Serie: ‘Schwofen’ in Clärchens
Onze oud-correspondent in Berlijn bezocht in een trendy wijk een danszaal uit begin 1900.
Het voorhuis is er niet meer. Vanaf de straat kijkt men direct tegen het achterhuis aan. Boven een dubbele deur hangt een reclamebord. Een man en een vrouw, dansend. Hij kijkt verbeten. Zij is er niet helemaal gerust op. Het logo is, naar verluidt, van de hand van Otto Dix. In het verweerde achterhuis is de meest betoverende uitgaansgelegenheid van Berlijn gevestigd: Clärchens Ballhaus.
Clärchens is adembenemend ouderwets. Aan de garderobe staat Günther Schmidtke. Een ranke man met snor, onberispelijke manieren en een Berlijnse tongval. Günther is de zeventig ruimschoots gepasseerd. Binnen valt het oog onmiddellijk op een grote dansvloer van parket. De muren zijn afgewerkt met donkere lambrisering en zilveren slingers. Een paar gekleurde neonbuizen ronden het interieur af. Obers, in zwart-wit, serveren sekt, bier en gehaktschijven met aardappelsalade. Het eten is eenvoudig en goed. Volks.
In Clärchens wordt vooral gedanst. Avond aan avond. En als het moet tot zes uur ’s ochtends. Een eeuwigdurend en buitensporig dansfestijn. „Schwofen bis in die Puppen.” Zo zou Günther het formuleren.
In het Ballhaus doet het er niet toe wie je bent, als je maar ‘schwooft’. Als de nacht nog jong is, wordt de vloer vooral bevolkt door oudere paren. Tango en swing, een enkele chachacha. Rondborstige dames in bloemetjesjurken. Keurige heren in pak. Het is de generatie die een danspartner beleefd afhaalt aan een tafeltje en daar, na gedane zaken, ook weer in onberispelijke staat aflevert.
Rond middernacht neemt een jongere garde langzaam de macht over. Studenten in blauwe truien en witte overhemden. Dames in vervaarlijke outfits. Hippe Italianen. Polen.
De muziek wordt dan uitgezocht door Djane Clärchen en varieert van Duitse Schlager tot stevigere rock. Het Ballhaus is op zijn best rond 02.00 ’s ochtends als jong en oud onder de discobal alle stijlvoorschriften loslaat.
Clärchens heeft nóg een dansvloer. Een aftands trappenhuis voert naar een feeërieke spiegelzaal. Het stucwerk is kapot, de spiegels zijn dof. Er is weinig licht. Drie jaar geleden werden in een oude schacht stafkaarten van de Wehrmacht gevonden. Het Ballhaus heeft de hele onzalige Duitse eeuw gezien.
Het gebouw stamt uit het einde van de negentiende eeuw. In 1913 begon Fritz Bühlers er een danszaal. Fritz viel in WO I, waarop zijn Clärchen de zaak overnam. In de jaren twintig danste er het volk. In WO II danste beneden het volk en boven de officieren. Ten tijde van de DDR was de vloer weer van het volk.
Clärchens ligt aan de rand van het Scheunenviertel. Nu een trendy stadswijk, in de jaren twintig een biotoop voor arbeiders, hoeren en kleine criminelen. Alfred Döblin vereeuwigde het milieu in 1929 in zijn legendarisch roman Berlin Alexanderplatz.
Franz Biberkopf, de kleine boef uit Döblin’s roman, ging ook wel eens schwofen. In Hasenheide en bij Jannowitzbrücke. Nadat hij in een vuurgevecht met de politie een arm heeft verloren wil hij zijn vriend Meck meesleuren naar een Ballhaus om te laten zien dat hij met één arm nog een hele kerel is. De danszaal heet Altes Ballhaus, maar de route die de twee lopen voert vlák langs Clärchens.
