The Squid and the Whale

Scene uit de film The Squid and the Whale.
Door Dana Linssen

Pets! Zwjiep! Plok! Dat gaat al lekker. The Squid and the Whale is begonnen voordat je er erg in hebt. Meteen zit je er middenin. Flitskort staat er een titel op het doek. Zo’n titel van: wat-moet-je-ermee? Hop.

En dan vliegen de ballen je om de oren. De familie Berkman speelt tennis. En dat is geen pretje. Dat is geen spelletje, dat is hard tegen hard. Elke slag is een klap, elke zucht een vloek en het zwijgen in de auto naar huis doet pijn aan je oren. Dan weet je het wel. Deze mensen staan op het punt om te scheiden.

Trailer van The Squid and the Whale:

Niet alleen kan vader Bernard (Jeff Daniels) het niet meer uithouden met moeder Joan (Laura Linney), omdat hij een slome zak is en zij een overspelige neuroot.

Nee, in deze filmische autobiografie van scenarioschrijver/regisseur Noah Baumbach gaat iedereen uit elkaar. Zo moet dat gevoeld hebben voor Baumbach, die vanuit een puberperspectief de film verteld. Als ze praten – bekvechten moet dat heten – is dat ook een tenniswedstrijd. Tak! Zinggg! Pok! Ze slaan aces met hun oneliners.

Noah Baumbach maakte al eerder drie van die Amerikaanse indie-films over verstoorde familieverhoudingen voordat hij een Oscarnominatie in de wacht sleepte voor het scenario van The Squid and the Whale.

De film is als het ware de onopgesmukte tegenhanger van The Royal Tenenbaums (2001) van Wes Anderson. Die vergelijking is niet helemaal toevallig, want Baumbach schreef Andersons vólgende film The Life Aquatic with Steve Zissou (2004) en Anderson produceerde op zijn beurt weer The Squid and the Whale.

Er is een duidelijke verwantschap tussen beide mannen. Ze hebben vooral oog voor het absurde in de alledaagse menselijke betrekkingen. Want mensen zijn nooit helemaal normaal.

In ieder geval is niets vanzelfsprekend in hun wereld en filmen ze allebei als verwarde kinderen die net hebben ontdekt dat het leven behoorlijk krakkemikkig in elkaar steekt. In feite zijn ze nog altijd zwaar teleurgesteld dat hun ouders geen superhelden blijken te zijn. Terwijl Wes Anderson dit vormgeeft door vooral de domme August uit te hangen, interpreteert Noah Baumbach het meer vanuit het perspectief van de trieste Pierrot.

De laatste zoekt het niet in vorm, maar in de felheid van zijn drama. Er komt geen greintje ironie aan te pas. Zijn ernst is echt en intens. Je lacht alleen om het ongemak. En dat gaat zo vanzelfsprekend dat The Squid and the Whale ook alweer voorbij is voordat je het hebt gemerkt.

Verbaasd én vermaakt staar je nog naar het doek, alsof daar nog een conclusie, of een oplossing moet volgen. Maar nee. De wedstrijd is voorbij. En toch heeft niemand gewonnen. Game. Set. Match.

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief