Tussenstand

Scène uit de film <i>Tussenstand</i>.

Door Dana Linssen

Tussenstand is een tenniswedstrijd. Tik. Pof. Er wordt geslagen. Er wordt teruggekaatst.

Was het niet een oververhitte BBC-sportverslaggever die ooit uitriep dat ,,het scenario voor deze Wimbledon-finale wel door Alfred Hitchcock geschreven moest zijn’’? Tussenstand is pure Hitchcock, onvervalste suspense, zoals hijzelf dat begrip ooit omschreef: twee mensen aan een tafeltje met een tikkende bom eronder. Alleen weet nu niet alleen het publiek dat de situatie ieder moment kan ontploffen. De hoofdpersonen, een man en een vrouw tijdens talloze diners gevolgd en gevangen in de paradox van de gelukkige scheiding, weten het ook. Sterker nog: ze houden beurtelings een vuurtje bij het lont. Met een overdonderend resultaat.

Bekijk de trailer van Tussenstand:

Het scenario werd door regisseur Mijke de Jong geschreven samen met Jolein Laarman. Eenmaal klaar werd dat scenario echter bij wijze van ritueel afscheidsproces verbrand en na een intensieve improvisatie- en repetitieperiode met acteurs Elsie de Brauw (Roos) en Marcel Musters (Martin) als het ware weer gereconstrueerd. Zij spelen het echtpaar dat gedoemd is om tot in de oneindigheid alle ingesleten reactiepatronen uit hun mislukte huwelijk te blijven herhalen, omdat ze omwille van hun zoon Isaac nooit echt los van elkaar kunnen komen.

Mijke de Jong nam risico’s en wordt voor die artistieke moed beloond met een film die beheerst is en superieur. Soms doet het denken aan de toonaangevende gestileerde Aziatische cinema van Tsai Ming-liang en met name Kim Ki-duks Bin-jip, in de scènes waarin de woordenloze ontheemding van zoon Isaac in afstandelijke totalen wordt getoond. Net als in Bin-jip zoekt Isaac namelijk als een verlichte inbreker toevlucht in de lege huizen en levens van anderen. Dan weer is het de beurt aan de dansende camera van de Deense Dogma-films die Roos en Martin extreem claustrofobisch begluurt. In de klassieke filmdecoupage, de opbouw van shots, is de camera gericht op degene die spreekt, met af een toe een tegenshot van degene die luistert. De Jong koos voor een andere aanpak en liet cameraman Ton Peters vlak vanaf de schouder van de spreker naar het gezicht van de luisteraar kijken. Ruim baan voor het reactieshot!

Eigenlijk zie je nauwelijks iemand spreken. Alleen maar luisteren. Naar woorden, woorden, woorden. Verwijten, vooronderstellingen, frustraties. Deze mensen smoren elkaar met hun woorden. En de ander hoeft niet meer te luisteren, want hij heeft alles al zo vaak gehoord dat de gesprekken echoën in zijn hoofd. Langzamerhand ga je geloven dat je hoort wat de luisteraar denkt. Restklanken van gesprekken die opklinken tussen het opmerkelijk opdringerige geroezemoes.

Deze film laat horen en zien dat spreken en zwijgen evenveel lawaai kunnen maken, in een pijnlijk-hilarische zedenschets van een generatie veertigers. Tussenstand is een love game.

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief