobalist José Bové, achter zich had gekregen.

De Frans-Duitse ex-studentenleider van 1968 is in Frankrijk al jaren de bekendste Europarlementariër. Hij presenteerde zich in zijn campagne de afgelopen weken nadrukkelijk als Europeaan. Een van zijn medegedeputeerden wordt Eva Joly, een Noors-Franse juriste die in Frankrijk naam maakte als onderzoeksrechter in grote politiek-economische corruptiezaken (onder meer rond het olieconcern Elf).

In twee belangrijke kiesdistricten, het Ile de France rond Parijs en het Zuid-Oosten met Marseille, Montpellier en Nice werd Europe Ecologie groter dan de PS. PS-leider Aubry noemde haar partij „niet geloofwaardig” en kondigde aan haar partij grondig te gaan hervormen. Het succes van Europe Ecologie werd opgevat als een teken dat kiezers grondige vernieuwing van politieke programma’s willen, vooral bij links.

Cohn-Bendit profiteerde ok van een scherpe aanvaring met Bayrou vorige week. De middenpoliticus, tot dan hoog in de peilingen, rakelde een debat op over een boek uit 1975 waarin de voormalige 68-leider, volgens de suggestie van Bayrou, pedofilie zou goedpraten. Dat werd allerwegen bekritiseerd als het dieptepunt in de verkiezingsstrijd, waarin Bayrou, hamerens op zijn eigen presidentiële ambities, een grote rol speelde. Cohn-Bendit reageerde daar herhaaldelijk met bijtende ironie op. Volgens hem is Bayrou “te zielig” om president te worden.

Malta (5 zetels)

De oppositionele sociaal-democratische PL heeft gewonnen (55 procent) en houdt haar drie zetels in Europa. De regerende conservatieve PN bleef steken op 41 procent) en behoudt eveneens haar twee zetels. Opkomst: 79 procent.

Nederland (25)

Grote winst haalt de rechts-populistische PVV (van 0 naar 4 zetels). Daarnaast is er winst voor D66 (van 1 naar 3) en GroenLinks (van 2 naar 3). Zwaar verlies daarentegen voor de PvdA (van 7 naar 3) en verder verlies voor CDA (van 7 naar 5) en VVD (van 4 naar 3). SP en CU/SGP behouden elk hun 2 zetels. Opkomst: 36 procent.

Oostenrijk (17)

De conservatieve ÖVP blijft de grootste partij met bijna 30 procent. Twee rechts-populistische partijen deden het ook goed. De FPÖ verdubbelt tot 13 procent, de BZÖ van de vorig jaar verongelukte Jörg Haider haalt bijna 5 procent, niet genoeg voor een zetel. De sociaal-democraten verliezen 10 procentpunt tot 23,8 procent. Opkomst: 42,4 procent.

Polen (50)

De Polen hebben gisteren duidelijk gekozen vóór de Europese Unie en vóór de zittende regering. Het pro-Europese Burgerplatform (PO) van de rechts-liberale premier Donald Tusk kreeg 44,4 procent van de stemmen. De opkomst was laag, 24,5 procent, maar beter dan in 2004, toen 21 procent van de Poolse kiezers ging stemmen.

Politicologen spreken van een bijzondere prestatie. Zittende regeringen blijven in Polen doorgaans niet lang populair, zeker in tijden van economische crisis. „We hebben geen rode en zelfs geen gele kaart gekregen”, reageerde premier Tusk gisteren.

Burgerplatform, dat regeert sinds 2007, werd geholpen door gunstige macro-economische cijfers – de Poolse economie groeit nog – en door oppositiepartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS). Die voerde een felle anti-Duitse campagne waarin het vooral over de Tweede Wereldoorlog ging, wat veel weerzin wekte.

PiS haalde niettemin 27,4 procent van de stemmen. In Kraków, de tweede stad van het land, werd de partij zelfs de grootste. Maar in de meeste andere grote steden won Burgerplatform, in hoofdstad Warschau zelfs met ruim 52 procent.

Ook de sociaal-democratische SLD die een marginaal politiek bestaan leidt, kon gisteren juichen. De partij lijkt met 12,3 procent van de stemmen op de weg terug.

De vierde Poolse partij in het Europees Parlement, is de PSL, een gematigde boerenpartij die op dit moment meeregeert. Zowel de PSL als Burgerplatform behoren tot de Europese christen-democraten. Samen hebben de Polen 28 zetels in die factie, negen zetels meer dan in 2004.

Portugal (22)

Bij een opkomst van 37 procent raakt de regerende sociaal-democratische PS 5 van de 12 zetels in Europa kwijt. Winst is er voor de centrum-rechtse oppositie van PPP/PSD en CDS/PP (van 9 naar 10). De linkse blokpartij BE en de linkse alliantie CDU/PCP/PEV (communisten en groenen) houden hun 3 respectievelijk 2 zetels.

Roemenië (33)

De sociaal-democraten PSD-PC blijven met 30,8 procent nipt groter dan de rechts-liberale coalitiepartner PD-L (30,5 procent). Beide halen 11 zetels. De liberalen behouden hun zes zetels. Extreem-rechts behaalt met bijna 9 procent twee zetels. De opkomst bedroeg 27,2 procent.

