Lust, Caution

Wang, alias mevrouw Mak, arriveert bij de bioscoop voor haar favoriete uitje in <i>Lust, Caution</i>. Regisseur Ang Lee heeft debutante Wei Tang uit honderden kandidaten gekozen.
Door Bas Blokker

Ang Lee is er opnieuw in geslaagd een film te maken die de nieuwsgierigheid van een breed internationaal publiek prikkelt, zonder dat de regisseur concessies hoeft te doen. Bovendien slaagt hij erin zijn films een galm mee te geven die meer mensen bereikt dan alleen de kijkers. Zoals Brokeback Mountain, met de gisteren overleden Heath Ledger in de hoofdrol, ook voor mensen die hem niet hebben gezien ‘o ja die homo-western’ is, zo is Lust, Caution nu al ‘die Chinese seksfilm’, terwijl hij morgen pas in de bioscoop komt.

Bekijk hier de trailer van Lust, Caution:

Je vraagt je af hoe hem dat lukt, want het zijn zelden ‘grote’ films die Ang maakt. Er zitten geen sterren in, het zijn geen mainstream actiefilms, behalve dan Hulk, maar daar kent juist bijna niemand hem van. Hij wordt herinnerd door The Ice Storm, Crouching Tiger, Hidden Dragon en Brokeback Mountain. En straks ongetwijfeld ook door Lust, Caution.

Het kan te maken hebben met de onderstroom in al zijn films, de onmogelijke liefde, de hartstocht die zich tegen de stroom keert. Maar het zal vooral te maken hebben met zijn manier van filmen. Ang, Amerikaan van Chinese achtergrond, filmt sensueel, in de zin dat de personages voelbaar, tastbaar worden, dat hun liefde lijfelijk is en niet steriel. Vergelijk hem met die andere Chinese filmer die een wereldpubliek heeft veroverd, Wong Kar-wai, en het verschil is duidelijk. Voor Wongs personages is liefde een vorm van projectie. Er wordt meer gekeken dan gezoend. Bij Ang is liefde juist een zeer fysieke ervaring en die lijkt wel met de film fysieker te worden.

In Lust, Caution pendelt Ang Lee tussen Hongkong en Shanghai en tussen 1942, aan het begin en eind van de film, en 1938 in het lange midden. In 1942 ontmoeten we aan de mahjongtafel mevrouw Mak, een nieuweling in een dameskransje. De vrouw des huizes is mevrouw Yee (Joan Chen), wier man een hoge functie heeft bij de geheime politie die met de Japanners collaboreert.

Er zindert iets tussen meneer Yee (Hong Kong-ster Tony Leung) en mevrouw Mak (nieuweling Tang Wei) en Ang Lee neemt de tijd om dat even te laten aangloeien. Dan gaat hij terug naar 1938, waar mevrouw Mak ineens Wang blijkt te heten en als verlegen studente wordt opgenomen in een wat straatwijzer groepje ouderejaars met toneelaspiraties. Onder het spel smeult verzet tegen de Japanse overheersing. Wang raakt al snel in de ban van de energieke leider van het groepje en is bereid als lokaas voor Yee te dienen. Ze vermomt zich als een mysterieuze rijkere vrouw, mevrouw Mak. En Yee valt al snel voor haar, al doet hij dat zo kil dat je je afvraagt of je het nog wel ‘vallen’ kunt noemen.

Bijna heeft ze Yee waar ze hem hebben wil, als hij de fuik weer uit loopt. Het wat sukkelige verzetsgroepje is er haast blij om. Yee verhuist en verdwijnt uit zicht. In de tussentijd beramen de studenten een nieuwe verzetsactie, een aanslag op een collaborateur, die bijna smoort in hun amateurisme.

Die moeizame aanslag is een typerende scène voor Ang’s film. Hij is namelijk te goed. Alles klopt: de knullige pogingen om koele moordenaars te zijn, het tergend langzame sterven, de paniek bij het groepje als het gelukt is een mens te doden. Alles wat je hier ziet gebeuren, is al eens gezien – van L’armée des ombres tot Il conformista – en nooit esthetisch verantwoorder dan in Lust, Caution.

Dit moet de reden zijn dat de jury op het filmfestival van Venetië Ang Lee de Gouden Leeuw gaf. Hij vertelt zijn rauwe verhaal in smeuïge beelden. Een mens kan bij hem niet over straat lopen, of de camera vliegt op een kraan over zijn hoofd. De visuele sierlijkheid contrasteert niet met de rauwheid van het verhaal – zoals dat ooit gebeurde in Zhang Yimou’s Het rode korenveld – het botst er mee. De esthetiek smoort bijna alle gevoel in de film. En dat is een essentieel manco, want de gevoelens van de personages zijn subtiel en verwarrend en, zeker tegen de tijd dat Yee de mysterieuze Mak later weer ontmoet, rauw en confronterend.

In dat deel van de film zijn ook de veelbesproken seksscènes te zien. Ze zijn niet zozeer expliciet als wel ontregelend gefilmd. Er komt pijn aan te pas en fascinatie, zonder dat je het geheel kunt samenvatten onder de noemer sadomasochisme. Het is lust, zoals de titel al beloofd, en dan moeten alle deelnemers inderdaad oppassen.

Lust, caution is een veel koelere film dan Brokeback Mountain. Met name Tony Leung zet zijn personage zo kil neer dat hij er bijna oninteressant van wordt. En terwijl in de twee uur durende Brokeback Mountain het tempo kabbelde als een bergstroompje, maakt het half uur extra Lust, Caution tot een soms tergende ervaring. De film zelf lijkt niet om traagheid te vragen. Verhaal noch personages hebben epische proporties. Zo wordt de schoonheid van de film bij tijd en wijle een lege belevenis. Het is magistraal, de manier waarop de camera over een kruispunt kan zwieren om een groepje studenten te volgen bij de voorbereiding van een aanslag. Maar het is van een wellust die zich meer tussen filmmaker en film lijkt af te spelen dan tussen film en publiek.

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief