Zwartboek
De film Zwartboek beleefde gisteren zijn Nederlandse première. Regisseur Paul Verhoeven schopt nog een keer tegen heilige Hollandse huisjes.
Den Haag, 13 sept. Gelukkig. De film is af. Ze vonden hem goed. De wereldpremière was op het filmfestival van Venetië, hij wordt vanavond vertoond op het festival in Toronto, en hij is ingezonden voor de Oscars. En gisteren kreeg hij in Den Haag een koninklijke première, de oorlogsfilm die Paul Verhoeven al zo’n beetje sinds Soldaat van Oranje wilde maken. Er was vanaf het begin af aan zoveel rumoer en gedoe omheen dat het tijd wordt om nu eens rustig echt naar Zwartboek te kijken.
Trailer van Zwartboek:
Natuurlijk, een beetje oproer mocht ook wel: Zwartboek is na twintig jaar de eerste film van Verhoeven in Nederland. En het zou zijn grote afrekening worden met het land waaruit hij in de jaren tachtig na de vijandige kritieken op Spetters wegvluchtte, om in Amerika succes te hebben met sciencefictionfilms en thrillers als RoboCop, Basic Instinct en Starship Troopers. Al werd de politieke ironie van die laatste weer beter begrepen in Europa. Paul Verhoeven: filmmaker tussen twee continenten. Inzet: het grootst mogelijke publiek met de stoutst mogelijke boodschap. Want: subversie boven alles.
Heilige Hollandse huisjes
Dus wat kon hij beter dan met zijn oude, scenarioschrijvende kompaan Gerard Soeteman nog één keer tegen wat heilige Hollandse huisjes aan schoppen? Door bijvoorbeeld de mythe te ondermijnen dat elke Nederlander tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet heeft gezeten? En de opvatting te ontkrachten dat elke verzetsstrijder een held was?
Dat in een grote publieksfilm korte metten wordt gemaakt met het zwart-wit-denken over Nederland in WO II, is niet automatisch een verdienste. Verhoeven en Soeteman hebben na Lou de Jong vast wel Chris van der Heijdens Grijs Verleden gelezen. Zo nieuw en wereldschokkend is het dus niet wat in Zwartboek wordt beweerd. En dat zou niet eens erg zijn, als de manier waaróp ons tenminste aan het denken zou zetten. Maar opnieuw prevaleerde bij filmfilosoof Verhoeven het wantrouwen tegen de verbeeldingskracht van zijn publiek. Je krijgt wat je ziet en de dialogen leggen het nog eens uit.
Zwartboek vertelt hoe de door Carice van Houten met volmaakte allure neergezette joodse zangeres Rachel Stein het laatste oorlogsjaar overleeft.
Bewondering
We volgen Rachel vanaf haar onderduikadres in Friesland, via een mislukte vlucht naar het bevrijde zuiden, tot een dubbelzinnig dubbelleven als verzetsmeisje in Den Haag, de stad waar de zesjarige Verhoeven zelf het einde van de oorlog zag. Het is als De avonturen van Dick Bos, de stripserie waar de regisseur mee opgroeide en waarvoor hij zijn bewondering nooit onder stoelen of banken stak. Rachel is een meisje in een jongensboek, in een wereld van vriendschap en verraad, hét grote thema van Verhoeven. Lag in Soldaat van Oranje de klemtoon meer op de vriendschap, Zwartboek wordt voortgedreven door verraad.
Verhoeven geniet ervan de schaduwzijde van de oorlogshelden in beeld te brengen: de opportunist die bij het verzet zit voor het geld, de antisemiet, de communist en de christenfundamentalist, de dirty dozen van oorlog en collaboratie zitten er allemaal in. Hij laat ze door de Duitse bezetter consequent ‘terroristen’ noemen: een venijnige maar weinig fijnzinnige verwijzing naar de actualiteit. De vrijheidsstrijders van vandaag zijn de onderdrukkers van morgen, zegt Verhoeven.
Niet voor niets begint en eindigt zijn film in het Israël van 1956, aan de vooravond van de Sinaï-campagne. Zo deelt hij voortdurend speldenprikken uit. Ook naar de Nederlandse oorlogs(film)geschiedenis. Verhoeven recyclet in Zwartboek als de Tarantino van de Lage Landen alles, van de eettafelscènes uit Pastorale 1943 , via de twijfelende Derek de Lint uit De aanslag tot de dichotomie van verraad en verzet uit Het meisje met het rode haar en zijn eigen Soldaat van Oranje. Soms bekruipt me het gevoel dat hij wel heel druk bezig is geweest zijn eigen demonen te bevechten.
Klonterige havermout
Subtiliteit is niet Verhoevens handelsmerk. Wil hij ook niet. Hij houdt van shots waarin hij Rachel na het gereformeerde dankzeggen in de klonterige havermout met stroop een kruis laat tekenen en dan woest doorroeren. Hij smult van teksten als: „’t Is m’n pistool, wat dacht je?”’ „Wat dacht je dat ik dacht?” Hij verlekkert zich aan stereotyperingen als het bootje vol clichéjoden in de Biesbosch: één dame heeft onder haar bontjas al haar juwelen omgehangen en moeder heeft nog een trommeltje versgebakken gemberkoek bij zich. In het laatste oorlogsjaar. Kan waar gebeurd zijn. Maar is het representatief of relevant? Wat wil Verhoeven hiermee zeggen?
Maar er is iets anders aan de hand. Zoals altijd bij Verhoeven zit er een film verstopt onder de film. Het gaat niet om die visueel parmantige thriller waarin WO II een arena is vol Nietzscheaans ‘voorbij goed en kwaad’. Op de production value ervan is weinig af te dingen, er is niet bespaard op tanks en figuranten. Maar zij zijn een afleidingsmanoeuvre, zodat we ons niet meteen realiseren dat Rachel in de film wel erg makkelijk de ene na de andere rampspoed overwint, als een superheldin zonder bovenmenselijke krachten. Notaris Smaal (Dolf de Vries) mag haar nog zo hoofdschuddend waarschuwen dat het „er niet de tijd naar is om iemand blindelings te vertrouwen”, maar dat is precies wat zij doet. Keer op keer. Zij schenkt mensen haar vertrouwen en overleeft. Niet zonder kleerscheuren, maar wel dankzij de wonderbaarlijke, ja bijna on-Verhoeveniaanse puurheid van haar karakter.
Offer
Rachel is niet zomaar een collaborerende jodin, een op een SS-officier verliefde opportuniste of iemand die alles doet om haar huid te redden. Het gaat verder. Zij brengt een offer door te kiezen voor de liefde en daarmee haar leven in de handen van de vijand te leggen. „Wat heb ik te verliezen?”, vraagt zij in de film gevraagd. „Je leven”, is het antwoord. Maar dat is precies wat zij wínt. Niet op een Hollywood-achtige sprookjesmanier. Het blijft wel Verhoeven natuurlijk. You win some and you lose some. De mens is een triest geval. Maar voor menselijkheid is niet alle hoop verloren.
In Zwartboek kiest Verhoeven niet voor het morele vertoog, maar voor de menselijke maat en heeft hij met een niet-cynische benadering van zijn vrouwelijke hoofdpersoon en de liefde een nieuwe kleur aan zijn werk gegeven. Dat maakt Zwartboek tot een onverwacht pleidooi voor onbaatzuchtige liefde en humanisme. Laat nou die Jezus-film, die al zo lang op zijn verlanglijstje staat, maar gemaakt worden!
