Burn After Reading

Door Coen van zwol

„Dus wat hebben we geleerd?”

„Um, ik weet het niet.”

„Ik weet het verdomme ook niet.”

„Het nooit weer te doen?”

„Ik heb geen idee wat we gedaan hebben, maar oké*”

Deze droogkomische dialoog tussen twee CIA-officieren is het sluitstuk van Burn after Reading. Samen met ons kijken zij met stijgende verbazing toe hoe een groep uitgerangeerde losers van middelbare leeftijd zichzelf in de nesten werkt tot de dood erop volgt. De film meandert in hoog tempo van vergissing naar complicatie, om volstrekt arbitrair en abrupt in het niets te eindigen.

Trailer van Burn after Reading:

De gebroeders Coen wisselen grimmige drama’s al zo’n kwart eeuw af met groteske komedies. In beide genres draait het vaak om in waandenkbeelden gevangen lieden die zichzelf en anderen in de voet schieten als ze pogen het lot in eigen hand te nemen. In de meer grimmige films als Fargo of No Country for Old Men ziet een nuchtere ziel daar de tragiek van in, in de komedies is iedereen zo geschift dat slechts een holle lach rest.

Burn after Reading opent met Osborne Cox (John Malkovich), een CIA-analist die zijn baan verliest door drankzucht en uit ‘hoger patriottisme’ – lees: rancune – zijn alles onthullende memoires wil schrijven. Die schrijflust bekoelt elke dag om stipt vijf uur, wanneer Cox zichzelf zijn eerste cocktail mag inschenken: hij is immers geen alcoholist. Zijn verbitterde vrouw Katie (Tilda Swinton) pleegt intussen overspel met de seksverslaafde Harry (George Clooney) en onderzoekt de financiën van haar echtgenoot met het oog op een scheiding.

Een computerdisk met Cox’ administratie en aantekeningen belandt bij toeval in een fitnesscentrum en valt in handen van de hersenloze trainer Chad (Brad Pitt), die er belangrijke CIA-informatie in ziet. Aangevuurd door collega Linda (Frances McDormand) hoopt hij Cox te chanteren. „Dit is een buitenkans, zoals uitglijden op de stoep van een duur restaurant”, denken de chanteurs. Linda is de drijvende kracht: zij jaagt op het geluk en de liefde die internetdates niet bieden. Haar laatste hoop is plastische chirurgie, want veertiger Linda „is helemaal klaar met dit lichaam”. Maar verlossing via het chirurgenmes kost geld.

Daarna wordt het razend ingewikkeld, ook voor de CIA, die hoofdschuddend observeert en lijken ruimt. „Report to me when it makes sense”, verzoekt de baas. Maar dat moment blijft uit. Je kan daar een satire op de CIA zien, maar samen met de al even verbaasde Russen hebben CIA-agenten nog een enigszins normaal perspectief.

In hun loopbaan als duoschrijvers, -regisseurs en -producenten slagen de gebroeders Coen er maar niet in een slechte film te maken. Burn after Reading is in hun oeuvre geen grote uitschieter – hoewel beter dan de recente komedies The Ladykillers en Intolerable Cruelty – toch steekt de film met kop en schouders uit boven de concurrentie. De dialogen zijn messcherp in hun idiotie, de acteurs, voor wie de broers speciaal de rollen schreven, brengen ze met precisie.

George Clooney mag van de broers in Burn after Reading zijn ‘idiotentrilogie’ voltooien: net als in O Brother Where Art Thou? En Intolerable Cruelty draaft hij op als gladde, ijdele schuinsmarcheerder die met alles denkt weg te komen. Hoogtepunt is ditmaal de zelf getimmerde masturbatiemachine waarmee hij zijn bedrogen echtgenote gelukkig wil maken. Brad Pitt is een lust voor het oog als springerige baby, John Malkovich lijkt vooral zichzelf, als verzuurd CIA-middenkader met vlinderstrikje dat verbeten naar houvast klauwt terwijl de grond onder zijn voeten wegzakt. Alleen Frances McDarmond forceert een beetje als Lisa, een vrouw die niet weet wat ze doet, maar dat doet met blind fanatisme.

Het geheim van een Coen-film schuilt in controle over elke scène, elk detail, elke bijrol: let op de geniepige scheidingsadvocaat, de flemende plastisch chirurg die zijn patiënt uiteraard niets wil opdringen, de CIA-baas die daadkrachtig beslist zonder iets te begrijpen. Niet is louter functioneel, alles versterkt het geheel.

Burn After Reading is een verrukkelijke soufflé. Het gaat nergens over en leidt tot niets, de karakters zijn te grotesk om je druk te maken over wie leeft en wie sterft. En toch kijkt je ademloos toe hoe de broeders Coen ze sardonisch telkens nieuwe verrassing bezorgen.

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief