De Scheepsjongens van Bontekoe

Scène uit de film <i>De scheepsjongens van Bontekoe</i>.
Door Dana Linssen

Misschien dat het in Friesland, de thuisbasis van filmmaker Steven de Jong anders is, maar hoeveel jongens die tegenwoordig nog echt jongens zijn kennen nog de scheepsjongens van Bontekoe?

Voor de regisseur van twee succesvolle Kameleon-films was het verfilmen van het geromantiseerde boek dat Johan Fabricius schreef met als brondde overgeleverde scheepsjournaals van Willem Ysbrantz Bontekoe naar verluidt een kinderdroom. Maar de logica van dromen laat zich niet zonder meer in filmverhalen vertalen.

Bekijk hier de trailer van De scheepsjongens van Bontekoe:

Op papier klinkt het goed. Bontekoe voer anno 1618 voor de VOC naar Oost-Indië, overleefde een brand midden op de Indische Oceaan, roeide in een sloep naar Bantam en nog zo wat van die avonturen. Spektakel genoeg. In De scheepsjongens van Bontekoe komt het hele openluchtmuseum tot leven. Regisseur De Jong is dol op zijn eigen pittoreske schilderingen, dus hij neemt de tijd om alles en iedereen te introduceren: de drie scheepsjongens Hajo, Padde en Rolf, de rechtvaardige schipper Bontekoe (Peter Tuinman) en een hele trits ludieke bijfiguren. Het duurt zo’n drie kwartier voordat de Nieuw Hoorn het zeegat kan kiezen.

Dan wordt er het een en-toen-en-toen-verhaal, dat van climax naar climax werkt: van storm, via vechtpartijen, brand, koppensnellers en ontsnappingen naar behouden thuisvaart. Precies volgens het jongensboek.

Maar niet volgens het scenarioboek. De wetten van de dramaturgie verlangen meer: identificatie, drama, dilemma’s, inlevingsvermogen bij de toeschouwer. Taal is ook belangrijk, fijne dialogen, vooral als je niet alles kunt laten zien wat je wilt vertellen. Ook dat is een kunst. Evenals acteursregie. Thomas Acda is een van die bekende Nederlander-spelers die lijzige zinnen in de mond gelegd heeft gekregen als: ,,Doe die pijp uit malloot. Straks gaan we met z’n allen naar de ratsmodee.’’

Maar toch was er één reden waarom ik meteen om was en de film bewonder, dus ik hoop maar dat het klopt. Helemaal in het begin al zien we hoe de vader van Hajo (De Jong zelf) in een storm op zee het leven laat. Door het kijkglas van zijn verrekijker zien we in de verte een tornadoslurf, en nee, het zou toch niet dezelfde zijn uit Kameleon 2?

Dat zou zo’n staaltje inventief filmmaken zijn, gewoon een shot dat je toch al had liggen nog eens hergebruiken, dat ik er m’n matrozenpetje voor af zou nemen. Want dat is wat Steven de Jong natuurlijk wél doet. Met ongeveer een kwart van het budget van Kruistocht in spijkerbroek (namelijk zo’n drie miljoen euro) een film maken die er technisch en wat betreft special en visual effects beslist niet voor onder doet. Zijn mentaliteit is een en al VOC: hop naar Lelystad om op het schip de Batavia de filmen, want die ligt daar toch maar. De scheepsjongens van Bontekoe is effectief en efficiënt, net als de tatoeage die Hajo laat zetten: een anker met ‘moeder’ eronder.

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief