Bromsnor in lelieblank Nederland

Door Hans Beerekamp

Boven het bed van de jonge Balkenende hing een afbeelding van zijn idolen: Swiebertje en Bromsnor. Die hebben, in tegenstelling tot Pietje Bell en Kruimeltje, het bioscoopdoek nog niet gehaald. De tijd zou er rijp voor zijn, gezien de nostalgie naar overzichtelijke tegenstellingen in een lelieblank Nederland.

Dicht in de buurt komt de film De schippers van de Kameleon, gebaseerd op de 63-delige serie jeugdboeken van H. de Roos, waarvan de eerste verscheen in 1948. Hoofdpersonen zijn de tweelingbroers Sietse en Hielke Klinkhamer, zonen van een Friese dorpssmid, die met een zelf gebouwde motorboot, de 'Kameleon', de wateren rond hun geboortedorp bevaren. Hun grootste vriend is de ondeugende boerenknecht Gerben (Maarten Spanjer), die het tweetal menige poets bakt; de meeste problemen ondervinden ze echter met veldwachter Zwart (Rense Westra). Die pedante dienstklopper staat voor het botte gezag, uitgeoefend in naam van de burgemeester (Gijs Scholten van Aschat). Maar het is een ander soort burgemeester dan die waar Bromsnor aan rapporteerde: geen goedmoedige sul, die toch ook in zijn goedertierenheid een beetje god-de-vader was, maar een suffe profiteur, de personificatie van het grootste kwaad, namelijk alles wat uit de stad komt.

In het naar de vroege jaren zestig verplaatste scenario dat regisseur Steven de Jong samen met Jean Ummels (De avonden) schreef, is de voornaamste tegenstelling die tussen Friese vrijbuiters en stadse non-valeurs. Toch wordt er maar één woord Fries gesproken: heit Klinkhamer, die stiekem moet lachen om de schelmenstreken van zijn jongens, gespeeld door regisseur Steven de Jong.

Niet alleen de inhoud verwijst naar een voltooid verleden. De hele productie ademt een dekselse toon, herinnerend aan de tijd dat de kranten trots melding maakten van het gereedkomen van weer een nieuwe Nederlandse speelfilm. Die Steven de Jong heeft het hem toch maar mooi gelapt. Er zijn trucages te zien van een windhoos, die de melkbussen door de lucht doet vliegen. De Kameleon kan heel hard varen, er vindt zelfs een achtervolging op het water plaats. En er zijn gastrollen voor beroemdheden: ijscoman Henk Westbroek, weerman Pyt Paulusma en commissaris van de koningin Ed Nijpels.

Eenmaal bekomen van de schok beginnen de kleine gebreken op te vallen. De stug volgehouden onschuld van het landleven krijgt merkwaardige en anachronistische trekjes als het om de deernen gaat. Mem (Dominique van Vliet) laat zich door heit meetronen voor een snel nummertje tussen de was door. Sietse zegt aan tafel tegen het door hem geadoreerde weesmeisje Esther (Saar Koningsberger): ,,Ik ga ze pakken!'' Hij bedoelt de nozems die een oud vrouwtje hebben beroofd, maar hij kijkt naar Esthers op tafel gedrapeerde boezem.

De poging om een eigentijdse film te maken over een verdwenen wereld leidt tot een onevenwichtig geheel, en een allegaartje van stijlen. Toch wekt De schippers van de Kameleon vertedering, juist door die oprechte onbeholpenheid van een hartenkreet uit de provincie. Het zou wel eens precies de toon kunnen zijn die aanspreekt. Wat kan het electoraat van Balkenende zich beter wensen dan de comeback van Bromsnor in gezelschap van een kwaaie burgemeester?

 

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief