Frost/Nixon
Een bokswedstrijd van het hoogste kaliber, zo presenteert regisseur Ron Howard de tv-interviews die de Britse talkshowpresentator David Frost hield met de afgetreden president Richard Nixon. Het is 1976, twee jaar eerder heeft het Watergate-schandaal Nixon ten val gebracht. Amerika is de politieke malaise nog lang niet te boven, kent Nixon van bandopnames uit het Oval Office als tierende bullebak die grossiert in vuile trucs en intimidatie. „I am not a crook”, bezweert Nixon: de wereld ziet dat anders.
Trailer van Frost/Nixon:
Nixon wil rehabilitatie, Frost een bekentenis. De kampioenen verzamelen een
sterk team om zich heen, bereiden zich gedegen voor. De kampen intimideren
elkaar en underdog David Frost krijgt alle hoeken van de ring te zien
voordat hij op de valreep de kracht vindt om terug te slaan. Regisseur Ron
Howard houdt heel consistent vast aan zijn boksschema. Wanneer Nixon breekt
en tot ieders verbijstering buldert dat alles wat een president doet per
definitie legaal is, grijpt zijn assistent haastig in: time out! „Werp je de
handdoek nu al in de ring”, gromt Nixon dan.
De film Frost/Nixon is gestructureerd als quasidocumentaire, de spelers kijken tussen scènes door terug op de slagenwisselingen. Middelpunt is de frivole tv-ster Frost, wiens Amerikaanse doorbraak eerder was mislukt. Hij wil scoren met Nixon, betaalt uit eigen zak zes ton voor vier interviews van twee uur. Het kamp-Nixon hapt toe: de Britse nitwit lijkt een ideale sparringpartner om het besmeurde blazoen te zuiveren. Want niemand ziet David Frost voor vol aan, hij heeft grote moeite zijn interview te verkopen, moet met hondenvoerfabrikanten onderhandelen om reclametijd te vullen.
Nixon ondergraaft met subtiele steekjes het zelfvertrouwen van de steeds krampachtiger glimlachende Brit, veegt de vloer met hem aan. Tot de vierde ronde, als Frost staccato nieuwe feiten en citaten over Watergate op Nixon afvuurt en berouw eist. „Ik have let de American people down”, erkent Nixon. En zijn het niet die woorden, dan is het die holle blik die hij in de camera werpt: eenzaam, verslagen, gedesillusioneerd.
Groots drama, maar een beetje onzin – en dat valt Howard toch aan te rekenen omdat hij pretendeert geschiedenis te verfilmen. David Frost was misschien een gladde playboy, maar gold indertijd als een messcherp interviewer. De inzet van de verbale match wordt schromelijk overdreven. Er kan maar één winnaar zijn, daarover zijn de twee strijders het eens in een apocrief nachtelijk telefoongesprek. Twijfelachtig: Nixon geloofde heus niet in een politieke comeback, dat het stigma van Watergate zou verdwijnen met één tv-interview. Het ging om de geschiedenis, bot ontkennen van Watergate was allang zinloos. Enig berouw was dus ingecalculeerd, niet louter afgedwongen. Frost was ook Nixon's biechtvader.
Noch bleef Nixon een paria, zoals de film stelt: eind jaren tachtig gold de in 1994 overleden staatsman weer als autoriteit op gebied van buitenlandse politiek. Inmiddels staat Nixon te boek als een broeierig, rancuneus karakter, maar ook als architect van de ‘zwijgende meerderheid’ die Amerika tot de verkiezing van Barack Obama domineerde. De toekomst was in 1976 aan Nixon's trouwe rechterhand Jack Brennan, met fraai smeulende woede neergezet door Kevin Bacon.
Frost/Nixon is een acteursfilm met ijzersterke dialogen. Frank Langella toont een andere Nixon dan de beurtelings somber mompelende en opstandig wauwelende Antony Hopkins in Oliver Stone’s Nixon (1995). Dat was Nixon tussen de puinhopen van zijn presidentschap, hier is hij zijn morele en fysieke crisis te boven en heeft hij zijn logge, dreigende charisma hervonden. Nixon beweegt als een schildpad: voorover gebogen, het hoofd tussen de schouders. Zijn lichaam is een schild, door rancune gehard: je hoort het bijna kraken. Michael Sheen weet minder goed raad met de kwikzilver Teflonman David Frost: de gebaartjes en glimlachjes kloppen, maar hij blijft een raadsel.
Frost/Nixon boeit van begin tot eind: dat is Ron Howard wel toevertrouwd. En scenarist Peter Morgan, die na The Last King of Scotland, The Queen en The Other Boleyn Girl opnieuw zijn grote talent voor historisch drama bewijst. Maar het blijft toch een voetnoot, opgepompt tot een enerverend heldenepos.