Het Roemeense ex-fotomodel Elena Basescu (29) is zo goed als zeker verkozen in het parlement dankzij 3,5 procent van de stemmen. Basescu is de dochter van de Roemeense president Traian Basescu en kwam op als onafhankelijke kandidate.

Slovenië (7)

Met 27 procent van de stemmen is de centrum-rechtse oppositiepartij SDS de grote winnaar. De regerende sociaal-democraten behaalden 18,45 procent. Beide partijen behalen elk twee zetels. De overige drie zetels worden verdeeld onder drie kleinere partijen. De opkomst bedroeg 28 procent.

Slowakije (13)

De centrum-linkse partij SMER van premier Robert Fico is overtuigend de grootste met 32 procent van de stemmen. De liberale partij wordt tweede met bijna 17 procent. Het xenofobe SNS haalde ruim 5 procent en krijgt een zetel, terwijl de nationalistische partij van voormalig premier Meciar twee van zijn drie zetels verliest. De opkomst bedroeg 19,6 procent.

Spanje (50)

Na de zege in nationale verkiezingen van vorig voorjaar moet de regerende sociaal-democratische PSOE (38,5 procent) zijn meerdere erkennen in de conservatieve oppositie PP (42,2 procent). Winst was er verder voor de liberalen (van 1 naar 2). De Groenen verloren een zetel (van 3 naar 2). De opkomst (44,3 procent) lag iets boven het EU-gemiddelde.

Tsjechië (22)

De liberale ODS van ex-premier Topolánek is met 31,4 procent de grote winnaar. De sociaal-democratische CSSD van Paroubek, die de regering van Topolánek deed vallen, kreeg 22,4 procent. De communisten blijven de derde partij met 14,2 procent. De verdeelde eurosceptische partijen die meehielpen aan de val van Topolánek behalen geen enkele zetel. De opkomst bedroeg 27,8 procent.

Zweden (18)

De populistische Piraten Partij die pleit voor gratis downloaden op het internet behaalt 7 procent en één zetel, terwijl de sociaal-democraten die in de oppositie zitten met 24,6 procent de grootste partij blijven. De conservatieve regeringspartij MS haalt 18,8 procent. Winst is er voor de Groenen (10 procent) en verlies voor een kleinere linkse partij. De opkomst bedroeg 43,8 procent.

Spanje

De conservatieve oppositiepartij Partido Popular heeft in Spanje de Europese verkiezingen gewonnen. Dat blijkt uit de eerste officiele resultaten. De PP kreeg 42,03 procent van de stemmen tegen 38,66 procent voor de regerende socialistische PSOE van premier José Luis Rodríguez Zapatero.

Italië (72)

Voor de Italiaanse premier Silvio Berlusconi zijn de Europese verkiezingen teleurstellend verlopen. Zijn Volk van de Vrijheid haalde 35,2 procent van de stemmen. De partij blijft met afstand de grootste, maar bereikte niet de 40 to 45 procent die Berlusconi had voorspeld. De opkomst daalde in Italië met 9 procentpunten, maar bleef met 65 procent traditioneel hoog.

De schandalen rondom Berlusconi’s vermeende vriendschap met minderjarige meisjes, de blootfoto’s genomen in zijn vakantievilla, het oneigenlijke gebruik van staatsvliegtuigen hebben de Italiaanse premier toch schade toegebracht. In het noorden groeide de xenofobische Lega Nord ten koste van Berlusconi’s partij.

Dankzij de winst van 2 procentpunten van de Lega Nord blijft de machtspositie van Berlusconi regeringscoalitie ongewijzigd. De Partij van Umberto Bossi heeft nu 10,2 procent en zal deze winst gebruiken om de harde koers tegen migranten te versterken.

De grootste oppositiepartij, de Democratische Partij die dit voorjaar voorman Walter Veltroni verloor, kwam uit op 26,1 procent, een verlies van 6 procentpunten ten opzichte van de parlementsverkiezingen van vorig jaar. Toch werd dit verlies met een zucht van verlichting geaccepteerd. „We bestaan nog”, is de reactie binnen de partij die vreesde te worden weggevaagd. en die nu met 22 zetels de grootste groep wordt binnen de Socialistische Partij in het Europarlement.

Grote winnaar op links is ex-officier van Justitie Antonio di Pietro. Zijn partij Italië van de Waarden haalde 8 procent van de stemmen. Hij beschouwt dit als een beloning voor de felle oppositie die hij heeft gevoerd tegen Silvio Berlusconi. De christen-democratische UDC kwam uit op 6,5 procent.


Klik op de foto om een fotoserie te zien (popup).

Libertas

De veelbesproken nieuwe eurokritische partij Libertas die in veertien EU-landen meedeed met de Europese verkiezingen heeft praktisch geen enkele zetel gehaald. Dit ondanks een campagnebudget van ettelijke miljoenen euro's van de Ierse zakenman en partijleider Declan Ganley. De Ier had tevoren op wel honderd zetels gerekend, waarvan eentje in Nederland.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Europa
Verkiezingen Europees Parlement 2009