Bienvenue chez les Ch'tis

Scène uit 'Bienvenue chez les Ch'tis.
Door Peter de Bruijn

Na het onverwachte, overrompelende succes van Bienvenue chez les Ch’tis van de populaire komiek Dany Boon in Frankrijk, zullen de komende jaren ongetwijfeld vele varianten en remakes volgen. De formule is makkelijk te kopiëren: hoofdpersoon moet verhuizen naar een onaantrekkelijke uithoek van het land, maar ontdekt daar dat het leven en de mensen helemaal niet zo achterlijk en akelig zijn als zijn vooroordelen hem deden geloven.

De film van Boon is met meer dan 18 miljoen bezoekers de beste bezochte Franse film ooit. Dat megasucces is op allerlei manieren verklaard. Bienvenue chez les Ch’tis zou een reactie zijn op de permanente depressie waarin Frankrijk lijkt te verkeren en waarvan schrijver Michel Houellebecq een boegbeeld is. Ook is deze film over simpele mensen in een lege uithoek van het land wel beschouwd als een nostalgische reactie op de anonieme krachten van de globalisering, én als uiting van de brede Franse afkeer van het blingbling-presidentschap van Sarkozy.

Hoe dat ook zij, voorop moeten de innemendheid en het aangename gebrek aan pretenties staan van Bienvenue chez les Ch’tis. De chef bij de posterijen Philippe Abrahams (Kad Merad) wil zich laten overplaatsen naar de glamoureuze Côte d’Azur, vooral om zijn mopperende vrouw tevreden te stellen. In een poging zijn aanvraag extra prioriteit te geven, doet hij zich voor als invalide. Hij wordt gesnapt en moet voor straf naar het koude, natte noorden, dat uitsluitend wordt bevolkt door bier drinkende barbaren, die het product zijn van inteelt, en die ook nog eens een onverstaanbaar dialect spreken. Zijn vrouw is verbijsterd. „Goede mensen gaan naar het zuiden, sukkels gaan naar het noorden.”

Zo vertrekt Philippe alleen naar het plaatsje Bergues, in de regio Nord-Pas de Calais. Onderweg houdt een politieman hem aan op de snelweg, omdat hij te langzaam rijdt. „Ik ben op weg naar het noorden, agent. Ik probeer wat later aan te komen.” „Wat vreselijk voor u, rijdt u maar rustig door.”

Hij moet leiding geven aan postbesteller Antoine (Boon, die dus zelf niet de hoofdrol speelt in de film), die voldoet aan alle clichés over de noorderlingen: hij is niet te verstaan, woont nog bij zijn – monsterlijke – moeder en komt regelmatig laveloos terug van zijn postronde. Maar natuurlijk heeft de postbode ook een hart van goud, net als iedereen die Philippe in het noorden tegenkomt. Hij spreekt al snel een mondje Ch’timi, het plaatselijke dialect met de nodige Vlaamse leenwoorden.

Ik ben op weg naar het noorden, agent. Ik pobeer wat later aan te komen

De meeste grappen gaan over het onverstaanbare dialect van de noorderlingen; Boon heeft ook een theatervoorstelling gemaakt die geheel in dit dialect was gesproken. De ondertitelaars slagen erin een aardige indruk te geven van de spraakverwarring, door verbale eigenaardigheden van de Ch’tis weer te geven met een consequent aangehouden verkeerde spelling. Ook andere merkwaardige gewoonten komen voorbij, zoals het lunchen met patat en frikadellen en de afgrijselijke plaatselijke stinkkaas.

Bienvenue chez les Ch’tis is geprezen als een film die clichés en vooroordelen te kijk zou zetten. Tot op zekere hoogte is dat ook wel zo, de Ch’tis blijken immers hele gewone, aardige mensen te zijn. Maar Boon speelt toch vooral in op al die vooroordelen, met perfect gedoseerde overdrijving. Begrijpelijk dus dat de film gemengde gevoelens losmaakt in het noorden van Frankrijk, waar Bienvenue chez les Ch’tis ondertussen voor flinke extra inkomsten zorgt in de toerisme-industrie.

Boon komt er mee weg, omdat hij zelf uit Nord-Pas de Calais komt en ontegenzeggelijk grote genegenheid heeft voor zijn sukkelige personages. Die warmte en intimiteit zullen bij alle remakes en varianten heel wat moeilijker te kopiëren zijn dan de grappen van Boon. De film is eigenlijk zelf een soort C’hti: beetje simpel, tikje plat, lichtelijk oubollig ook, maar reuze innemend.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief