Doodeind

Fragment uit Doodeind.
Door Bianca Stigter

Vorige week ging Hellbent in Nederland in première, een horrorfilm met homo’s in de hoofdrol. Deze week volgt Doodeind, een horrorfilm waarvan de verrassende wending wel moet zijn dat hij van Nederlandse makelij is. Veel andere verrassingen zijn er niet. De plot volgt een pad dat al in de oertijd werd gebaand. Een stel jongeren komt in een afgelegen landhuis terecht, een huis waar het niet pluis is.

Nederhorror is geen bloeiend genre, maar nu lijkt er zowaar een golfje van aan te komen. Over twee maanden gaan Sl8n8 en Horizonica in première op het Nederlands Film Festival, dat een heel programma aan oude en nieuwe Nederhorror wijdt. En er staat nog meer op stapel. Wie weet haalt Woensdag Gehaktdag dit jaar ook nog de bioscoop.

Doodeind bijt dus de spits af en regisseur Erwin van den Eshof, net als producent Nick Jongerius in 2003 afgestudeerd aan de filmacademie, zal daar blij om zijn. Zij willen de genrefilm in Nederland nieuw leven inblazen. Doodeind, dat werd gefinancierd zonder steun van het filmfonds en de Publiek Omroep, is eerder oefening dan eng. Het engst zijn de eerste scènes, die zich afspelen in een bos, waar twee grote zwarte honden plotseling de aanval inzetten op een groepje vakantie vierende jongeren. De spanning in het landhuis zelf moet vooral komen van de special effects. Realistisch kunnen die niet bedoeld zijn, maar wat dan wel de bedoeling was, blijft duister. Het blijven vooral special effects.

De film werd opgenomen in het oude gebouw van het Filmmuseum in Overveen en op een boerderij in Amersfoort, maar de personages geloven dat ze in Schotland zijn. Weer een curieuze keuze, want Nederhorror mag zich toch wel in Nederland afspelen? Of zouden de makers denken dat zo’n spookhuis in Nederland minder geloofwaardig is dan in Schotland? Toegeven dat de film in het voormalig Filmmuseum werd opgenomen, zou dan ook een optie zijn geweest. In de film wordt toch al gespookt door beroemde voorgangers.

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief