Un conte de Noël
De nieuwe film van de Franse regisseur Arnaud Desplechin is er één om verliefd op te worden. En zoals dat gaat met verliefdheid is het helemaal niet zo gemakkelijk onder woorden te brengen waarom dat zo is. Nuchter bekeken valt best wat aan te merken op Un conte de Noël (‘Een kerstvertelling’). De film is met een speelduur van bijna 2,5 uur erg lang, een tikje rommelig, en niet alle personages komen helemaal uit de verf. Maar probeer dat maar eens: nuchter te blijven bij een film met zoveel sfeer en durf.
Trailer van Un conte de Noël:
De familie Vuillard is groot, artistiek aangelegd, excentriek en duidelijk geïnspireerd door het vergelijkbare gezin in The Royal Tenenbaums van Wes Anderson. Henri (Mathieu Amalric) is de rebel van de familie. Hij is door zijn serieuze, huilerige zuster Elizabeth (Anne Consigny) ‘verbannen’ nadat hij zich weer eens financieel in de nesten had gewerkt en de rest van de familie daarin dreigde mee te slepen. Maar dan wordt de moeder van het gezin, Junon (Catherine Deneuve), ernstig ziek. Haar enige hoop is een beenmergtransplantatie van een familielid („Ik heb heel bijzondere genen”, zegt ze trots). Dan duikt Henri weer op, om de Kerstdagen en famille in Roubaix door te brengen.
Deneuve speelt Junon met een geweldige mix van bevallige meisjesachtigheid en ongenaakbare autoriteit; Amalric is op zijn best als de opgewonden, boze dwarsligger. Moeder en zoon zijn tot elkaar veroordeeld door hun identieke ruggemerg, hoewel ze elkaar niet kunnen luchten. „,Dit is de vrouw van Abel”, zegt Henri, als hij zijn moeder voorstelt aan zijn vriendin Faunia (Emmanuelle Devos). Abel (Jean-Paul Roussillon), de vader van het gezin, is het enige familielid dat met iedereen overweg kan, omdat hij van iedereen evenveel houdt. Daarnaast lopen er nog wat andere broers rond met hun aanhang en hun jonge kinderen, ook duikt een neef op en een bejaarde vriendin van de familie; dit gezin is een rommeltje.
Met zo’n explosief mengsel van persoonlijkheden kan het kerstdiner niet zonder slag of stoot verlopen. Toch stralen de Vuillards ook veel warmte en genegenheid uit, ondanks de haatdragende woorden die al snel vallen, vooral als de drank begint te vloeien, en daarmee beginnen de Vuillards al vroeg op de dag.
Ondanks dat de personages elkaar de meest vreselijke dingen toewensen, is Un conte de Noël een romantische film. Dat heeft te maken met de schaal. Desplechin begrijpt als geen ander dat film groot moet zijn, bigger than life. Het gezin kijkt tijdens de Kerstdagen naar een scène in The Ten Commandments: Charlton Heston splijt als Mozes de Rode Zee. Kijk, die mythische schaal is het witte doek waardig, lijkt Desplechin daarmee te zeggen. Zelfs de meest intieme scènes weet hij nog een mythische glans mee te geven.
Vlak onder de mythen (de ‘vertelling’) van dit gezin sluimeren ongerijmdheden, troebele emoties, duistere voorvallen. Dat zit ook allemaal in de film. „We zitten midden in een mythe, en ik weet niet welke mythe het is”, schrijft Henri in een brief aan Elizabeth.
Depleschin morrelt aan het gebod dat ouders en kinderen van elkaar moeten houden, en ook evenveel om elkaar moeten geven. Junon geeft ijskoud toe dat ze van haar ene zoon wel houdt, maar van de andere niet. Zodoende kan ze ook alleen maar sympathie opbrengen voor de schoondochter die haar vervelende zoon uit haar buurt houdt, maar heeft ze een hekel aan de vrouw die haar lieveling heeft afgenomen. Tegelijk zitten ouders en kinderen tot in hun ruggemerg aan elkaar vastgeklonken. Dat is tragisch en biedt een zekere troost, al is dat misschien een verknipte vorm van troost. Un conte de Noël is de origineelste en, vreemd genoeg, ook de warmste familiefilm die deze Kerst in de bioscoop te zien zal zijn.
