WALL-E
WALL-E is de stoutmoedigste onderneming van Pixar sinds de studio met Toy Story in 1995 de eerste avondvullende computeranimatiefilm maakte. De hoofdpersonen kunnen nauwelijks spreken, ze zijn robots en beslist wel lief, maar niet echt aaibaar. En het ergste is: de film is gebaseerd op een doemscenario dat weinig goeds voorspelt voor de jonge kijkertjes: over nog geen zeventig jaar zal de mensheid de aarde moeten verlaten doordat zij er een onleefbare rotzooi van heeft gemaakt.
Die voor Pixar opmerkelijk kritische boodschap wordt vanaf morgen uitgedragen in 188 bioscoopzalen in Nederland. De distributeur verwacht er dus nog meer belangstelling voor dan voor Ratatouille twee jaar geleden (krap 150 zalen).
WALL-E is een aandoenlijk opgewekt vuilnisrobotje. In 2075 is hij op aarde achtergelaten om de rotzooi op te ruimen die de klanten van super-supermarkt Buy N Large hebben gemaakt. Zevenhonderd jaar later is hij nog altijd bezig met het samenpersen en opstapelen van alle afval. Zijn vuilniskubussen heeft hij opgestapeld tot wolkenkrabberhoogte. De aarde is verder uitgestorven, op een koppige sprinkhaan na.
Trailer 'Wall-E'
In de loop der eeuwen heeft het robotje WALL-E een sentimenteel karakter ontwikkeld, dat zich uit in een verzameling mooie en gezellige spulletjes in de container waar hij woont en vooral in zijn voorliefde voor Hello Dolly!, de laatste grote musical van Hollywood-oude-stijl, uit 1969. WALL-E speelt regelmatig de videoband af en geniet dan van de dansscènes en de romantiek. Zijn weemoed horen we in vrijwel alle Pixarfilms als ondertoon terug. Het is alleen vreemd dat een robotje dat in 2075 is gemaakt, in 2775 nog terugverlangt naar de ongecompliceerde romantiek die we met de jaren vijftig associëren. Dat gaat nog een wonderlijke rol spelen aan het slot van WALL-E.
WALL-E’s rimpelloze leven wordt opgeschud als de supercoole robot Eve (WALL-E zegt: Ie-va) op aarde wordt gezet. Ze zoekt iets en net als ze vriendje is geworden met WALL-E, vindt ze wat ze zoekt, een plantje, en wordt ze opgehaald door de ruimteshuttle. Sentimentele WALL-E volgt haar.
Het plantje blijkt de sleutel tot alles. Eve gaat naar een ruimtestation van Buy N Large waarin de mensheid tijdelijk is ondergebracht. In die zeven eeuwen tijdelijkheid zijn de mensen opgezwollen door hun passieve consumptiepatroon. Ze hebben de vorm van zeerobben en hangen de hele dag in zweefstoelen. Hun botten zijn gekrompen, hun spieren verslapt. Ze zijn hulpeloos overgeleverd aan alle dienstdoende computers.
Dat is nog eens een harde boodschap voor WALL-E’s publiek, de jongste lichting van de computergeneratie. Is dit hun toekomst? En moeten ze dan maar sloom gaan zitten wachten tot ze worden gered door een stel computers? Want dat is wat hier gebeurt. WALL-E’s liefde voor Eve ontregelt deze steriele wereld en dan is ineens alles mogelijk. Met behulp van een stel andere outcast-robots en nieuwe mensenvrienden heroveren ze de controle over de centrale robot, de kwade genius zoals in wel meer films. Leukste bijrol is een schoonmaakrobotje dat MO heet en dat bijna net zo opgewekt als WALL-E doorschrobt tot hij erbij neervalt.
De uitgebluste mensheid kan weer dromen van een terugkeer op aarde. En dromen ze dan van de aarde die ze hebben achtergelaten? Met wolkenkrabbers, enorme shopping malls en afvalbergen? Nee, natuurlijk niet. Ze dromen van een Amerika waar de boer met de hand zijn akkers inzaait en waar iedereen danst op Hello Dolly!. Nostalgie is een vreemde ziekte.
|
Robots houden meestal niet van mensen Meestal zijn Robots in films niet mensvriendelijk, of op zijn minst líjken ze dat niet. Denk aan de supercomputer HAL in het ruimteschip van 2001: a Space Odyssey, die de astronauten laat sterven omdat hij heeft berekend dat dat beter is voor de missie. Of aan de moordende replicants in Blade Runner. Of aan The Terminator. Wel aardig zijn bijvoorbeeld C3PO en R2D2 uit Star Wars. |
