Things We Lost in the Fire

Scène uit de film <i>Things We Lost in the Fire</i>.

Door Dana Linssen

In haar Amerikaanse debuut schuwt de Deense regisseuse Susanne Bier (Brothers, After the Wedding) de grote emoties niet. Er wordt liefgehad, hoog ingezet op het leven, verloren en gestorven. Anders dan in de meeste Amerikaanse melodrama’s, blijven de bijbehorende gevoelens in Things We Lost in the Fire grotendeels licht en teer als dauw op bloembladeren. Dat is het gevolg van Biers consequent observerende in plaats van oordelende stijl. Die beheerst ze als een van de laatste aanhangers van de Dogma-stroming immers tot in de puntjes. Haar beeldtaal kent veel close-ups van ogen, als spiegels waarin een toeschouwer zijn eigen gedachten ziet.

Bekijk de trailer van Things We Lost in the Fire:

Hoeveel meer luciditeit en impact heeft haar film dan de veelgeroemde 21 Grams (Alejandro González Iñárritu, 2003) waarmee Things We Lost in the Fire veel gemeen heeft: de thema’s van rouwverwerking en drugsverslaving, de niet-chronologische vertelwijze. En vooral de imponerende aanwezigheid van Benicio del Toro in één van de hoofdrollen. Zijn lichaam, zijn gezicht en zelfs zijn paranoïde, spiedende blik lijken uit steen gehouwen. Met de ingehouden dictie erbij is hij indrukwekkend en gevaarlijk.

Del Toro speelt Jerry, een junk in Seattle die door de heroïsche dood van zijn beste vriend Brian (projectontwikkelaar, mooie vrouw, kindertjes, de hele maatschappelijk geslaagde mikmak) teruggeworpen wordt op het naakte bestaan. Parallel aan Jerry’s pogingen om clean te worden, loopt het proces van rouwverwerking van Brians echtgenote Audrey (Halle Berry). Zij neemt Jerry in huis. Deels uit schuldgevoel, deels uit egocentrische motieven. Ook dat is één van de dingen die Things We Lost in the Fire zo verfrissend maakt: de personages zijn tot het einde toe niet per se goed en nobel. Soms proberen ze er, met de moed der wanhoop, het beste van te maken. Soms geven ze bijna op. Leven is vaak pijnlijker dan sterven, vertelt de film.

Minutieus getuigt Things We Lost in the Fire van de bijna destructieve zwaartekracht die Jerry en Audrey in een baan om elkaar laat draaien. Op het moment dat Bier suggereert dat ze elkaar er niet bovenop helpen, maar er onderdoor aan laten gaan, moet ze oppassen dat ze haar hand niet overspeelt. Een toeschouwer kan maar zoveel keer huilen en glimlachen voordat hij het gevoel krijgt gemanipuleerd te worden. Kijk maar naar 21 Grams.

En toch: onder al die misère spreekt een schaamteloos, onmodieus optimisme. Accepteer het goede, zijn bijna de laatste woorden van de film, verstopt in een weldadige bos bloemen. Is daarmee de cynici niet het zwijgen opgelegd?

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief