Oorlogswinter

Door Peter de Bruijn

Voor sommige jongens is de oorlog de tijd van hun leven. De school is dicht, alle regels lijken tijdelijk opgeschort, de radio brengt spannende berichten over het verloop van de strijd; kortom, een jongensboek.

Trailer van Oorlogswinter:


Zo’n jongen is de veertienjarige Michiel niet, de held van Jan Terlouws nog steeds veelgelezen jeugdboek Oorlogswinter (64ste druk) dat nu is verfilmd door Martin Koolhoven (Het schnitzelparadijs).

Michiel (een knappe rol van de jonge debutant Martijn Lakemeier) is een wat bangige, tobberige jongen. Daarmee is hij ook een atypische held voor een avontuurlijke jeugdfilm die op een zo breed mogelijk publiek mikt. Oorlogswinter is dan ook zowel een spectaculaire avonturenfilm als een Hollands huiskamerdrama, met opvallend intieme scènes.

De film begint met spektakel. De Engelse vliegenier Jack (Jamie Campbell Bower) stort neer in de buurt van Zwolle en schiet, nog hangend aan zijn parachute in de bomen, een Duitse soldaat dood. De volgende dag vindt Michiel met een vriendje het vliegtuigwrak en kan zich nog net uit de voeten maken als Duitsers hem in zijn kraag dreigen te grijpen. Enkele dagen later krijgt hij een briefje in zijn handen gestopt van een buurjongen die in het verzet zit, waarin de schuilplaats van de Engelse piloot staat beschreven. Samen met zijn zus Erica, een verpleegster (Melody Klaver), neemt hij de zorg voor de gewonde soldaat op zich en zint op een manier om hem te laten ontsnappen.

Het tobberige heeft Michiel van zijn vader (Raymond Thiry): de dorpsburgemeester. Hij vertegenwoordigt de spreekwoordelijke burgemeester in oorlogstijd, die met plakken en lijmen de boel bij elkaar probeert te houden tijdens de koude hongerwinter van 1944-’45. Michiel heeft weinig begrip voor de houding van zijn vader. Hij ziet meer in zijn stoere oom Ben (Yorick van Wageningen), een vrije vogel die af en toe binnenvalt bij zijn ouders en dan op de kamer van Michiel slaapt.

Michiel is een jongen die erg bezig is met ‘goed’ en ‘fout’ – ook in die zin is dit een typisch Nederlandse oorlogsfilm, met een sterk moralistische inslag. Mag je een konijn aannemen van de buurman als je honger hebt, terwijl je weet dat hij bij de NSB zit? Met dat soort vragen worstelt hij.

Over de hele linie wordt er heel goed geacteerd in Oorlogswinter, een in alle opzichten met groot professionalisme gemaakte film, die doet wat de film moet doen. Het meest geslaagd zijn de kleine scènes, met Michiel en zijn familie dansend in de huiskamer, tussen Michiel en oom Ben tijdens hun nachtelijke gesprekken, en tussen Michiel en zijn vader, die elkaar toch weer wat dichter naderen.

De grote, spectaculaire scènes zijn minder bevredigend. Die zijn erg dik aangezet, met veel bombastische muziek van Pino Donaggio, de huiscomponist van Brian de Palma. Bij de grote climax snelt Michiel wanhopig naar een onheilsplek, maar de scène kiepert om naar kitsch door onnodig gebruik van slowmotion. Ook de ontsnappingspoging, waarbij Jack halsbrekende toeren uithaalt, hangend aan een honderden meters lange brug, komt niet heel geloofwaardig over.

Oorlogswinter is een goede film in zijn genre, maar geen film die het genre overstijgt. Het simpele verhaal is rechtlijnig en direct verteld, waardoor de film te weinig resonantie krijgt, soms zelfs een tikje saai is. Dat heeft ook te maken met de overdaad aan sneeuwbeelden, die aan de film op den duur een monotoon karakter geven.

Campbell Bower is met zijn licht-excentrieke uitstraling niet goed op zijn plaats in zijn rol als de neergestorte vliegenier. Hij is niet iemand voor wie een jongen als Michiel onmiddellijk door het vuur zou gaan. Maar dat is de enige misser in een perfect gecaste film, met mooie dialogen en kleine scènes die knap en overtuigend zijn.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief